De keuzes van Marieke van Willigen

Marieke van Willigen: “De kerk zou het café van de samenleving moeten worden”

In deze rubriek vragen we Utrechters keuzes te maken in hun vakgebied. Maar ook daarbuiten. Vandaag Marieke van Willigen, docent Journalistiek op de Hogeschool Fontys in Tilburg en hoofdredacteur van PUP.

Een paar jaar terug op een koude en sombere Moederdag, zag ik in het Zocherpark, een stralende verschijning. Tussen het zwart en het grijze lycra van de enkele hardloper liep een vrouw in een witte zomerjurk met rode bloemen. Toen ze dichterbij kwam zag ik dat het Marieke van Willigen was. Zij is de enige vrouw die zomer en winter jurken met zoveel zwier en flair kan dragen. Zelfs wanneer je alleen maar kan denken aan een wintertrui. Haar blog draagt dan ook de toepasselijk naam www.jurkenvanmaria.nl. Korte verhalen over het dagelijkse leven. “Ik laat het leven zien door je mee te nemen met een jurk”. Sporadisch schrijft ze iets over een broek of de spijkerbroek in het bijzonder. Om dan tot de conclusie te komen dat “Jurken alleen maar voordelen hebben”.   

Marieke van Willigen (1973), geboren in Haren, onder de rook van Groningen. “Een saai villadorp, waar niet veel gebeurde. Ik heb wel altijd gedacht dat ik later in een grote stad zou gaan wonen. Ik was de op één na jongste tussen vijf broers. Mijn oudste broer studeerde al en met hem kwamen mede-studenten in huis. Dat vond ik interessant en stiekem in een hoekje luisterende ik naar hen. Er kwamen altijd veel mensen bij ons over de vloer en ik was nieuwsgierig naar hun verhalen en probeerde ook contact te maken. Ik was niet verlegen maar extravert en opgewekt, zo stond ik in het leven. Ik was een verteller, maar aan zo’n volle tafel was het niet altijd makkelijk ertussen te komen. Weinig ruimte voor de jongsten, wel veel gezelligheid.  Mijn ouders waren lid van de Orthodox Christelijke kerk. Niet zoals in de bible-belt, maar wel die categorie. Zo’n kerk is heel dogmatisch en wat er gezegd werd was niet altijd mens-en kindvriendelijk, daar heb ik ook afstand van genomen.”

“Ik ben, sinds ik uit huis ben, nooit meer naar Haren gegaan met de feestdagen”

“Er waren dingen die op zondag niet mochten, zoals buitenspelen en televisiekijken. En tweemaal naar de kerk, lange, saaie diensten. Kerst en Oud en Nieuw vond ik ook om die reden vreselijk, altijd naar de kerk. Bij ons kwam ook geen kerstboom in huis, het was geen feest. Ik ben, sinds ik uit huis ben, ook nooit meer naar Haren gegaan met de feestdagen. Eigenlijk weet ik achteraf niet zo goed wat mijn ouders bij die kerk moesten. Blijkbaar waren ze zo opgevoed en erbij gebleven, want mijn moeder is een vrolijke vrouw. Maar ze gebruikte de kerk ook om maatschappelijk bezig te kunnen zijn. Mijn moeder was ontslagen toen zij ging trouwen. Ze had heel graag willen studeren en dat heeft ze op latere leeftijd alsnog gedaan: theologie en geschiedenis, alles wat ze ooit had willen doen. Mijn vader was directeur van een woningbouwcoöperatie, hij zette zich in voor sociale woningbouw. Hij was geen socialist maar had wel die principes. Mijn ouders waren en zijn heel maatschappelijk betrokken. Ik herinner mij de Vietnamese bootvluchtelingen. Mijn vader zorgde ervoor dat de mensen bij elkaar konden wonen in Groningen en een huis kregen met hun naam erop. Mijn moeder was actief betrokken bij de taalclubs die georganiseerd werden. Er werden sowieso wel eens mensen in huis genomen die dat nodig hadden. Ik leerde van mijn moeder dat je geduld moest hebben met deze mensen wanneer ze misschien anders reageerden, zij hadden zoveel meegemaakt. We hebben op dit moment een Oekraïense vluchtelinge in huis, en dat voelt voor mij niet meer dan logisch en normaal. Zo ben ik opgevoed.”

“Ik kon mijn droom volgen maar die viel snel in duigen toen ik van school werd afgetrapt”

“Ik ging naar de middelbare school in Groningen en ontpopte mij tot “terrorpuber”. Het was een periode van veel protesteren en verzet van mijn kant, ik kan niet zo goed tegen autoriteit. Toen mijn eigen dochter later ook geen makkelijke puber was, realiseerde ik me: ”Ik was erger”. Ik was een onafhankelijke denker en hyperkritisch. Ik zat in een jeugdorkest met gelijkgestemden die ook overal tegen waren. Veel grenzen verlegd en veel dingen geprobeerd. Eindeloos bij de conrector geroepen omdat ik eruit was gestuurd en veel had gespijbeld. Mijn droom was om journalist te worden en ik schreef, toen ik zeventien was, mijn eerste stukje over het circus dat in Haren was neergestreken. Ik liep daar rond en zag aapjes in een vrachtwagen zitten, aan een ketting en dat vond ik niet oké. Ik wilde daar iets over schrijven en belde een van de kleinere Christelijke kranten. Dat was goed: 600 woorden en morgen inleveren. Ik had geen idee hoe ik een artikel moest schrijven maar na een telefoontje naar het Nieuwsblad van het Noorden legde een redacteur mij uit dat het belangrijkst bovenin moest staan. Dat 5xWplusH, plus B de formule was. Wie?, Wat?, Waar?, Wanneer?, Waarom? en Hoe? en de Bron. Dat was mijn eerste les journalistiek. Na de middelbare school ging ik naar Amersfoort naar de Evangelische School voor de Journalistiek. Journalistiek was nieuw in onze familie maar de opleiding in Amersfoort was voor mijn ouders acceptabel. Ik kon mijn droom volgen. Maar die viel al snel in duigen toen ik van de opleiding afgetrapt werd. Ik ging inhoudelijk tegen het hele evangelische in. Maar misschien kon ik mijn droom nog redden door Nederlands te gaan studeren in Utrecht. Ik vond de mensen cool en de stad leuk, een beetje vergelijkbaar met Groningen. Tijdens mijn studie begon ik dingen voor de Stadsomroep te doen en ook voor het Utrechts Nieuwsblad. Ik had een radioformat bedacht waarin nieuwe boeken besproken werden door de auteur en een lezer. Na mijn bachelor kwam Radio 1, BNR en begon ook het werk voor kranten zoals Trouw en AD. Ik trouwde jong, kreeg een tweeling en was weer gescheiden toen ik begin dertig was. Voor de scheiding ben ik te rade gegaan bij professor Kohnstamm. Ik had hem ooit geïnterviewd, daar kende ik hem van. Ik vroeg advies over  hoe je een scheiding met kleine kinderen aan moest pakken. Hij had daar verstand van. ‘Nooit zeggen dat papa en mama niet meer van elkaar houden want dan denken kinderen dat je ook voor de helft niet meer van hen houdt,’ adviseerde hij  We hebben ons dan ook nooit negatief over elkaar uitgelaten tegenover de kinderen. ‘We blijven allebei voor jullie zorgen.’ benadrukten we. Mijn dochter zag meteen hoe je voordeel uit een scheiding kon trekken. Twee huizen, dan toch ook zeker twee fietsen?”

“Ik had een proeftijd van drie maanden en inmiddels zijn we twaalf en een half jaar verder

“Ik deed veel freelance werk en ging op een gegeven moment in Israël werken voor de krant De Pers. Om mij een beetje wegwijs te maken nam ik contact op met Conny Mus. Hij was de langstzittende Midden-Oosten correspondent, voor RTL 4. We spraken af op zijn kantoor in Jeruzalem en daar sloeg de vlam in de pan. Ik heb nog even het idee gehad om in Jeruzalem te gaan wonen, maar het werd op en neer reizen. Jeruzalem is super heftig maar ook super gaaf, met die twee superlatieven. Voor alle wereldreligies is dit de belangrijkste stad en daarom kan je daar redelijk safe wonen. Men houdt zich in, wetende dat met één verkeerde beweging het evenwicht weg is. Israël is een complex land, heel levenslustig met veel passie. Mensen vinden Israël óf helemaal niks óf geweldig, maar nooit iets daar tussenin. Ondertussen diende zich een vacature aan voor docent Journalistiek op de Hogeschool Fontys in Tilburg. Ik ga toch niet het onderwijs in, ik ben journalist, zei ik. “Reageer nou maar”, zei Conny, “Het is echt iets voor jou.” Ik had een proeftijd van drie maanden en inmiddels zijn we twaalf en een half jaar verder.”

Marieke met Conny Mus

“Voor alles is na de dood van een geliefde een eerste keer, alleen thuiskomen, alleen eten”

“In 2010 overlijdt Conny hier in dit huis aan een hartstilstand. De dood is definitief, klaar, vreselijk. Slijten, dat cliché klopt wel. Vriendinnen streken hier neer, om te zorgen en te koken. Zij kunnen je er wel doorheen slepen, je moet doorgaan met leven. Huilen en nog een keer huilen en weer. Voor alles is na de dood van een geliefde een eerste keer, alleen thuiskomen, alleen eten. Je leven samen, de dingen die je samen deed, moet je nu alleen doen. Je gaat nieuwe dingen doen, een nieuw leven beginnen zonder de ander. Fontys was geweldig “Neem je tijd”, zeiden ze, “alles is goed.”  Ze gaven me alle ruimte om te rouwen. Maar ik ging rap weer aan de slag. Mijn studenten waren schattig, ze wisten niet goed wat te zeggen maar lieten mij wel merken en voelen dat ze om mij gaven. Ze gaven een kaart, kwamen op mijn kamer om schutterig te condoleren. Mijn eigen kinderen hadden het er moeilijk mee. Ik moest van de meester van mijn dochter horen dat ze op school zo vreselijk had gehuild. Ik heb toen gezegd:” jullie hebben nu een verdrietige moeder maar dat komt wel weer goed. “. Ik was niet van plan altijd te blijven treuren, vooral niet voor de kinderen.”

“Ik was single en de seksuele Sahara die zich voor me uitstrekte, moest dan maar”

“Voor mij brak een nomadische liefdesfase aan met veel mannen met issues, liefde, verdriet en vooral gedoe. Ik ronde die periode met ingewikkelde Sex and the City-achtige toestanden af. Ik was er klaar mee, ik was single en de seksuele Sahara die zich voor me uitstrekte, moest dan maar. Ik gaf mijn leven een acht, een man kon daar een negen van maken, maar ik had geen zin in een zeven. Even clean van de liefde, de knop om. Na een maandje of twee als alleengaande kwam ik Bart tegen in de trein naar Dordrecht. Hij zat tegenover mij en we begonnen een praatje. Over films, reizen en het Louis Hartlooper. Hij had het over ‘we’ en ik dacht dat hij een relatie had. Dat hij met ‘we’ ik vrouw en kinderen bedoelde, maar het bleek dat “we” hij en zijn broer waren. Ik kreeg een appje, of ik zin had om mee te gaan naar de film, was het omdat ik ook een Cinéville pas had of was het een date? Het bleek het laatste. We zagen een  film, die bitter tegenviel. Maar we hadden iets gezamenlijks om over te klagen. Hij is acteur, studeerde psychologie en is oprecht geïnteresseerd in mensen en hun doen en laten. Die oprechte interesse.  daar viel ik voor. En nog steeds.”

“Alles stroomt ‘panta rhei’. Je wil alles vasthouden, maar alles gaat door”

“Hij werkte bij de KLM en daardoor maken we veel reizen. In mijn online columns noem ik hem ook mijn reisgenoot. Je komt elkaar tegen op reis, je raakt aan de praat en dan besluit je om samen verder te reizen. Het leven is als een reis, een reis die je maakt in een karavaan. Er is een vaste kern maar er komen mensen bij en haken ook weer af. De reis voert je door barre landschappen, langs ravijnen in slecht weer, maar ik loop gewoon door. Die metafoor heeft mij heel erg geholpen in de rouwverwerking. Nu trek ik weer verder en reis door een land dat prachtig is met veel zon, ik hoop dat het zo blijft, maar je weet nooit hoe het leven loopt. Alles stroomt ‘panta rhei’. Je wil alles vasthouden, maar alles gaat door. Het leven gaat door en soms moet je iets los kunnen laten.  

De keuzes van Marieke

Journalist  

“Geert Mak en Joris van Casteren, ik hou van trage en verhalende journalistiek. Hoe zij schrijven, een onderwerp aanpakken en hun verhalen opbouwen, daar kan ik jaloers van worden. Marga Minco, zij was ook journalist en een voorloper van die narratieve stijl. Haar koele observaties, ze kijkt wat er gebeurt en haalt daar de emotionele details uit. En Conny Mus natuurlijk. Hele complexe materie wist hij voor het RTL-publiek in een paar zinnen toegankelijk te maken. Hij was onverschrokken, de bommen vielen om hem heen en hij bleef gewoon staan met zijn microfoon, daar hou ik van”.  

“Ik hou van de verhalende journalistiek van Geert Mak”

Krant  

“Trouw en De Tijdgeest, hun weekend magazine. De vormgeving, het bladritme en de lange verhalen. Het is constructive journalism: de 5xW plus H en dan nog een W, en wat nu? Wat kan de lezer met dit nieuws? De Correspondent, is ook inhoudelijk. Niet alleen de waakhond functie maar ook een functie in hoe je iets brengt. Trouw probeert ook vaak de verbanden te zoeken, waar komt iets vandaan en waar gaat dat heen? Opzij, was een BH verbrandend feministen blad, anti man. Maar gedurende de tijd is het veranderd en ook het feminisme, alles stroomt. Ik schrijf voor Opzij. In plaats van te schrijven hoe erg iets is, richten zij zich op wat er gebeurt vanuit de samenleving. Het is een constructieve manier van nieuws brengen.”

“Een constructieve manier van nieuws brengen”

Kledingstuk  

“De jurk en lingerie, want onder die jurk moet je ook zorgen dat de basis in orde is. Wat mij niet goed staat is een rechte jurk, de penciljurk. Jurken met flare en een beetje uitlopend, die draag ik graag. En de doorknoopjurk, dat is een klassieker. Daar kun je verschillende kanten mee op, knoopjes open of dicht. Sexy of juist netjes. Hoe het met vrouwen gaat kun je aan de mode aflezen. Vroeger kon je alleen maar zitten in een jurk en mochten vrouwen ook niets.  Nu mogen de jurken ultrakort, als je dat wilt. Of lekker wijd, zodat je je vrij kunt bewegen.” 

“De doorknoopjurk is een klassieker”

Kunstwerk  

“Ik hou erg van moderne kunst en ga graag naar museum De Pont in Tilburg. Maar als kunstenaar zou ik Jan Taminiau willen noemen. De blauwe kroningsjurk ontworpen voor Maxima is natuurlijk prachtig. Taminiau weet precies de accenten te leggen op de sterke punten van een figuur. Het is kleding waar ik heel erg van kan genieten, qua ontwerp, kleur, idee en vorm. Nederland kan trots zijn op zo’n ontwerper. Mode is actieve, dynamische kunst. Ik heb de tentoonstelling in het Centraal Museum gezien, prachtig op de poppen, maar wanneer een mens in die jurk gaat, dan gaat het bewegen. Op een pop is het mooi maar wanneer iemand het draagt wordt het alleen maar mooier, door een mens krijgt het kledingstuk een ziel.”

“Taminiau weet precies de accenten te leggen op de sterke punten van een figuur”

Muziek  

“De Chaconne van Bach. Het vijfde en laatste deel van een stuk dat te boek staat als de Partita nr.2 in d-klein. Het is geschreven voor de viool als een solo-instrument. Je hoort wat er allemaal uit een viool te halen is. De Chaconne heeft Bach geschreven toen hij terugkwam van een reis. Zijn vrouw was overleden en ook al begraven. Het hielp mij in mijn rouwverwerking na het overlijden van Conny. Iemand is er niet meer, maar jij bent er nog wel en moet door. Het betekent voor mij ook de schoonheid van het leven. By far het mooiste stuk dat er is. Hoe meer ik het luister, hoe intenser het wordt.”

“Hoe meer ik het luister, hoe intenser het wordt”

Film  

“A Private War. Het is een film over het leven van Marie Colvin, een oorlogscorrespondent. Het is zo realistisch, de oorlog, de frontlinie en de prijs die dat van haar persoonlijk vraagt. Het doet mij natuurlijk denken aan Conny die ook veel oorlogsverslaggeving heeft gedaan. Je ziet de moed en de bewogenheid met de wereld. Het is spannend maar je moet ook onverschrokken zijn. Het is een film die mij diep heeft geraakt. Een speelfilm, maar wel voor 95% waar gebeurd.” 

“Het doet mij natuurlijk denken aan Conny die ook veel oorlogsverslaggeving heeft gedaan”

Boek  

“Au Pair van W.F. Hermans. Een man is bijna altijd de hoofdpersoon in zijn boeken. Maar in dit boek is het een meisje dat als au pair gaat werken in Parijs. Hermans heeft in een interview gezegd dat hij eigenlijk een beetje verliefd op haar was. Het is een mooi verhaal, met een Hermansiaans dilemma. Het gezin waar ze au pair is heeft een bedrag in bewaring gekregen van een Joodse familie. Het was ooit 60 duizend francs maar inmiddels 6 miljoen geworden. Dilemma één: geef je 60 duizend terug of de 6 miljoen. Dillemma twee: De erfgenamen die recht op het geld hebben,  blijken de familie verraden te hebben. Geef je de verraders het geld? Hoe moet je dit oplossen? Een Escheriaans boek, hoe meer je er over nadenkt hoe onbegrijpelijker het wordt. Alles heeft met elkaar te maken en grijpt in elkaar. Au Pair is een briljant boek.”

“Een mooi verhaal, met een Hermansiaans dilemma”

Drank  

“Zwarte koffie, zo bitter en sterk mogelijk. Acht jaar geleden ben ik gestopt met drinken. Ik dacht, als ik zo doorga, word ik vroeg of laat een alcoholist. Ik kon wel matigen en bijvoorbeeld niet meer dan twee glazen wijn per dag drinken, maar het was plezieriger om helemaal te stoppen. Dan hoef je ook geen rekening te houden met die twee glazen, dan ben je vrijer. Ik heb geen half-knop. Ik kom echt nog wel in het café en ga naar feesten. Mensen zeggen dan wel, wanneer ik uitgelaten ben, zou jij niet wat minder drinken? Hoezo? Minder kruidenthee? Ik kan heel direct zijn en het is beter voor iedereen dat ik niet drink want dan word ik nog directer. Mijn favoriet boon is nu Starbucks extra dark, zelf gemalen uiteraard.”  

“Zelf gemalen uiteraard”

Restaurant  

“Ik hou van lunchen in de stad. Bij KEEK is een goede vibe. De eigenaar had letterlijk ’s nachts de droom om dit restaurant te beginnen. In het begin liep het niet zo goed en moesten ze bijna sluiten tot de doorbraak kwam. Het is een restaurant waar gewerkt wordt met natuurlijke producten en er is kunst aan de muur van onbekendere kunstenaars, die je kunt kopen. Een prettige plek om te lunchen.”

“Bij KEEK is een goede vibe”

Utrechter  

“Navah-Tehila, rabbijn-emeritus bij de Liberaal Joodse Gemeenschap. Zij straalt zo veel liefde uit. Zij is heel bijzonder, zacht en positief. Ze veel lagen, daar hou ik van mensen met lagen. Zij is ziek. Ze lijdt aan de ziekte van Parkinson, maar toch staat ze lichtvoetig en zonnig in het leven. Ze klaagt niet. Zij ontwikkelde initiatieven tot samenwerken met andere kerken. Zij is een verbinder. ‘Verbinden’ vind ik een jeukwoord, maar zij doet het wel, er is geen beter synoniem voor.” 

“Navah-Tehila straalt zoveel liefde uit”

Wat zou jij doen als je burgemeester zou zijn?  

“Het organische proces van de samenleving zo laten gaan. Je moet niet alles willen reguleren. Niet zoals in Amsterdam de studentenhuizen aan banden leggen, zij horen er ook bij, we zijn een universiteitsstad. Het proces het proces laten. Is het erg dat groepen gaan samenklitten? Ik zou het ook leuk vinden om in het buitenland dichtbij bekenden te wonen. Het wordt erg wanneer er bepaalde achterstanden in een wijk komen, daar moet je voor waken. Je moet wel proberen om bruggen te bouwen tussen de groepen. Ook zou ik religie en Kerk meer aandacht geven, er gebeurt zo veel in de stad waarin de kerk een rol speelt. Maar de kerken lijken verlegen, er is misschien een zekere kerkschaamte.  Er is door de protestante kerk negen miljoen bespaard aan vrijwilligerswerk, blijkt uit een onderzoek een paar jaar geleden.  Kijk naar bijvoorbeeld naar hun werk voor vluchtelingen. De kerk werkt op dit moment intensief samen met de gemeente Utrecht als het gaat om de opvang van Oekraïners. Slim van de gemeente. Kerken hebben ervaring met vluchtelingen en de know how in huis. Artsen, psychologen het zit allemaal in de kerk. Er is veel leegloop, maar er blijft een harde kern over, mensen die betrokken blijven bij de samenleving en betekenisvol willen leven. Maar het moet allemaal wel een beetje afgestoft worden. De kerk zou het café van de samenleving moeten worden. Waar je dingen met elkaar organiseert en sprekers uitnodigt. Dat gebeurt nu al, maar het moet normaler worden in de stad.” 

Marieke geeft 17 september om 17.00 uur de preek van de leek in de Nicolaikerk.

Yontie Helders

Eén reactie

Reageren
  1. Fantastisch interview. Marieke van Willigen slaagt erin de lezer te laten delen in haar eigen leven, waarvan zij de moeilijkheden niet verhult. Tegelijk geeft het interview de lezer hoop. Het laat zien dat je toch verder kunt, ondanks verdriet en tegenslag.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *