Hoe is het nu met?

Het mooiste meisje van de stad/Thea Rieff (72): Cuba Libre

Vrouwen die ouder worden maar zich jong blijven voelen. Hoe doen ze dat? En is oud worden een straf of een zegen? Thea Rieff:” ieder dag ben ik gelukkig dat ik opsta en mij nog zo fit voel.”

Thea Rieff, geboren in Dordrecht, groeide op in een gezin met vijf kinderen. Haar vader was te werk gesteld in Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na zijn terugkeer aan het einde van de oorlog was het feest.” Tijdens dat feest ben ik ontstaan,” lacht Thea. Toen Thea ruim twee jaar oud was verhuisde het gezin naar Kampen. “Ik denk dat die verhuizing een van mijn vroegste jeugdherinneringen is. De chauffeur van de grote verhuiswagen met mijn vader en de drie oudste kinderen voorin in de cabine. Mijn moeder met mijn jongste broertje in de kinderwagen en ikzelf tussen de meubels achterin. In die tijd voelde verhuizen als emigreren. We hadden geen auto en geen telefoon, het dialect was amper te verstaan en we woonden ver van onze familie. Bij de familie Rieff was iedereen welkom. Opa kwam bij ons wonen en een paar jaar later mijn oma. Tijdens de zomervakanties kwamen neefjes en nichtjes op de fiets naar ons toe, werden er bedden op zolder gezet en zaten we makkelijk met twintig man aan tafel. In Kampen was de verzuiling duidelijk merkbaar. Wij waren een katholiek gezin en wij konden geen boodschappen doen bij de protestante kruidenier. Het was dan ook logisch dat ik naar de Rooms-Katholieke meisjesschool ging, die geleid werd door strenge nonnen. Na de lagere school gingen alle meisjes naar de Huishoudschool, maar ik ging naar de Mulo.

Hij veroverde haar met dozen bonbons van een meter

Mijn vader hamerde op een goede opleiding ook voor zijn dochters. Hij had zelf graag verder gestudeerd en ik ken hem niet anders dan zittend achter zijn dambord of lezend in de Winkler Prins Encyclopedie. Ik haalde mijn diploma toen ik zestien was, nog te jong om de verpleegstersopleiding in Utrecht te gaan doen. Ik werkte een in een schoenenwinkel en vervolgens bij een tuinderij. Aan die baantjes zou ik respectievelijk mijn liefde voor schoenen en voor tuinieren overhouden.” Inmiddels had Thea haar toekomstige echtgenoot ontmoet tijdens een fietstochtje met een vriendin van Kampen naar Vlissingen. Er werd overnacht bij een tante van de vriendin en haar flamboyante zoon In Maarssen. De neef had gevaren als kok voor de Nedlloyd en was toen kok bij de Canadese ambassadeur in Wassenaar. Hij nam de meisjes mee uit in zijn Jaguar: eerst dansen in Loosdrecht en daarna nog naar Amsterdam. Toen Thea achttien was verhuisde zij naar Utrecht, woonde in het zusterhuis van het AZU en later op de IJsselstraat. Inmiddels was de kok ook weer in haar leven. Hij veroverde haar met dozen bonbons van een meter en boeketten waar hij zelf schuil achterging. Ze trouwden en een half jaar voordat Thea haar verpleegstersdiploma zou krijgen werd zij zwanger en moest haar ”schort aan de wilgen hangen.” Inmiddels had haar man een baan gevonden als vrachtwagenchauffeur en kon hij het vervoersbedrijf overnemen. Het ontbrak hem aan de benodigde papieren en Thea haalde de dag voor haar bevalling het vakdiploma Beroepsgoederen vervoer over de weg. Er werd flink geïnvesteerd in het bedrijf, maar de investeringen bleken niet rendabel genoeg en een faillissement volgde.“

“Bij de opnamen van Keetje Tippel was Graaf Floris vier nachten open”

De dag van het beslag leek wel een feestje de chauffeurs kwamen met gebak en er werden bloemen bezorgd, maar we hadden geen cent meer. In de zak van een pak van mijn man vond ik nog een tientje. Genoeg voor een paar dagen eten. “Koop maar een lekkere fles wijn en een paar kaasjes, dan maken we er iets gezelligs van,” opperde haar man. We woonden inmiddels in Odijk en ik moest op zoek naar werk. Ik ben liftend naar Utrecht gegaan en kon een baan krijgen als assistente op de verloskamers in het AZU. Ik draaide nachtdiensten: een week op en een week af. Zou kon ik ook voor mijn gezin met inmiddels drie kinderen zorgen.” Haar man vernam van een kennis dat Café Graaf Floris aan de Vismarkt een nieuwe eigenaar zocht. Ze maakten er een café restaurant van en serveerden lunches en diners. “De faculteiten zaten nog allemaal in de stad in 1973, we waren geliefd onder de medewerkers van de Universiteit. De leden van het Utrechts Symfonie Orkest wisten ons te vinden om te souperen na optredens en kunstenaars hadden een vast tafeltje in de zaak. Ik had bij Restaurant Noord-Brabant gezien hoe men een echte Irish Coffee serveerde en de Boeuf Stroganoff aan tafel flambeerde en dat deden wij ook. Wij maakten onze appelbollen zelf en ik heb ik weet niet hoeveel kroketten gedraaid. Een mooie herinnering bewaar ik aan de opnames van Keetje Tippel toen wij vier nachten open bleven voor de acteurs, figuranten en crew. Na vijfentwintig jaar huwelijk was de koek op en ik moest op zoek naar werk. Ik zag een advertentie voor een gastvrouw bij Rederij Lovers en daar kon ik ook mijn horeca ervaring kwijt. Ik bedacht historische rondvaarten, high tea’s, bruidsvaarten en dinnercruises. De concurrentie was groot en we werden overgenomen. Ik vond een baan als secretaresse bij AMECO, een kantoor aan het Wilhelminapark. Al snel deed ik ook daar de catering en verzorgde ik de lunches, ik kon het niet laten. In 1992 ontmoette ik mijn vriendin met wie ik zes jaar samenwoonde. Twee vrouwen in een relatie begrijpen elkaar en hebben dezelfde problemen. Het leek allemaal zo makkelijk.

“Want mooie woorden, dat hebben ze de Cubanen”

Toen onze relatie strandde voelde ik mij radeloos van verdriet. Ik ging mee met een dansreis naar Cuba. Het bleek een goede remedie tegen mijn verdriet. Ik kreeg een fantastische Cubaanse danser als partner toegewezen. We dansten van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, overal was muziek. Ik kwam helemaal opgeknapt terug en ik ging drie achtereenvolgende jaren terug. Ik ontmoette een Cubaanse honkballer, de enige Cubaan die niet kon dansen, en werd verliefd. Ik kon niet echt verstaan wat hij tegen mij zei en ik vroeg een Cubaanse Professor die Engels doceerde of hij de woorden van mijn vriend kon vertalen. Het waren de mooiste woorden die iemand ooit tegen mij had gesproken. Want mooie woorden, dat hebben ze de Cubanen. De professor leerde mij Spaans, we bezochten musea en gingen veel uit. Van het een kwam het ander en ik dacht “Nieuwe eeuw, nieuwe kansen” en we trouwden. Hij kwam naar Nederland en ik zag iemand met trots en aanzien in Cuba, verschrompelen tot een mister nobody in Nederland. Hij voelde zich te zwart, te arm. Hij miste de taal en zijn vader en hij kon alleen maar ongeschoold werk doen hier. Mijn hart brak als ik hem met zijn muts over zijn oren, op de fiets in de regen, naar Nieuwegein zag gaan om post te sorteren. Hij kon niet meer terug naar Cuba, de lijnen zijn afgesloten als je een jaar in het Westen verblijft. Na drie jaar zijn we gescheiden en hij vond een baan in de beveiliging. Hij werkt nog steeds in het van Gogh Museum. In 2007 ontmoette ik mijn tweede Cubaan. Ik, die had gezworen dat ik nooit meer een Cubaan als partner wilde hebben viel toch als een blok voor deze zanger.

Ik kocht een huisje en ging twee maal per jaar naar Santiago de Cuba. Rondrijden achterop de motor was geweldig. Toen mijn zanger mij op wilde halen, kreeg hij echter een vreselijk ongeluk en zou er twee jaar overdoen tot hij weer een beetje kon lopen. In 2012 raasde de orkaan Sandy over Cuba, daken van huizen weggeblazen, huizen compleet weggevaagd en bomen ontworteld. Mijn huisje is blijven staan, maar in de straat was het een ravage. Eerst de buurman geholpen zijn dak te repareren en toen de overbuurvrouw. Ik ben een actie gestart “Daken voor Santiago”, en met weinig geld hebben we de straat kunnen helpen en er groeien nu zelfs weer bomen. Door het ongeluk is het karakter van mijn zanger veranderd en soms herken ik de lieve man van vroeger niet meer. Maar Cuba geeft mij het gevoel van thuiskomen: iedereen kent mij, ik ben daar ingeburgerd. Het leven is daar soms moeilijk, niet alles is altijd verkrijgbaar. Zo zijn er dagen dat er geen toiletpapier, geen tandpasta of geen kip te krijgen is. We vragen ons niet af wat gaan we eten, maar wat kunnen we eten? Als ik dan weer terug ben in Utrecht kan ik met verbazing kijken naar de dertig soorten melk, de tachtig soorten brood en de vijftien verschillende potten pindakaas. En dan vraag ik mij wel eens af is dat nou allemaal nodig?”

Hoe is het om ouder te worden?
“Ouder worden heeft twee kanten, je fysieke gesteldheid wordt minder en ik kan niet blij zijn met ieder vlekje, maar alles doet het nog. En ach, ouder worden is geen ontkomen aan, de tand des tijds knaagt nu een maal aan iedereen. Ik heb van mijn vader een gen geërfd dat voor hartritmestoornissen zorgt en in 2014 had ik een acute hartstilstand. Een vriendin was toevallig bij mij op bezoek en zij belde 112. Ik heb in het AMC een inwendige defibrillator gekregen en er is niets meer aan de hand. Maar ieder dag ben ik gelukkig dat ik opsta en mij nog zo fit voel. Ik kan niet meer paardrijden en skiën doe ik ook niet meer, allebei te belastend voor mijn knieën. Maar de Salsa, een Tango of de chachacha, geen probleem.”

Wat is je geheim?
“Doorgaan, dansen en bewegen. Ik schilder en ik werk in mijn tuin aan de Oud Wulfseweg. Ik dans driemaal in de week, Achter het Stadhuis, bij La Zapada of bij Sterrenzicht. Ik ga naar Pilates en soms naar de sportschool. In Cuba voel ik mij altijd twintig jaar jonger, daar danst iedereen. Hier voel ik mij soms een oude taart in de Salsa wereld. Maar ik blijf dansen en heb een vaste danspartner die al vierentachtig is.

Is je stijl veranderd?
“Ik draag graag een rok, maar er liggen net zo goed spijkerbroeken in mijn kast. Toen ik bij Ameco werkte vond ik dat er professioneler uitzag in een mantelpak, ik was immers helemaal geen secretaresse. Mijn hakken zijn ook lager geworden, ik danste vroeger makkelijk op stiletto’s van 10 centimeter.”

Wat vind je van de Utrechtse vrouw?
“Ach dat is moeilijk zoveel vrouwen, zoveel stijlen, zoveel verschillen. Maar wat ik wel zie is dat veel vrouwen best een paar kilo kwijt kunnen.”

Aan wie geef jij het stokje door?
“Aan Marianne Baghuis (73), zij geeft nog altijd schilderles in het Bartholomeus Gasthuis, aan de zusters Augustinessen en aan kinderen.”

6 reacties

Reageren
  1. Veel tijd doorgebracht in Graaf Floris, mooie tijd. Leuk om te lezen hoe het Thea vergaan is al die tijd, er van genoten!

  2. Ooit geleerd van Frank van Eekeren (+) dat ze bij Graaf Floris de beste Irish Coffee hadden…Ik ga altijd nog naar GF als ik plots zin in Irish Coffee heb…..zo heb ik Thea ook leren kennen…indertijd kwam ik regelmatig daar met Frank en Joes Wouda…….Ik herinner me dat we enorm konden lachen met Thea…ons soort humor zal ik maar zeggen….ik moet daar nog altijd aan denken als ik weer es over de Vismarkt loop.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *