kroegverhalen

Horecaverhalen van toen: De Gasterij, een ballenkroeg met stijl

Het schilderij hangt nog steeds in Trans 7

Een aparte loot aan de boomstam van kroegen in de jaren zeventig en tachtig is zonder meer De Gasterij op de Trans. Een ballenkroeg, oké, maar wel een met stijl. Hij ging in 1973 open. Eigenaren Duco Keulen en Bebbes de Jager waren op jonge leeftijd al stamgast bij De Dikke Dries in de Waterstraat en vonden het tijd voor een eigen versie. Ze begonnen hun kroeg op de Trans 7, in een voormalig accountantskantoor. Wat bij binnenkomst, destijds, meteen opviel was het grote schilderij achter de bar.  ‘Hadden we opgevouwen gevonden achter de betengeling, die we moesten verwijderen op last van de brandweer. Het was geschilderd door een of andere Italiaan in de 18de eeuw. Die kunstenaars reisden door heel noord Europa en schilderden voor weinig je huis vol.’ Dat schilderij hangt er nog trouwens, als is er op 7 tegenwoordig restaurant Zala gevestigd, met daarboven een bewierookte Bed & Breakfast. Verder stond er tamelijk pontificaal een biljart met rood laken en groene bal.  

“We wilden nadrukkelijk een tegenwicht bieden aan de hippy en provotijd”

Keulen wil in zijn statige Maliebaan-villa wel wat uitleggen over de kroeg van toen. ‘Mensen zagen het als dependance van Dikke Dries. We hadden veel USC-leden die elke dag na hun studie om een uur of tien kwamen afzakken. Ja, dat kon wel uitlopen. We deden vaak genoeg de deur dicht om twee uur en hadden daarna nog volop schik. Voor de opening hadden we de senaat van het Utrechts Studenten Corps uitgenodigd. Die heren kwamen in een koets. Beetje ballerig was het wel allemaal, al hadden we een aardige mix. Als je je gedroeg en netjes betaalde, was iedereen welkom. We wilden nadrukkelijk een tegenwicht bieden aan de hippy en provotijd. Ik kwam van een Engelse kostschool en had het niet zo op dat gedram. Alles was Che Guevara en Fidel Castro in die tijd, dat socialistische gedram. Nou, meneer Guevara rookte wel sigaren van twintig dollar per stuk en kon zich permitteren om heel Zuid-Amerika op de motorfiets door te crossen. Gek was wel dat als ik bij jongedames kwam te logeren, daar steevast Che aan de muur hing. Lag je te sparren terwijl hij toekeek. Dat hield me verder niet tegen, hoor.’  

“We deden een restyling en even later zat de hele boel weer lekker te brallen”

Qua muziek was het bij De Gasterij een midden tussen de Top veertig en Arbeidsvitaminen, niks speciaals. Behalve veel ballen kwamen er ook veel kaarters. Keulen: ‘Er mocht gegokt worden, maar niet met stapels geld op tafel. Veel leuker was dat er veel gebackgammond werd. We hadden regelmatig een landelijk toernooi op zaterdag en zondag. Kwamen bekende Nederlanders op af zoals Piet Hein Keizer van de Bonaparte Tapijt met zijn vrouw Liane Engeman, coureur, en haar collega Toine Hezemans. Gek genoeg kwamen daar later weer bridgetoernooien uit voort.’ 

Een jaar of vier na de opening viel de aanloop plotseling stil. Waarschijnlijk hadden de heren studenten een ander café ontdekt. ‘We deden een restyling. Biljart naar achter, bar naar voren en even later zat de hele boel weer lekker te brallen. We kregen van wijnschrijver Robert Leenaers nog een prijs voor het café met de beste wijn van het land, samen met De Apotheek in Hengelo. Ja, wat wil je, we schonken wit, rood en rosé van Guigal. Die ben ik later zelf gaan importeren.’ In 1982 verkocht Keulen zijn aandelen aan compagnon De Jager en werd importeur van Magimix, koffiemachines en koffie. 

Op weg naar de voordeur, in de statige gang, een serie foto’s van Che Guevara, uit de camera’s van Alberto Korda en Rene Burri, ingelijst en gesigneerd. Het leven past zich vanzelf aan.  

Will Jansen

Will Jansen is van juni 1949. Hij gaf eind 1977 de brui aan zijn studie Rechten en begon in februari 1978 met Wouter de Cocq Café de Zaak, wat meteen een groot succes werd. In 1981 stapte De Cocq op en begon de Morgenster aan de Oudegracht. Twee jaar later nam Jansen De Twijfelaar aan 't Wed over en noemde het Orloff. In 1989, na vijf jaar bakkeleien met de fiscus, hing hij zijn kroegbaasschap aan de wilgen.
In '93 begon hij van lieverlee te schrijven, vooral over de horeca. Onder meer voor Horeca Journal, Esquire en Miljonair. Voor dat laatste blad maakte hij samen met Alain Caron reportages van tientallen drie sterren restaurants in heel Europa. Will Jansen schreef twee romans die beiden gedeeltelijk in Utrecht afspelen: Coke en Gladiolen (2001) en De Zelftemmer (2018). In 2003 startte hij zijn eigen culinaire magazine Bouillon.
Samen met zijn vrouw Anka doet hij dat nog steeds: elke drie maanden een nieuwe editie. Ze zijn nu 36 jaar getrouwd en hebben twee kinderen, Boye (35) en Didi (33). Zie ook:
https://bouillonmagazine.nl/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *