In deze rubriek vragen we Utrechters keuzes te maken binnen hun vakgebied, maar ook daarbuiten. Vandaag fotograaf Sjaak Ramakers.
Sjaak Ramakers is één van Nederlands bekendste portretfotografen. Wie heeft hij niet voor zijn lens gehad? Bill Gates, maar wel na een kleine woordenwisseling. Gates weigerde zijn bril schoon te maken. Dan niet, zei Sjaak. Het kwam uiteindelijk goed. Zijn camera bracht hem bij Leah Rabin en de zus van de Dalai Lama. Hij maakte foto’s van Pim Fortuin. De laatste een paar uur voordat hij werd vermoord. Een foto werd niet gemaakt. Pieter van Vollenhoven wilde in een klein hok gefotografeerd worden. Sjaak kom daar zijn apparatuur niet kwijt en stapte samen met de verslaggever op. Zelf ben ik ook een aantal keren gefotografeerd door Sjaak. Door zijn licht ontregelende opmerkingen heb je nauwelijks door dat hij je fotografeert. En dan is opeens die foto gemaakt waar je heel blij van wordt. Zijn foto? Nee’’, zegt Sjaak. “Die foto is van ons samen.’
Wie is deze Utrechtse fotograaf met zijn geheel eigen stijl?
Sjaak Ramakers (79) is geboren in Spekholzerheide in Zuid Limburg. Het dorpje maakte deel uit van Kerkrade en kwam voort uit de kolenmijn Willem-Sophia. ”Alles ging in het dorp over de kolen. Mijn vader werkte in de mijn. Hij moest onder dienst in Utrecht, waar hij mijn moeder leerde kennen. Ze trouwden en verhuisden naar Limburg. Mijn moeder vond het daar vreselijk, ze verstond het dialect niet en de mensen weigerden om Nederlands met haar te spreken. Mijn vader was dol op mijn moeder en ze verhuisden, toen ik 2 jaar oud was, naar Utrecht. Gelukkig ben ik hier opgegroeid anders had ik nu net zo raar gepraat als mijn vader. Mijn vader vond, tot mijn grote vreugde, een baan bij de Spoorwegen. Het betekende vrij reizen en gratis toegang tot het Spoorweg Museum. Daar ben ik een miljoen keer geweest, hoewel ik er niets aan vond.”
‘Ik was brutaal, eigengereid en mijn standaard vraag was: Waarom niet?’
“We woonden in Zuilen, waar ik opgroeide. Volgens mijn opa was ik een best jochie, maar hij vond dat mijn ouders mij alleen moesten hebben. Ik was brutaal, eigengereid en mijn standaard vraag was: ”Waarom niet?” Dat laatste vraag ik nog steeds, niets is onmogelijk. Na de lagere school had ik geen idee wat ik wilde gaan doen. Ik kom niet uit een ‘studeermilieu’, dus bezocht ik de open dagen van de ambachtsschool, de bakkersschool en de grafische school. Die laatste school leek mij wel wat. Men leidde op tot drukker, zetter of binder. Na een test kwam ik terecht op de afdeling reproductie fotografie. Mijn opa had een fotowinkeltje in IJsselstein en hij vond dat ik iets in de fotografie moest gaan. Ik was een lastige leerling en werd van school getrapt. Een tussenjaar bestond niet en ik ging werken in een fotozaakje in Wittenvrouwen. Ik stond in de donkere kamer en leerde de principes van de fotografie. Ik spaarde voor een eigen camera en soms leende ik een camera van mijn baas. Het Utrechts Nieuwsblad schreef een fotowedstrijd uit en die won ik. De hoofdprijs was een boekenbon. Wat moest ik daarmee? Ik verkocht de boekenbon door en het geld legde ik weg voor mijn eigen camera. Mijn naam stond, als winnaar van de wedstrijd, in een tweeregelig berichtje in de krant. Mijn baas had zelf nog nooit in de krant gestaan. Hij was zo jaloers dat hij mij ontsloeg. Ik solliciteerde bij de clichéafdeling van het UN: goed je best doen, op tijd zijn en keten moest. Het UN was toen nog een avondkrant en ik fotografeerde overdag voor mijzelf. Een collega die werkte voor een tijdschrift vroeg mij om met hem me te gaan naar Engeland om foto’s te maken van twee Engelse dorpjes waar hij over moest schrijven. Ik vroeg de hoofdredacteur of ik voor de opdracht vrij kon krijgen. “Geen sprake van” Toen heb ik ontslag genomen en voor mij was dat het begin.”
‘Ik deed zelfs trouwreportages, het ergste dat je als fotograaf kan doen’
“Mijn eerste opdracht en nog wel in het buitenland. Inmiddels was het tijdschrift opgeheven en de foto’s zijn nooit geplaatst. Daarna ben ik alleen nog maar gaan freelancen, ik heb heel hard gewerkt en pakte alles aan. Ik deed zelfs trouwreportages, het ergste dat je als fotograaf kan doen. Er was altijd wel werk te vinden. Ik heb nooit echt mijn best moeten doen om aan werk te komen. Ik deed een beetje van dit en een beetje van dat en ik kwam overal. De CEO die ik fotografeerde was enthousiast en vond dat ik ook zo’n foto moest maken van zijn vrouw. Zo kwam van de ene opdracht de andere. Fotografie is het leukste vak dat er bestaat, ik leerde veel en stond overal voor open. De meeste mensen voelen zich niet op hun gemak voor de camera.”
“Een foto zonder handen? Je hebt toch niet in een slagerij gewerkt?”
“Mensen ten voeten uit fotograferen is het moeilijkste wat er is. Waar laten mensen hun handen? Mannen stoppen de handen in hun broekzak en vrouwen houden hun armen voor de borst en zie je hun handen niet. Een foto zonder handen? Je hebt toch niet in een slagerij gewerkt? Ik ga er altijd van uit dat het onze foto wordt en wanneer één van ons het niet eens is met het resultaat, dan gebruiken we de foto niet. Het is iets van ons samen en daar doe ik nog steeds mijn best voor. Ik ben de hele wereld over gereisd voor mijn werk en dat is leuker dan op vakantie gaan. Je hebt een klus en een taak, je moet dingen regelen en mensen voor de camera zien te krijgen. AI neemt veel van de romantiek van ons vak weg. Ik moest ooit een foto maken over brandveiligheid in bejaardencentra en daar bedacht ik een rolstoel op brandende palets voor. Ik kan de brandlucht nog ruiken. Wanneer je nu een rolstoel op brandend hout googlet dan heeft AI het plaatje al klaar. Voor mij blijft fotografie mensenwerk. Je moet blijven zien en voelen.”
De keuzes van Sjaak
Muziek
“Zappa en Dylan. De teksten van Bob Dylan vind ik waanzinnig. Ik liep op de krant een liedje van Dylan te neuriën. Een collega vroeg: ”Is dat een liedje van Dylan? Wat een geweldige teksten schrijft die man” Daar lette ik niet op, ik heb op school geen Engels gehad. Ik kocht een Engels-Nederlands woordenboek en een boekje met de teksten van Dylan. En ik ben de teksten letterlijk gaan vertalen. Zo leerde ik Engels en begreep later dat de je de poëzie van Dylan op verschillende manieren kunt interpreteren. Over Zappa had ik gelezen in Hitweek. Ik hoorde zijn muziek voor het eerst in een platenzaak. Geweldig, ik werd compleet omver geblazen. Sindsdien ben ik een enorme fan en heb wel 25 optredens van hem gezien en daar natuurlijk ook foto’s gemaakt.”

Boek
“De Toverberg’ van Thomas Mann deelt de eerste plaats met ‘De Regentrommen’ van Ismail Kandare, een Albanese auteur. Ik heb alles van hem gelezen. Deze twee boeken gaan over de groepsdynamiek op verschillende niveau’s. De Regentrommen is een aanrader van Sjaak!”

Film
“Ik vind het niet leuk in een bioscoop, ik lees liever een boek. In een boek heb ik mijn eigen fantasie, stemmen en kleuren. In de laatste jaren ben ik maar één keer naar de bioscoop geweest en dat was naar ‘ Stop Making Sense’ een film van een optreden van ‘The Talking Heads’. Ik had dat optreden zelf twee keer gezien en was daar zeer van onder de indruk. Toch ben ik blij dat ik de film heb gezien, omdat de camera dichterbij kan komen dan ik zelf kon.”

Kunstwerk
“De Ontmoeting’ in Museum De Pont. Een videokunstwerk van Bill Viola, dat ik zeker 200 keer heb gezien. Het geluid, het beeld in extreme slow motion opgenomen. Het blijft mij ontroeren. Ik kan mij verheugen op dat ene moment in de film waar de ene hand de andere pakt. Ik weet dat het komt maar het raakt mij iedere keer weer.”

Stad
“Basel, een mooie stad met diverse musea met mooie dingen. De vijver middenin de stad waar sproeiers verschillende figuren maken. Je kan er buitenshuis heerlijk eten en we hebben daar een aardig hotelletje waar we graag komen.”

Restaurant
“Terroir en Héron. Terroir: leuk, lekker en gezellig. Bij Héron koestert men het principe dat niets weggegooid wordt. En men kan mij, als vegetariër, goed helpen.”

Drank
“Whisky uit Japan, gewoon omdat ik die lekker vind.”
Utrechter
“Ik heb geen favoriete Utrechter. Ik vind mijzelf wel leuk.”
Wat zou jij doen als je burgemeester van Utrecht was?
“Fietsers zonder licht op de bon slingeren en dat ook heel streng handhaven. En ik zou alle “kunst” zoals de vliegende schotel op De Inktpot en dat afschuwelijke gekleurde ding op de bibliotheek meteen weghalen. De gebouwen zijn prachtig en hebben niet de opsmuk met leukigheid nodig. Dat geldt ook voor de muurschilderingen en gedichten die overal verschijnen op muren. Heb respect voor gebouwen en laat die niet beschilderen door één of andere schilder. Ik vind het ook geweldig wanneer de verlichting van de Dom uitvalt, dan zie je die op ieder moment anders en niet zoals iemand het heeft bedacht. Dus die mag van mij uit.”

Eind mei komt een boek uit over 25 jaar Bond&Smolders. De fotografie is van Sjaak Ramakers.
.
Lekker eigengereid. En ik ben het met veel eens, met name het gebrek aan respect voor goede architectuur. En de lichtloze fietsers.