lezersbijdrage

Utrechts Studentencorps viert 10 dagen lustrum: ‘Niet zeuren, het is ons feest’

  • Door Redactie
  • |
  • 15 juli 2026
  • |
  • 36 reacties

Een willekeurig Utrechts studentenhuis

Een lezer van De Nuk (naam bij de redactie bekend) is ongevraagd onderdeel van het Lustrum van het USC. Dat betekent dagenlang overlast maar ook een interessant inkijkje in het brein van de corpsdames. Over gasten die nog in hun bed pissen en leden die stiekem homo zijn.

Wanneer die gevreesde witte briefjes door de brievenbus glijden, breekt het angstzweet je spontaan uit. In onze buurt zijn deze vodjes papier namelijk geen vriendelijke uitnodiging, maar een unilaterale oorlogsverklaring. Het is de officiële aankondiging dat de lokale corpsballen weer een collectieve aanval op het trommelvlies hebben gepland. De teksten op deze pamfletten zijn een meesterwerkelijkheid in passief-agressief management-jargon. Termen als circaonder voorbehoudwat meer gezelligheid en geluidsoverlast sieren het papier, steevast afgesloten met een dwingend en volstrekt misplaatst dank voor jullie begrip. Vertaling: wij gaan herrie maken, u houdt uw mond. Dergelijke teksten doen altijd het ergste vermoeden.

Vorige week bereikte de terreurdreiging een nieuw hoogtepunt. De briefjes aangaande de viering van het lustrum van het Utrechtsch Studenten Corps (USC) vielen op de mat. Looptijd: van 11 tot en met 22 juli. Tien. Hele. Dagen. Een soort elfstedentocht, maar dan voor gehoorschade en leverfalen.

Rond de klok van elf in de ochtend stroomt de tuin van de buurjongens al vol met de toekomstige leiders van ons land. De soundtrack van de dag start direct. Eerst nog op een niveau dat je met heel veel goede wil ‘acceptabel’ zou kunnen noemen. Maar naarmate de biertjes openploppen, stijgt het volume van de JBL-box evenredig met het collectieve drankpercentage. Wanneer je vervolgens over de schutting hangt om te vragen of het ietwat zachter mag – puur omdat je in je eigen tuin probeert te communiceren met de huisschilders – stuit je op een muur van diepgaande corps-logica. “Niet zeuren, het is ons lustrum!”, klinkt het beschaafde weerwoord.

‘Ik stond twee uur geleden nog te barfen!”, tettert er één elegant over het terras’

Rond drie uur ’s middags zet de meute zich in beweging. Ik slaak een diepe zucht van verlichting. Begrijp me niet verkeerd: ik zeur niet. Studentenfeestjes en teringherrie horen bij elkaar zoals corpsballen en een spraakgebrek; dat is de natuurwet van de universiteitsstad. Dus ik pak mijn boek en installeer me resoluut in de tuin.

Eindelijk rust? Absoluut niet. Er is een zorgvuldig geselecteerd handjevol corpsdames achtergebleven om op stand te ‘uitbrakken’. Hun stembanden blijken de alcoholische verwoesting van de nacht wonderwel te hebben overleefd. “Ik stond twee uur geleden nog te barfen!”, tettert er één elegant over het terras. Subtiel converseren is er niet bij; de dames praten alsof ze een vol voetbalstadion moeten toespreken. Het volume is zodanig dat ik het gevoel krijg dat ik live de audioversie van de Story  zit te luisteren, met de Utrechtse verenigingstrutjes als voltallige redactie.

De namen die over de schutting vliegen zeggen me aanvankelijk weinig, maar de sociologische analyses zijn van academisch niveau. Het gaat over “hele lelijke, kleine jongens die wel heel aardig zijn – tja, ze moeten wel”. Over “gasten die nog in hun bed pissen” (altijd charmant, die toekomstige chirurgen en advocaten) en over leden die “stiekem homo” zijn.

P. is blijkbaar te dik en heeft tieten die schommelen als hij loopt

En dan valt de naam van G. Die ken ik wel; dat is mijn buurjongen. Mijn boek verdwijnt direct op schoot. Dit is betere fictie dan welke literaire thriller dan ook. G. blijkt volgens het eminente panel nogal fruity te zijn. Voor de niet-ingewijde burger volgt direct de medische uitleg: “een beetje verwijfd en zó ijdel”. Buurjongen P. passeert vervolgens de slachtbank. P. is blijkbaar “te dik en heeft tieten die schommelen als hij loopt”. W. komt er daarentegen genadig vanaf. W. is best wel knap: “Die zou ik wel willen doen.” Je zult het maar op je cv mogen zetten.

De dames zijn echter nog lang niet uitgeroddeld. Na de heren zijn de collega-studentes aan de beurt, want zusterschap kent immers zijn grenzen. De genadeloze pikorde van de vereniging wordt haarfijn uitgelegd: er zijn “hele knappe meisjes die arrogant mogen doen omdat ze zo knap zijn”. En de rest? “Lelijke meisjes moeten gewoon wat beter hun best doen.”

“Als er een dikke in de trein naast je komt zitten, is dat heel vervelend, ze stinken ook vaak”

En nog een algemene klacht: Waar ze echt een hekel aan hebben zijn dikke mensen. “Als er een dikke in de trein naast je komt zitten, is dat heel vervelend, ze stinken ook vaak”. Maar behalve dik zijn is er nog iets dat erg onaantrekkelijk is: puistjes!

Ik heb genoeg gehoord van onze intellectuele elite en lees verder in mijn boek. Over een paar jaar komen we ze tegen in hun spreekkamer of gehuld in een toga in de rechtbank. Het thema van de lustrumweek is d’Artagnan, wiens grootste kracht bleek te liggen in de vriendschap. Zijn devies was: ”Eén voor allen, allen voor één”. Ik denk dat de dames hier weinig van hebben meegekregen tijdens de viering van het lustrum.

De beruchte briefjes.

Auteur Redactie
Auteur

Redactie

Laat uw reactie achter

Reactie

36 reacties

  • M. Walraven schreef:

    Het is al dagen terreur in de binnenstad. Overigens niet alleen tijdens het lustrum. Asociaal tuig is het.

  • L. Elzinga schreef:

    Geweldig! Perfect beschreven. Ben wel benieuwd of deze dames stiekem ook niet zo’n berucht lijstje hebben.

  • Rene schreef:

    Die briefjes ken ik. Het is inderdaad de aankondiging van ellende. En als je ze belt zijn de heren te bezopen om de telefoon op te nemen.

  • L. Schoonderwoerd schreef:

    Wow. Wat een goed verhaal. Ik neem aan dat deze dames de volgende keer in de tuin wel een toontje lager zingen.

  • Yvonne schreef:

    Gisterenmiddag Nieuwe Gracht. Ik woon daar in de buurt en zat in de tuin. Een ongelooflijke herrie, gelal (altijd maar weer dat gelal) en versterkte muziek. Ik ben op een van de mooiste dagen van het jaar naar binnen gevlucht en heb de de deuren dichtgedaan. Het is vreselijk.

  • Saskia schreef:

    Genieten dit. Komt er een deel 2?

  • Anja Visser schreef:

    Mijn god, wat een teksten. Wat is nu eigenlijk het verschil tussen de vrouwen en de mannen in deze? Het is werkelijk om te kotsen hoe hier gesproken wordt over elkaar. En over anderen buiten hun kring: dikke mensen stinken vaak. Ja mensen, we komen ze helaas over een paar jaar tegen in de spreekkamer of in de rechtbank.

  • Nel Dokkum schreef:

    Misschien ook excuses aan de bewoners van de binnenstad? Bestuur USC?

  • Nils de Kruijff schreef:

    Waarom durft deze klager zijn naam niet bekend te maken? Ik woon ook in een straat met corpshuizen en overige studentenhuizen. Ja, soms is het luidruchtig. Maar wij ervaren het vooral als sfeervol en onderdeel van het leven in de stad. Ik wens het USC nog veel plezier de komende week!

  • Erik Stekelenburg schreef:

    Toen ik van de buitenwijk in de binnenstad kwam, verwisselde ik vervelende Marokkanen voor vervelende studenten. Ze doen in a-socialiteit niet voor elkaar onder.

  • A. Hobbema schreef:

    @nilsdekruif. Ik weet uitervaring dat naast een studentenhuis wonen iets heel anders is dan in de buurt van een studentenhuis wonen. Het is geen pretje als je niet in de tuin kan zitten vanwege de herrie en dan binnen de ramen dicht moet doen. Omdat je elkaar toch wil verstaan. Een incident? Was het maar waar. En laten we het eens hebben over de feesten die doorgaan tot de volgende ochtend. Want het fust moet leeg. Het gesprek aangaan? Dat is onmogelijk als er zoveel gedronken is. Ja, dan probeer je dat op een rustiger moment. Het begrip wat de studenten dan hebben is van korte duur. Want de ellende herhaalt zich altijd. Ik ben verhuisd. Bij de opmerking dat de studententijd de mooiste tijd van je leven is, zet ik overigens wel de nodige vraagtekens. Met name in corpshuizen wordt de cultuur van vernedering en groepsdruk (bekend van de sociëteit) consequent voortgezet. Ben je daar niet tegen opgewassen, dan kunnen de gevolgen dramatisch zijn. In de NRC stond een ontluisterend verhaal over een corpshuis op de Maliebaan.: Door strenger toezicht op de officiële sociëteit vinden vernederingen en machtsmisbruik nu binnenshuis plaats. Eerstejaars fungeren als ‘huispersoneel’ onder het motto: “Eén jaar hel, vier jaar hotel”

  • Nils de Kruijff schreef:

    @hobbema U schrijft mijn naam verkeerd, maar ik neem aan dat u reageert op mijn eerdere reactie. Mag ik aannemen dat u de anonieme schrijver bent van het artikel? U suggereert dat ik geen ervaringsdeskundige ben, omdat ik niet naast maar slechts in de buurt woon van studentenhuizen. Ik kan u zeggen dat wij omringd zijn door studentenhuizen. We weten er alles van. Maar nogmaals: wij ergeren ons niet zo en leven in harmonie met de studenten. Zouden meer mensen moeten doen

  • Ton Lijffijt schreef:

    Helemaal geweldig dit, was er graag bij geweest!

  • Henk-Mink jan schreef:

    Die dames zijn veel erger dan de heren, ook als het om bangalijsten gaat. Die dames nemen dat namelijk echt serieus

  • Marcel Gieling schreef:

    Ik ben het zeer eens met Nils de Kruijff, een leuk geschreven verhaal over wat er mis gaat bij een lustrum, maar is ook wel een inkoppertje. De binnenstad heeft zijn voor en nadelen horen studenten bij, dat is een gegeven. Laat die jongens en meiden, want dat zijn het, 10 dagen lekker hun gang gaan. Klagen over geluid mag , maar je bent werkelijk bevoorrecht als je in de binnenstad in de tuin kan zitten! Sta daar ook even bij stil!

  • A. Hobbema schreef:

    @dekruijff. Nee, ik het dat stuk niet geschreven. Zoals u kunt lezen, ben ik al weer enige tijd geleden verhuisd. Fijn dat u in harmonie leeft met de studenten. Ik heb een andere ervaring. En ik kan u verzekeren: ik erger me niet snel, word zelden boos. Het valt nog mee dat u de mensen die overlast ervaren niet adviseert om op de hei te gaan wonen. Want dat is ook zo’n reflex als je het hebt over geluidsoverlast. Klagers worden vaak weggezet als zeikerds. Ik denk aan de bewoners in de Nobelstraat wier levensgenot wordt vergald door overlastgevende horeca. ‘Dan moet je daar maar niet gaan wonen.’

  • R. Bouwmeester schreef:

    Met afspraken met de buren, een UVSV huis, ging het prima, maar dit jaar niet meer. Wel elke keer de belofte om rekening te houden met de buren, maar na 15 minuten alweer vergeten. Dan nig 3 opties over: politie, gemeente en huiseigenaar. Eerste optie 1 x gebeld en sindsdien, 5 weken, is het redelijk rustig. Wel geklets, met alle prive-details, maar muziek met dreunende bassen is buiten uit.

  • Heleen van Praag schreef:

    Het voorrecht van een tuin in de binnenstad waar je in de zomer nauwelijks kan zitten.

  • E. Kooij schreef:

    Ik fietste net langs het corpshuis aan de Nieuwegracht. Echt een verrijking van de stad. Voor de liefhebbers: zij kunnen nog 5 dagen genieten!

  • helen Van Santen schreef:

    Ja, hele bekende briefjes! Geweldig artikel! Gelukkig gaan die dagen ook weer voorbij en daar kijken we dan maar weer naar uit.

  • B. van der Zwan schreef:

    @R. Bouwmeester. Herkenbaar. Na een paar jaar bereiken de studenten een zekere vorm van volwassenheid. En dan moet er ook harder gestudeerd worden, dus feesten staat op een lager pitje. Dan vertrekken de ouderejaars en begint het proces weer opnieuw.

  • Marius schreef:

    Voor alle mensen die begrip hebben voor de geluidsoverlast van studenten. De studenten zelf denken daar anders over. Niet voor niets waarschuwen ze zelf voorafgaand aan een feest voor de overlast. En beloven dan dit tot een minimum te beperken. Dat ze dat dan vervolgens nooit doen, is weer een ander verhaal.

  • Bert schreef:

    oh ja, hoort bij de stad en die overlast ook.

    ik kan me nog een meisje van 10 herinneren bij een vriend in de straat (in Wittevrouwen), ze had een heel lief briefje in de brievenbus gedaan. Met daar in een mooie tekening en het verzoek of ze wat minder lawaai wilden maken met hun feestjes, want ze kon dan slecht slapen.

    De volgende avond was het weer raak, lallende corpsballen en trutten op het balkon. En een van die dames vond het een goed idee om heel hard te lallen: “Fleurtje, ik weet waar je huis woont, ik kom je straks opzoeken en vermoorden als je nog zeurt over lawaai” Het hele blok kon het horen.

    Fleurtje heeft een maand niet kunnen slapen en studenten wisten natuurlijk van niks.

  • Dick van Rees schreef:

    Leuk stukkie, anoniem, maar Marcel Gieling heeft natuurlijk wel gelijk dat je blij moet zijn met een tuin in de binnenstad. Dat heeft niet iedereen. En dan een stel van die heerlijke dames al buurvrouwen. Ik zou er voor tekenen. Als je een beetje vriendelijk en aardig bent mag je misschien wel op hun feestjes komen.
    Maarja, anoniem, als dik bent en je hebt puistjes, dan heb je natuurlijk wel pech.
    Maar woon je nog steeds met een tuin in de binnenstad.

  • Johan schreef:

    Dames, Het is niet moeilijk om geen zuurpruim te zijn, laat die jongens lekker hun ding doen. Je hebt er n weekje overdag 2/3 u last van. Je woont in de binnenstad en niet er buiten. Die keuze heb je gemaakt, het is geven en nemen. Jullie hebben vroeger ook lol gemaakt en deden dit ook terwijl de buren dit accepteerden, wij als straatgenoten van deze studenten hopen dat jullie dit gewoon accepteren en niet zo zuur blijven doen. Daar wordt ten slotte niemand gelukkiger van.

  • willemijn van haeften schreef:

    Haha echt genieten dit stuk. Ik heb zelf ook ooit bij een studentenvereniging gezeten, wat er misschien iets minder intens aan toeging, maar overlast veroorzaakten we zeker. En op die leeftijd waren we daar helemaal niet mee bezig. Als wij maar konden zingen, en vonden we alle buren zeikerds. je zit zo in een bubbel. Gelukkig komt het (vaak) weer goed.

  • I. koopman schreef:

    @Johan. Ik ken deze bewuste situatie niet. Heb wel jaren naast een studentenhuis gewoond. Ik kan u vertellen: het was vooral geven en zelden nemen. Ik heb overigens nooit begrepen waarom elke activiteit gepaard moet gaan met keiharde muziek. Kunt u me dit uitleggen? Of bent u in de gelukkige omstandigheid dat de herrie u niet bereikt? Dan zeg ik: makkelijk praten.

  • Sven schreef:

    Het zal misschien verbazen. Als voormalig bewoner van een studentenhuis kan ik wel begrip opbrengen voor de klagers. Ik heb leuke tijden meegemaakt en nog steeds contact met oud-bewoners. Maar ik ging ook voor mijn tentamens vaak een week naar mijn ouders. In het huis was het alle dagen feest. Het ging maar door, zonder enige rem. En inderdaad, daar konden de buren van meegenieten.

  • L. van Nimwegen schreef:

    En straks de introductiedagen. Kunnen we ze weer straalbezopen opvegen.

  • Stefan schreef:

    Top. Jiskefet maar dan door vrouwen.

  • Geb schreef:

    Herkenbaar. Ik kan nu ook niet meer in mijn tuintje zitten en ben naar binnen gegaan. Zaterdagochtend. De 22e is het klaar en 10 augustus begint de intro alweer. Los van de feesten het hele jaar door is het gewoon veel.

  • Peter de roode schreef:

    Woon in de Zuilenstr waar de foto is gemaakt. 2 studentenhuizen. Hele aardige gasten en ja af en toe lawaai. De grap is dat deze huizen er al 100 jaar zitten, de klagers zeker niet. Lekker ergens anders gaan wonen of niet zeuren.
    Zelf wordt ik altijd vrolijk van jonge mensen en zeker niet van zeurende ouderen. Hebben ze hele mooie huizen voor buiten de stad met allerlei dagbesteding.

  • E. van Beek schreef:

    Waarom wonen al deze klagende mensen in de binnenstad? Zelfs in de Nobelstraat, dé kroegstraat van Utrechtse studenten. Als je kiest voor wonen in de stad, tussen de studentenhuizen, dan weet je dat er vaak lawaai is.
    Ga lekker op de hei wonen!

  • C. Molenberg schreef:

    @peter, wat een fascinerende filosofische bespiegeling over de vergankelijkheid van de mens versus de onvergankelijkheid van bakstenen. Een paar bescheiden kanttekeningen bij deze bijzondere redenering:
    Bakstenen klagen niet: Dat die huizen er al honderd jaar staan klopt, maar dat geldt voor de helft van de binnenstad. Huizen veroorzaken overigens zelden geluidsoverlast, dat doen de mensen in die huizen.
    De carrousel van passanten: De bewoners zijn passanten die na een jaar of vijf weer vrolijk verder trekken. Zij bouwen logischerwijs nul band op met de buurt en dragen nul verantwoordelijkheid voor de langetermijnleefbaarheid.
    Omgekeerde wereld: Om buurtbewoners die wél investeren in de wijk te adviseren maar te verhuizen naar de hei, is de wereld op zijn kop. Alsof je tegen de eigenaar van een restaurant zegt dat hij maar ergens anders moet gaan koken omdat de gasten zo hard schreeuwen.
    Laten we de stad leefbaar houden voor de rést van de honderd jaar, voor iédereen.

  • B. Miltenburg schreef:

    Ach die E. van Beek toch. Ga lekker op de hei wonen? Ik denk dat zelfs de studenten zich zouden schamen voor deze onnozele en ook nog eens volkomen uitgekauwde opmerking. Ga eens een nachtje in de Nobelstraat logeren. U zal terugverlangen naar uw ongetwijfeld rustige bed. Want dat is een wetmatigheid: mensen die begrip hebben voor overlast hebben er zelf nooit last van.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *