Hoe is het nu met?

Het mooiste meisje van de stad: Marja Oosterman (1951)

Vrouwen die ouder worden maar zich jong blijven voelen. Hoe doen ze dat? En is oud worden een straf of een zegen? Marja Oosterman: “Ik heb weinig geld maar wat ik nodig heb dat heb ik.” 

Voordat ik bij Marja Oosterman op bezoek ging, bekeek ik een aflevering de NPS-documentaire ‘Na de oorlog’ waarin de Utrechtse subcultuur aan de orde kwam. Lokale grootheden als Bunk Bessels, Robert van Gemert, Koos van Duinen en Joep van Gameren vertelden over de jaren ’60 in de Domstad. Maar er was een meisje van net zeventien jaar dat echt opviel. En dat was Marja, dochter uit een burgerlijk gezin in Kanaleneiland dat ongeveer in haar eentje de middelbare scholen wakker schudde met haar Scholieren Belangen Organisatie.

Onder het motto ‘leraren praten tegen ons en niet met ons’ organiseerde zij een beweging die landelijke bekendheid kreeg. Marja verscheen op het NOS-journaal, was te gast bij Sonja Barend, haalde het jaarboek “Het aanzien van”  (zie onderste foto) en ging zelfs op bezoek bij oud-premier Drees. Er kwam een chaotisch congres in het Kasieno (goedgebekte linkse studenten overdonderden de timide scholieren) en een tweede congres waar het einde van de SBO werd aangekondigd. Hoe kijkt Marja Oosterman terug op haar moment of fame? En hoe zag haar leven er na die roerige periode er uit?

“Als meisje zat ik het liefst op mijn kamertje verhalen te bedenken en te schrijven. Op de lagere school werden mijn opstellen voorgelezen en ik schreef toen ik elf was al iedere week een kinderverhaal voor een lokaal krantje: ‘Wij op ons Eiland’. Ik ging naar een experimentele mammoetschool (het latere Hendrik van der Vlist red.) waar ik de schoolkrant en later het schoolparlement hielp oprichten.

Van vrienden begreep ik dat een ongecensureerde schoolkrant geen gemeengoed was en ik vond dat iedere school zoiets moest hebben. Zo kwam ik op het idee om KIS uit te geven. Een Kulturele Interscolaire krant waar iedere school een eigen inlegvel in kon doen. Ik vond een drukker en het werd een succes, ik haalde de landelijke pers. Mijn vader was woedend: ik was een communist. Toen de derde editie persklaar was verbood mijn vader, ik was minderjarig, mij verdere deelname. Ik zat thuis met een stapel brieven, boze van schooldirecteuren en adhesiebetuigingen van medescholieren en docenten.

Ik bedacht de Scholieren Belangen Organisatie en vond dat er ook een congres moest komen. Dat kwam er: meer dan tweeduizend aanmeldingen voor een zaal in het Kasieno die maar plaats bood aan zeshonderd mensen. Uiteindelijk waren er negenhonderd mensen en het was een chaotische toestand. Scholieren woedend dat er alleen maar gesproken werd door studenten. Ik weet nog niet hoe het kwam, maar ik kreeg een duw en stond daar plots alleen op het podium. De zaal werd muisstil en als zeventien jarig meisje moest ik wat zeggen: “Ga naar huis! Love, peace en happiness”. Toen realiseerde ik mij dat je heel snel een massa kunt beïnvloeden en dat heeft mij zo beangstigd dat ik er mee opgehouden ben.

Tijdens de organisatie was ik Robert van Gemert tegengekomen en we zijn bevriend gebleven. Ik was een soort BN’er geworden en werd door de VPRO gevraagd voor presentaties en interviews in het TV-programma Later (opvolger van Hoepla). Ik sprak op congressen, kwam op televisie en werd gevraagd in fora. Mijn hart lag toch bij het schrijven en ik ging naar de School voor de Journalistiek. Ik wilde veel mensen tegelijk kunnen bereiken, de wereld veranderen en onrecht aan de kaak stellen.

Inmiddels was ik twintig, had twee kinderen gekregen en kwam Robert van Gemert weer tegen met wie ik tot 2016 een relatie zou hebben. In ’88 kocht Robert een computer en al gauw vond ik het geweldig wat je met zo’n ding kon doen. Ik wilde de ultieme zoekmachine uitvinden. Ik ben, denk ik, altijd mijn tijd een beetje te ver vooruit geweest.

Ik bedacht Nopapers: volledig papierloos uitgeven: het milieu was ons uitgangspunt. Geen bomen kappen voor papier en geen woon-werk verkeer. Alles was nieuw en alles was leuk. We hadden ons alleen verkeken op de kosten van de software ontwikkeling.

Maar ik ben altijd blijven schrijven: of het nu een serie voor Teleac was, of zaken die ik graag wilde uitzoeken of persoonlijke verhalen, het is de rode draad door mijn leven. Na mijn pensionering heb ik mijn oude manuscripten op gezocht en ben ze nu aan het ordenen. Mijn eerste boek, met verhalen over mijn hond, verschijnt binnenkort bij Brave New Books.”
Marja heeft nog twaalf manuscripten liggen, dus voorlopig kan ze nog even voort.

Hoe is het om ouder te worden?
“Leuk! Ik geniet ieder dag, van mijn kleinkind waar ik veel op pas, van mijn hond Baba, die ik uit een rescue shelter heb en van vrienden om mij heen. Ik heb weinig geld maar wat ik nodig heb dat heb ik. Ik schrijf en ben daar nu heel erg druk mee. Ach, er zijn wat lichamelijke ongemakken: mijn huid wordt slapper en mijn spieren en gewrichten voelen ook niet meer als van iemand van twintig.”

Wat is je geheim?
“Ik doe ieder dag dertig minuten yoga en ik doe echt mee met Nederland in Beweging. Ik heb een moestuin en maak met de hond lange wandelingen door de natuur.”

Is je stijl veranderd?
“In de loop der jaren is mijn stijl wel geëvolueerd, maar ik draag nog altijd veel kleurige kleding. Ik heb het principe dat wanneer ik iets nieuws koop dat ik iets ouds weg moet doen: En dat is ook geen probleem want sinds ik gestopt ben met roken ben ik wel een paar maatjes opgeschoven. Ik verf nog steeds mijn haar en dat zal ik ook nog wel blijven doen.”

Wat vind je van de Utrechtse vrouw?
“Daar vind ik eigenlijk niks van. Hoewel, ik liep afgelopen zomer langs de Spaghetteria en toen viel me op dat alle jonge mensen er hetzelfde uitzagen: iedereen in het wit, zwart of grijs. Nergens een geel sjaaltje of een rood jasje. Hoewel ik vind dat ik niet mag oordelen deed ik dat toch.”

Aan wie geef je het stokje door?
“Dit is wel een pijnlijk moment, er zijn zoveel vrouwen die in interessant vind en die ik graag zou willen voordragen. Maar toen realiseerde ik mij dat het gros al is overleden. Maar ik heb toch twee vrouwen die ik graag zou willen noemen: dierenarts Gerda van Gemert, zij heeft jarenlang haar praktijk gehad op de Oudegracht en is nog steeds praktiserend dierenarts. En dichteres Astrid Lampe die van een saaie Nacht van de Poëzie iets sprankelends weet te maken.”

 

In de documentaire ‘Na de oorlog: Born to be wild’ is Marja vanaf 30:00 te zien.

4 reacties

Reageren
  1. Ik wil nou niet beginnen over de jeugd van tegenwoordig, maar ik zie het de jeugd van tegenwoordig niet doen. Mooi verhaal!

  2. Wow!!! Heel cool Marja, je hoeft er natuurlijk niet mee te koop te lopen. en dat je schreef wist ik wel…… ik sta helemaal paf

  3. Niet geweten dat ik een bekende Nederlander in mijn vriendenkring had zitten. Wat ga ik nog meer over jou ontdekken? Mooi mens 💕

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *