Hoe is het nu met?

Het mooiste meisje van de stad/Nanneke van der Heijden: “Vooral blijven kijken en je verwonderen, anders word je cynisch”

Een serie over inspirerende Utrechtse vrouwen die een jaartje ouder worden. Nanneke van der Heijden (53): “Ik kan terugkijken op alle dingen die ik heb gedaan, alles valt op z’n plek.”

Wanneer ik bij Nanneke aanbel, wordt juist het papklokje van het Barthelomeus Gasthuis bij haar aan de overkant geluid. Ieder dag stipt om 12 uur luidt een vrijwilliger van het Klokkenluiders Gilde een van de oudste klokken van Utrecht. We lopen de trap op naar de eerste verdieping. “We wonen boven, ik ben eigenlijk niet anders gewend. Mijn ouders hadden een drogisterij-parfumerie en wij woonden boven de zaak”.

Nanneke groeide op in Boxtel, een plaats tussen Eindhoven en Den Bosch, samen met twee jongere broertjes. “Mijn vader had op de Markt in het centrum van Boxtel een drogisterij-parfumerie, die hij op zijn beurt weer over had genomen van zijn ouders en die hij had uitgebreid tot een luxere zaak. Mijn vader was niet de chagrijnige drogist Geel uit de boeken van Pietje Bell. Met hem speelde ik kaartspelletjes zoals rikken en toepen. Hij is een sociale man, een man die iedereen in het dorp kent en iedereen kent hem. Van mijn vader heb ik het zakelijke, hij kan altijd goed vooruit kijken. Moeten we de zaak uitbreiden? een huis kopen? Dat regelen en anticiperen op wat komen gaat doet hij nog steeds. Hij is nu ernstig ziek maar heeft alles goed geregeld voor als hij er niet meer is. Mijn moeder werkte mee in de zaak, ze was de zorgzame moeder die goed kon organiseren. Een moeder die dol was op lezen, maar daar eigenlijk niet genoeg tijd voor had. Dat organiseren en lezen heb ik van haar. Ik ging als kind dagelijks naar de bibliotheek. Al gauw mocht ik meehelpen in de winkel en dropjes verkopen, maar het liefst keek ik naar de klanten in de zaak. Het sociale verkeer, de interactie en observeren van mensen, dat is wat ik nu in mijn werkzame leven nog steeds doe. Ik was niet echt een verlegen meisje en hield ervan om dingen te organiseren.”

Drogisterij, 1986

“Een heerlijke en ongecompliceerde jeugd, alleen maar leuk, alles kon”

“Ik schreef voor de schoolkrant en wanneer er bij het hoofd van de school iets geregeld moest worden deed ik dat. Ik speelde dwarsfluit, had balletles en tenniste. Op de tennisclub zat ik in de jeugdcommissie waarmee we toernooien en feesten organiseerde. Ik stond achter de bar, weer naar mensen kijken en nooit zelf op de voorgrond. Een heerlijke en ongecompliceerde jeugd, alleen maar leuk, alles kon. Van de zeven meisjes in mijn klas was ik de enige die naar het Gymnasium ging. Ik keek op de lijst met de namen van mijn toekomstige klasgenoten en daar stond ook Achmed Baaijens tussen. Ik weet nog dat ik om mij heen keek en zocht naar een jongen met het uiterlijk dat bij die naam paste. Het bleek een Hollandse, donkerblonde jongen te zijn. Later hoorde ik het verhaal achter zijn voornaam. Zijn vader Jan deed zaken in Libanon en een bevriende leverancier vertelde dat Achmed in Libanon net zo’n gewone naam was als Jan in Nederland. “Je moet een eventuele zoon Achmed noemen” en zo geschiedde. Ik had een heerlijke schooltijd, organiseerde van alles en zat in alle commissies die je maar kon bedenken. Veel vriendinnen en wanneer ik naar foto’s uit die tijd kijk sta ik nooit ergens alleen op. Ik had geen idee wat ik na mijn eindexamen wilde studeren. Ik ging naar de voorlichtingsdagen van de Universiteit in Utrecht en zag daar een standje van Algemene Letteren. Het was het eerste jaar dat je die studie kon kiezen. Taal en geschiedenis, dat leek mij wel wat. De studie verkeerde nog in een experimentele fase, maar toch was het niet zo dat men je liet zwemmen. Alles kwam aan bod: Internationaal Recht maar ook politicologie / leer der internationale betrekkingen. Bij de studie hoorde ook een moderne taal, ik koos Spaans. Ik was niet zo van de veranderingen maar toch ging ik met een “zomerbeurs” voor drie weken naar Pamplona. Ik ging alleen op stap, overstappen van het Gare du Nord naar het Gare de Lyon dwars door Parijs.”

In Madrid.

“Het hoorde bij het volwassen worden, ik moest het nu zelf doen en ik redde het”

“Het hotel vinden in het centrum van Pamplona dat ik van mijn moeder vooraf moest reserveren Het was juli en hartstikke druk in de stad, getrommel, gezang en de mannen droegen witte kleding met rode sjaaltjes om de hals. Ik snapte er niets van.  Het bleek de laatste dag te zijn van de Fiestas de San Fermin. De apotheose van de feesten is de encierro, het stierenrennen, door de straten van de stad en daar was ik middenin beland. Het hoorde bij het volwassen worden, ik moest het nu zelf doen en ik redde het. Net zoals de waterleiding en elektriciteit aan laten sluiten toen we met een stel van de Kanaalstraat naar een huisje in de Tulpstraat verhuisden. Het halve jaar dat ik met een Erasmus Beurs in Madrid mocht studeren. We hadden natuurlijk geen mobieltjes, ik belde eenmaal per week naar huis in het postkantoor en stuurde brieven. Ik weet nog dat ik op een terrasje aan de tapas zat met een meisje dat ik in het vliegtuig had ontmoet en we tegen elkaar zeiden: ’’Kijk ons nu toch eens hier zitten.” In mijn studententijd was ik weer net als op school actief in allerlei commissies: de studiecommissie en de studentenraad, ik hielp de introductiedagen te organiseren en was voorzitter van de SIB (Studenten Internationale Betrekkingen). Achmed, de jongen met de exotische voornaam, was al mijn vriendje op de middelbare school. Een jaar na mij ging hij Rechten studeren en koos ook voor Utrecht. Na mijn afstuderen wilde ik promoveren op het ontstaan van regels. Ik werd AIO onder professor de Vree aan de UvA in Amsterdam. Hij werkte aan zijn alomvattende theorie van het menselijk gedrag en interactie op basis van oa speltheorie, thermodynamica en chaostheorie. Na een vernietigend artikel in de Volkskrant over zijn onderzoek stortte hij in. Hij bleek zijn tijd te ver vooruit te zijn geweest omdat je nu die manier van denken terug ziet in de sociale wetenschappen. Ik moest op zoek naar een andere promotor en na zes jaar besloot ik te stoppen. Ik vond een baan als docent Integrale Veiligheidszorg aan de Hogeschool hier in Utrecht. Een relatief nieuw concept: leren werken en denken vanuit veiligheid. Sommige veiligheidsproblemen zijn te complex om slechts door één partij aangepakt te kunnen worden. Elke partij heeft zijn eigen kennis en expertise. In de wijken moest samengewerkt worden door politie, de wijkmanagers, maar ook de consultatiebureaus en de opbouwwerkers werden hierbij betrokken. In 2001 raakte de burgerparticipatie in zwang, dat was toen iets nieuws. Ik werkte inmiddels bij een onderzoeksbureau dat semioverheden en overheid ondersteunde en adviseerde bij ontwikkeling van beleid. Een van mijn eerste opdrachten, voor VROM, ging over het betrekken van burgers bij het milieubeleid,  De ervaring die ik daar had opgedaan kwam goed van pas bij de Gemeente Rhenen waar ik vijf jaar als gemeente ambtenaar werkte in het Sociaal Domein. Ook daar kreeg ik te maken met bewonersinitiatieven en burgerparticipatie.”

Stadsgesprek.

“In Utrecht vragen mensen vaak aan mij waarom het hier zo mis gaat”

“Ook als zzp’er met mijn bureau SMEE advies zijn bewonersinitiatieven en burgerparticipatie de rode draad in alles was ik doe.  In Utrecht vragen mensen vaak aan mij waarom het hier zo mis gaat. Bijvoorbeeld de herinrichting van de Maliebaan, daar komt dan vanuit de buurt een prima en doordacht alternatief plan voor. De burger denkt dat hij/zij mee kan beslissen maar het besluit staat allang vast. Dan voel je je met een kluitje in het riet gestuurd. Samen met Mark Verhijde besloot ik een boek te schrijven “In 10 stappen beter in Burgerparticipatie”. Een van de eerste stappen is dat je de bewoners duidelijk maakt wat de ruimte of de kaders zijn voor hun participatie. En dat je echt luistert . Zo kun je op draagvlak rekenen en hebben mensen het idee wanneer ze daadwerkelijk mee kunnen denken, doen of beslissen. Zo voorkom je een hoop gedoe en onduidelijkheid. Dat geldt ook van de herinrichting van de Lange Nieuwstraat tot de fietsenrekken voor Karel 5. Ik heb in mijn werk alle aspecten van bewonersparticipatie in de praktijk meegemaakt en ondervond dat alleen duidelijkheid werkt. Achmed en ik zijn inmiddels al jaren getrouwd en hebben twee kinderen. Onze zoon zit op het Gerrit Rietveld College en samen met nog twee andere leerlingen uit zijn klas heeft hij geen ouders met een allochtone achtergrond. De leerlingen moesten kaartjes schrijven voor een ouderavond met de voornamen van hun ouders. Achmed en Nanneke, weer zat iedereen te wachten op een niet Nederlandse man bij Nanneke. Komt daar een inmiddels grijze man binnen met een onmiskenbaar Nederlands uiterlijk, de hilariteit was groot maar slechtte ook muren”.

Met Achmed, 1996

Hoe is het om ouder te worden?

“Je merkt het niet, het gaat geleidelijk. Vooralsnog vind ik het ouder worden niet zo erg. Ik kan wel terugkijken op alle dingen die ik heb gedaan, alles valt op z’n plek. Het sociale en zakelijke van mijn vader maar ook het organiseren van mijn moeder. Het nadenken over menselijk gedrag van professor de Vree, de integrale veiligheidszorg die ik doceerde, het onderzoeksbureau waar ik onderzocht hoe burgers bij een proces te betrekken. De gemeente Rhenen waar ik burgerparticipatie in de praktijk moest brengen. Het komt allemaal samen in mijn boek. Mensen vinden mij creatief, enthousiasmerend en stimulerend en dat had ik mij nooit zo gerealiseerd tot we een sessie hadden waar de deelnemers stickertjes op je moesten plakken. Ik kan oogsten maar er valt nog genoeg te zaaien, genoeg om mee aan de slag te gaan. In mijn werk als ZZP’er kan ik vanaf de zijkant ergens inspringen maar kan er ook weer uitstappen en dat geeft veel vrijheid. De kinderen worden ouder, onze dochter is het huis uit en ik heb daar geen weerslag van gehad, ik koester wat ik nu heb. Wat meer tijd voor mijzelf. De verdrietige kant van het ouder worden is dat je afscheid moet gaan nemen van mensen die je dierbaar zijn en dat vind ik heel moeilijk”.

Wat is je geheim?

“Goede genen. De van der Heijdens zijn laatbloeiers en dat zie ik ook bij mijzelf. Ik interesseer mij voor alles wat er om mij heen gebeurt. Ik trek erop uit en ontmoet nieuwe mensen. Ik heb leren Zoomen,  organiseer nu online bewonersavonden en  probeer mee te gaan met mijn tijd. Ik kan heel goed samen met anderen in een team maar weet ook dat ik goed hele dagen alleen thuis kan werken . Ik probeer mijn kinderen ook los te laten, leven en leren zoals ik dat zelf ook ooit heb moeten doen. Maar vooral blijven kijken en je verwonderen, anders word je cynisch”.

Bridge, tennis of yoga?

“Ik kan het nu eerlijk zeggen wanneer ik ergens een hekel aan heb, bijvoorbeeld hardlopen en dat doe ik dan ook niet meer. Ik tennis en loop liever honderd keer naar een balletje tijdens een partijtje tennis. Ik ben naar ying yoga gegaan en dat vind ik leuk, beetje stretchen. Hier in de familie is niemand van de spelletjes. Toen we de afgelopen tijd thuis zaten heb ik op de Oudegracht een bordspel gekocht, leek mij leuk. Het is de doos nauwelijks uitgekomen. Ik zing al achtentwintig jaar in een gemengd koor Bon Ton en gelukkig hebben we weer met elkaar kunnen zingen in de buitenlucht. Het is een theaterkoor en we streven naar minimaal één optreden per jaar. Het ene jaar kan het klassiek zijn en het andere popmuziek. Leuk om met het koor ook deel uit te kunnen maken van wat er in de stad gebeurt. . We zongen bij de Vrede van Utrecht en le Grand Départ van de Tour de France. Het koor wordt een familie voor je, je hebt veel aan elkaar en maakt samen dingen mee.”

Het koor Bon Ton

Is je stijl veranderd?

“Ik droeg als meisje nooit make-up, mijn eerste oogpotlood kreeg ik ooit voor Sinterklaas. Ik had niks met merkkleding, ik breide liever mijn truien zelf. IK heb geen uitgesproken stijl, ik deed niet mee met de groep. Ik twijfelde niet zo gauw aan mijzelf.”

Wat vind je van de Utrechtse vrouw?

“Utrecht is eigenlijk een klein dorp, met vrouwen die rechttoe rechtaan zijn en initiatiefrijk. Door de mensen die van buitenaf komen – studenten, nieuwkomers, forensen – wordt de stad gemêleerd en wordt de basisidentiteit van wie of wat je bent als Utrechtse verrijkt.  Er ontstaat een nieuw Utrecht  dat allerlei nieuwe kansen en mogelijkheden biedt als je  voor openstaat. Er is van alles te winnen en rijkdom te vinden in dat wat je niet kent”. Hoe fijn om in Utrecht te wonen!

Aan wie geef jij het stokje door?

Aan Astrid Zimmerman, zij is een geboren en getogen Utrechtse. Een actieve vrouw met een groot hart.”

Bladeren door het fotoalbum.

Nanneke, 1967
Met de kinderen, 2004
Trotse ouders met het boek van Nanneke.
Kersverse student in Utrecht.
Met het hele gezin.

 

 

 

 

Yontie Helders

7 reacties

Reageren
  1. Ha Nanneke,

    Mooi stuk en heel beeldend en natuurlijk herkenbaar; zoals je boxtel en jeugd beschrijft, zo was het precies. Verdrietig om van je vader te vernemen. Groeten aan Achmed.

  2. Hallo Nanneke,
    Wat ontzettend leuk om dit te lezen. Je bent een mooi en sociaal mens . Je hebt best een en ander meegemaakt maar je laat je niet uit het veld slaan. Ik vind het leuk je op deze manier weer tegen te komen. Groetjes lieve nicht.

  3. Hallo Manneke,

    Wat een ontzettend leuk stuk Manneke.Erg inspirerend.Leuke foto van jouw gezin.De kinderen zie ik nog zo voor me.Hele leuke herinneringen heb ik aan jullie tijdens de schooltijd van de kinderen.
    Een hartelijke groet,Ellen Plomp(de vroegere juf van de kinderen)

  4. Wat een inspirerend artikel over jou en zo herkenbaar! Mooi, die rode draad van met mensen werken in je leven. En na al die jaren nog steeds zo stralend en energiek!

  5. Mooi hoe jij de kracht van Utrechtse vrouwen verwoordt! En fijn dat je deur altijd openstaat voor een bakkie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *