De keuzes van Jan van Piekeren

Jan van Piekeren: “Je kan stadion Galgenwaard vullen met de mensen die onder de armoedegrens leven”

Jan van Piekeren

In deze rubriek vragen we Utrechters keuzes te maken in hun vakgebied. Maar ook daarbuiten. Vandaag muzikant Jan van Piekeren.

Wanneer ik bij Jan van Piekeren (58) en Jelleke Meijer binnenkom, valt mijn oog op de foto van een vrouw die ik uit een ver verleden ken. “Hoe kennen jullie Wilma Schotanus?”, vraag ik Jelleke. Jelleke vertelt dat zij en Wilma al bevriend waren vanaf hun vijfde jaar. “We verloren elkaar een beetje uit het oog toen zij naar Hilversum verhuisde. Maar toen wij naar Baarn gingen, woonden we ineens weer op fietsafstand van elkaar. Na haar overlijden is de band met haar kinderen en onze oude vriendengroep hechter dan ooit geworden.” Namen van mensen die Jelleke en ik kennen vliegen over de tafel en Jan schuift aan met de koffie. We praten over het overlijden van mensen uit je jeugd en hoe die herinneringen met zich meenemen. Hoe mooi het is wanneer je iemand uit je jeugd toevallig weer tegenkomt omdat je wat langer in een kroeg bleef. Je krijgt de herinneringen weer terug. “Ik voel de tekst voor een liedje”, zegt Jan. “Kom een uurtje eerder of blijf een uurtje langer dan je wilde, het kan je leven veranderen. Mij zal je nooit meer horen zeggen: “We moeten naar huis”. 

Jan van Piekeren, geboren in Enschede. “Ik groeide op met mijn broer. Mijn vader was beroepsmilitair, gestationeerd op Vliegbasis Twente. Toen ik zes jaar was verhuisden we naar Duitsland, eigenlijk heb ik geen enkele herinnering aan Enschede. Mijn jeugdherinneringen gaan terug naar vliegbasis Blomberg, waar de raketten lagen die nu weer 300 kilometer naar het Oosten worden verplaatst. We woonden in een ‘Asterix&Obelix dorp’, met 500 gezinnen bij elkaar op de basis. De vaders waren allemaal militair en de moeders volleybalden. De sociale controle was enorm en je moest we heel creatief zijn om kattenkwaad uit te kunnen halen. Ik vergelijk het leven daar wel eens met het leven in Urk. Wij hadden geen coke, maar wel belastingvrije drank. Ik was een druk jongetje en mijn moeder zei dan:’’ Jan, doe maar gewoon, er is geen visite.” In 1976 kwamen wij terug in Nederland, we gingen wonen in IJsselstein en mijn vader werkte bij de staf van de luchtmacht in Zeist in het huis waar nu Wibi Soerjabi woont. Ik ging naar de Mavo en zat naast de zoon van de visboer in de schoolbank, zijn opa bakte een visje als ik daar kwam. Ik was zo gewend om alleen maar met kinderen van militairen om te gaan dat ik dat heel bijzonder vond. Er kwam een gevoel van vrijheid over mij, er was geen controle meer buitenshuis en ik had een boefje kunnen worden. Maar ik kom uit een goed gezin, met metaal in het fundament en normen en waarden. Ik vergelijk het wel eens met de Berber-jongentjes, uit de omgeving gerukt die ze zo goed kennen, waar de sociale controle zo groot is. Maar om de hoek van de flat is de controle weg.”

“Ik ontdekte dat het leven één groot experiment is”

“Na de Mavo ging ik naar de MEAO, het kanaal over naar Kanaleneiland. Ik ontdekte dat het leven één groot experiment is. Van Kanaleneiland was het al snel naar de grote stad, ik ging uit in ‘Sarasani’, ‘De Vrije Vloer’ en ‘Tivoli’ aan de Oudegracht. Na de MEAO moest ik in dienst en als zoon van een beroepsmilitair kon ik geen dienst weigeren maar ik wilde wel vervangende dienstplicht vervullen. Dan zou ik veertien maanden achter een karretje moeten lopen in een ziekenhuis. Mijn vader was geen bankdirecteur die zijn zoon een goedkope hypotheek kon bezorgen, maar hij kon er wel voor zorgen dat ik dienstplichtig hospik kon worden. Ik werkte op de medische post in Soesterberg en haalde mijn rijbewijs zodat ik ook ambulances mocht besturen. Ik leefde veertien maanden lang in een satire. Omdat ik enige kennis had van verbandmiddelen vond ik een baan als inkoper medische hulpmiddelen en incontinentiemateriaal bij Spruyt Hillen. Daarna werkte ik bij een importeur voor wegwerphandschoenen. In 1987 was de angst om AIDS te krijgen groot en mensen in contactberoepen wilden wegwerphandschoenen. Ik vergelijk het met de vraag naar mondkapjes die wij tijdens Corona hadden. Na de handschoenen werkte in ik België bij een autoaccessoires groothandel. We verkochten alles wat je niet nodig hebt om een auto te laten rijden. Na de Eerste Golfoorlog, werd er geen auto meer verkocht, laat staan spoilers en sportsturen.”

“Op jonge leeftijd een flink faillissement kan je een eeuwigheid van zoeken schelen”

“Het bedrijf ging failliet en dit faillissement was voor mij de start van eindeloos geluk. Op jonge leeftijd een flink faillissement kan je een eeuwigheid van zoeken schelen. Ik begon in de horeca, schreef rijmpjes en gedichtjes. Ik had dat altijd al gedaan: op verjaardagen en feestjes iets voordragen. Die “optredens’ waren eigenlijk mijn eerste podium. Als ik niets voor te dragen had dan vroeg mijn moeder of het wel goed met mij ging. In 1992 deed ik mee met het ‘Amsterdams Kleinkunst Festival’ en kwam door de eerste twee ronden. Bij de derde ronde viel ik door de mand. Ik wist nu wel wat ik graag wilde, maar dat ik het niet kon.”

“Nu ben ik geworden wat ik toen had gehoopt”

“Ik wilde liedjes verbinden door verhalen, ik was een autodidact en moest nog veel leren. En nu ben ik geworden wat ik toen had gehoopt, door te volharden in dat wat ik leuk vond. Ik ging door met schrijven, speelde piano en zong liedjes hier en daar. In 1998 werd ik bedrijfsleider van ‘De Kameel’ en dat voelde als thuiskomen voor een zoekende creatieve jongen. In dat café met gitaren aan de muur kwamen twee generaties creatief Utrecht bij elkaar, er werd gezongen en gefeest. Alles werd gevierd, de hele agenda van de Verenigde Naties en de Dag van de Secretaresse, er was altijd wel een aanleiding. Ik ontmoette daar Jelleke en in ‘De Kameel’ is ook de band ‘Overlast’ ontstaan. Door alle feesten bezorgden we de buren veel overlast en de boetes liepen steeds meer op. We besloten onze band ‘Overlast ’te noemen. Dan konden we op de ramen de posters plakken met “Over 2 weken Overlast”, was iedereen meteen gewaarschuwd. Jan Zwiers, barkeeper in de kroeg, speelde gitaar en samen zongen we. In 2001 kwam Johan Fransen erbij voor het gitaarwerk en de solo’s. Tot 2009 was het leuk, maar dat wat ik in 1992 al zo graag wilde, wilde ik nog steeds. Kleinkunst: liedjes zingen en verhalen vertellen. Samen met Johan ben ik verdergegaan. We spelen overal en hebben het bizar druk. Na Corona is het heerlijk om weer voor publiek op te treden. Tijdens Corona hebben we veel gestreamd en online gespeeld, maar je hebt publiek nodig om een beetje mee te lallen en lol te maken”. 

De keuzes van Jan

Muziek 

“Herbert Grönemeyer. Zijn muziek is een venster naar mijn jeugd. Van 1964 tot 1976 woonden we in Duitsland, het Duitsland van net na de oorlog. Ik herinner mij dat dat we paasstokken hadden gemaakt op onze Nederlandse lagere school en die naar het bejaardencentrum in het nabijgelegen dorp brachten. Voor de dames een stukje zeep en voor de heren een sigaar aan de stok gebonden. Het waren mensen die zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog hadden meegemaakt. Voor mij voelde het alsof ik naar mijn eigen opa en oma ging. Maar vanuit het perspectief van de ouderen gezien was het heel bijzonder dat wij als kinderen van de geallieerden hen een cadeautje kwamen brengen. Het gevoel met een rits kinderen de berg oplopen met die paasstokken, dat brengt Grönemeyer weer bij mij terug. Dat realiseerde ik mij pas toen ik volwassen was. Hij zong wat hij voelde, heel open. In de jaren zeventig was het nog allemaal ‘heimat’ en ‘schlager’, toen kwam de ‘Deutsche Welle’ en Grönemeyer. Ik heb nummers van hem in mijn eigen repertoire opgenomen. Ik heb ze ‘hertaald’, vaak is het Duitse woord niet te vertalen naar het Nederlands. Ik ben tweetalig opgevoed dus kan ik de essentie van een tekst beter her- dan vertalen. Soms vertaal ik een Nederlands tekst in het Duits omdat ik na moet denken over hetzelfde gevoel met een ander beeld. Ik kom dan op een beter beeld en vertaal dat dan weer terug in het Nederlands. Zo dwing ik mijzelf tot een extra laag.” 

“Zijn muziek is een venster naar mijn jeugd”

Zaal 

“Het oude Tivoli. Ik heb daar zoveel optredens gezien en zelf heb ik er ook opgetreden. Het nieuwe Tivoli heeft tijd nodig voordat het echt iets wordt, er moet tijd overheen. Soms kom ik er nog wel eens omdat De Comedyhuis Club daar nog een ruimte heeft. Ze zitten in de ruimte waar vroeger veel Funk, Reggae en Soul werd gespeeld. Dan zie ik de prachtige lampen in de grote zaal hangen en dan besef ik mij dat we zoiets nooit meer terugkrijgen. Het was een legendarische plek net zoals Paradiso in Amsterdam dat is”. 

“Zo iets krijgen we nooit meer terug”

Boek 

“Joe Speedboot van Tommy Wieringa. Ik las het boek in Tsjechië terwijl ik kampeerde in een boomgaard. Ik heb nog nooit zo hard om een boek gelachen. Niet dat ik het nog eens zou herlezen, ik ben geen ‘herlezer’. Misschien de Bijbel, maar dat wordt er ook na de derde keer lezen ook niet beter op. Hoewel als je na de achthonderdste druk nog steeds gelezen wordt dan heb je als schrijver toch iets goed gedaan.” 

“Ik heb nog nooit zo hard om een boek gelachen”

Film 

“Hair’. Ik heb eigenlijk altijd het gevoel dat ik tien jaar te laat ben geboren. De jaren zeventig met de hippie-beweging, love, peace en de muziek. In Hair vind je alle grote thema’s terug: oorlog en vrede, rijk en arm. Eigenlijk zou je hem nu wel weer eens kunnen uitzenden, voor mijn gevoel zitten we weer een beetje in 1972. Hair, de muziek, de kleuren, de diversiteit, het verhaal. Elke keer weer hoop je dat de jongen niet in het vliegtuig stapt. Ik had een maatje Juan waar ik mee in de snackbar werkte op zaterdag en hij vond Hair ook te gek. We hadden een wedstrijd wie de film het meest had gezien. Hair draaide als nachtfilm bij Springhaver, op woensdagnacht. Dan zat je met twee of drie mensen in de zaal, maar ik had de film nog een keer meer gezien dan Juan. We hielden dat precies bij. Ik geloof dat ik op zeventien keer ben uitgekomen.” 

“Ik geloof dat ik hem zeventien keer heb gezien”

Kunstwerk 

“Daar kom ik niet uit. Ik ben in Assen geweest naar Frieda Kahlo, heel mooi. Maar wat ik echt kunst vind, is dat wanneer er een nieuw park wordt aangelegd en iemand met een A4’tje en een kartonnen maquette een ontwerp voor een beeld maakt. Daar komt hij mee bij een kunstcommissie en dat dan vijf mensen zeggen: ”Jij krijgt die ton, om dat kunstwerk in het park neer te zetten.” De verbeeldingskracht van zo iemand vind ik echt kunst. Dat concept en dat je al dat warrige in je hoofd concreet kan maken. Zodanig dat mensen zeggen: dat kartonnen ding van hem, dat gaan we in beton gieten”. 

Stad 

“Utrecht. Jell en ik kunnen dagen door steden slenteren. Lissabon of Nice, musea pakken en lekker eten. Dat vinden we allemaal leuk. Maar zeker nu ik wat ouder word kan ik ook met hetzelfde gevoel door Utrecht lopen waarmee ik voorheen door Lissabon liep. Meer oog hebben voor de details, dan wordt je eigen stad nog leuker en meer bijzonder. Dertig jaar lang fiets je gewoon overal langs omdat je van A naar B moet. Als je wandelt zie je nog niks omdat je met de belasting in je hoofd zit. Maar wanneer je bewust gaat kijken naar de gevels en de spuiters, dan kijk je met andere ogen naar je stad”. 

“Wanneer je bewust gaat kijken naar de gevels en de spuiters, dan kijk je met andere ogen naar je stad”

Restaurant 

Jell is meer de ‘uiteter’ dan ik. We eten al jaren geen vlees maar ik vind alles wat vleesloos is lekker. Ik ben vaak weg rond etenstijd en heb dan geen zin in allemaal mensen om mij heen in een restaurant. Ik vind het gezellig als mensen bij ons thuis komen eten dan hoef ik zelf de deur niet uit”. 

Drank 

“Koffie, met melk en een zoetje. Ik ben een echte ‘koffieleut’, iemand moet de Braziliaanse koffieboeren overeind houden. Ik drink al jaren geen alcohol meer. Mijn broer is aan zijn drankgebruik overleden en ik kom van dezelfde plank dus ben ik met alcohol gestopt. Het duurt drie jaar voordat iemand je geen drank meer aanbiedt. Dat ze niet meer zeggen: “ He, wat ongezellig”. Als je ergens optreedt dan is het zo gewoon om na afloop nog een drankje te doen. Maar je moet ook nog terugrijden, raak je je rijbewijs kwijt en dan moet je een chauffeur nemen. Dan hou je helemaal niets meer over aan een optreden. Een drankje kan ook als een beloning voelen na een optreden, maar nu drink ik een kopje koffie en rook af en toe een jointje”. 

“Iemand moet de Braziliaanse koffieboeren overeind houden” (foto: Kees Wennekendonk)

Favoriete Utrechter

“Mijn favoriete Utrechter is iedereen die hier woont en zich iedere dag inzet om van de stad een leuke plek te maken. Utrechters zijn niet van helden, doe maar normaal”. 

Wat zou jij doen als je burgemeester van Utrecht was? 

“Ik zou alle lokale media willen inzetten om zoveel mogelijk mensen die leven in armoede op te sporen, zodat zij ook weer mee kunnen doen. Deze mensen verdwijnen uit het straatbeeld en verstoppen zich uit schaamte en stress. Voor het Straatnieuws zocht ik samen met Patrick Meijer  voor de Armoedecoalitie Utrecht uit wat armoede is. Al snel kwamen we op het spoor van Buurtteam, een organisatie die in elke buurt in Utrecht aanwezig is met een team. Daar moet je zijn als je hulp hebt nodig hebt bij armoede. We kwamen tot de schokkende ontdekking dat je stadion Galgenwaard kan vullen met mensen die onder de armoede grens leven”. 

Yontie Helders

12 reacties

Reageren
  1. Heerlijk om te lezen over mn vriendjes. Precies zoals ik ze ken, ontzettend lieve, creatieve en geëngageerde mensen! One of a kind

  2. Ah nu snap ik waarom je niet op mijn barbeque kwam gisteren Jan! Maar het was reuze gezellig bij JJ Music House. Succes met de doorbraak!

  3. Hoi Jan wat een geweldig stuk , heb ervan genoten , en natuurlijk je 5 jaar in Duitsland (Blomberg) meegemaakt) en jaren vrienden geweest met je lieve ouders, die er helaas niet meer zijn maar nog dikwijls aan ze denk wat een mooie tijd , wens jou en Jelleke alle goeds , lieve groetjes Anneke van Opdorp xx.

  4. Hi Jan, wat heerlijk om je zo een beetje beter te leren kennen! Graag tot ziens!! Wilhelmus

  5. Lieve Jan, heerlijk om te lezen, en de vertaling van ,,,,blijf voor altijd bij mij,,,,, is subliem net zoals al je liedjes,
    Tot gauw in de kargadoorxxxxx Ben blij dat ik je al zolang ken, topper

  6. Hoi Jan, Het is lang geleden, maar ik volg wel een beetje de verhalen die naar buiten komen over jou. Goed dat je nu echt je roeping kunt volgen en happy bent.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *