Hoe is het nu met?

Het mooiste meisje van de stad/Geneviève Waldmann: Boekenwurm

Een serie over inspirerende Utrechtse vrouwen die een jaartje ouder worden. Geneviève Waldmann: “Jonge mensen zorgen ervoor dat ik op de hoogte blijf en zij zijn een bron van inspiratie voor mij.”

Voor mijn interviews met mijn mooiste meisje ga ik in de regel naar hun huis. Altijd leuk om iemand  in haar eigen omgeving te zien. Ik zoek vaak voorinformatie en bekijk hun Facebook pagina. Geneviève Waldmann (59) overtreft alle verwachtingen Zij doet de deur voor mij open, een prachtige vrouw in een lange zwarte crêpe plissé japon, met een nauwsluitend zwart satijnen jasje. Uiteraard, om het geheel compleet te maken, zwarte stiletto’s. Wauw, zo heeft nog nooit iemand mij om tien uur ’s ochtends ontvangen. Voorzichtig vraag ik of dit haar stijl van kleden is. “Nee”, lacht Geneviève, “ Ik heb straks een Kerst-Zoom-borrel met mijn bedrijf”.  

Geneviève Waldmann, geboren in Pijlsweerd, in de Kokkenhoflaan, net achter de Oudenoord. “Mijn ouders hebben lang moeten wachten tot zij een huis vonden. Toen zij hun huisje niet groter dan 32m2 kregen, trouwden zij en tien maanden later werd ik geboren.

Ik heet Geneviève naar Geneviève de Galard, l’ange de Dien Bien Phu, een verpleegster tijdens de Franse oorlog in Indochina. Anderhalf jaar later kwam mijn zusje Mirande, ze kozen voor haar ook een Frans klinkende naam. Met twee volwassenen en twee kinderen werd het huis wel heel klein.”

In de ruime, nieuwe flat op Kanaleneiland.

“Kanaleneiland was net gebouwd en we verhuisden naar de Livingstonelaan, een walhalla voor ons kinderen. Veel groen, parken, gezinnen met kinderen en veel verschillende scholen om uit te kiezen. Begin jaren zeventig verhuisden we naar Maarn, naar een huis voor onszelf. Ik wilde de sleutel van de flat bewaren als herinnering aan de heerlijke tijd daar. Mijn vader was op veertienjarige leeftijd als leerling gezel begonnen bij Drukkerij Van Boekhoven-Bosch en zou daar veertig jaar blijven. Boekhoven-Bosch was een van de grootste drukkerijen in de stad waar onder andere Het Spoorboekje, de Veronicagids en de telefoongids werden gedrukt. Mijn vader kwam uit een eenvoudig gezin waar een vervolgopleiding financieel niet mogelijk was. Toen hij mijn moeder leerde kennen is hij zich verder gaan scholen, deed cursussen en haalde alsnog zijn middelbare school diploma. Hij was de vader die ons met alles hielp: mij met Duits en mijn zusje met wiskunde en natuurkunde.”

Grootvader Antonie Provoost met zijn bakkerskar in de Bremstraat.

“Thuis plunderde ik de boekenkast: Jan Wolkers, Simon Vestdijk en W.F.Hermans”

“Hoe anders was het bij mijn moeder thuis. Haar moeder had er altijd op gehamerd dat zij verder moest leren. De familie Provoost kwam oorspronkelijk uit Frankrijk en was via Vlissingen en Rotterdam in Utrecht terecht gekomen. Mijn grootvader was bakker voor de Spoorwegen, wat inhield dat hij het brood bakte voor de werknemers van de Spoorwegen die rond de Amsterdamsestraatweg woonden. Hij had een loper waarmee hij het brood bij de mensen  binnen kon leggen en op zaterdag haalde hij het geld op. Oma de Kruijf had een ijzeren geheugen en zij vertelde de mooiste verhalen over vroeger. Haar familie kwam uit Odijk. Het waren keuterboertjes met fruitboomgaarden. Haar ouders vestigden zich in de Chrysantstraat. Een oudere zus was getroffen door de Spaanse Griep en daardoor chronisch ziek geworden. Zij woonde bij mijn grootouders in huis. De uitkering van haar zus “achter de klok ”. Dit geld was bestemd voor de opleiding van Truusje, mijn moeder. Truus ging als eerste uit de familie naar de Mulo en daarna naar de opleiding tot kleuterleidster op de Werkplaats van Kees Boeke in Bilthoven. Zolang ik weet heeft mijn moeder gewerkt. In Utrecht op de Royaards van de Hamkade en de Weerdsingel en later als invalkracht op het Kanaleneiland. Na de verhuizing naar Maarn werd zij directeur van de basisschool in Scherpenzeel. Mijn zusje en ik waren heel close, maar wel verschillend. Ik hield erg van lezen en zij was altijd sommetjes aan het maken. Maar we hadden een ding gemeen en dat was het lezen van Kluitman pockets.

Mijn zusje Mirande is net voor de zomervakantie jarig en zij vroeg deze pockets altijd voor haar verjaardag. Achterin de auto, op vakantie naar Oostenrijk, verslond ik de boeken. Eenmaal aangekomen had ik de meeste uit en dan begon ik aan de boeken van mijn ouders en mijn oma. Oma las historische en kasteelromans, vader literatuur en mijn moeder thrillers, ik las wat zij lazen. Thuis plunderde ik de boekenkast: Jan Wolkers, Simon Vestdijk en W.F.Hermans. Ik was ook gek op Franse literatuur: Simone de Beauvoir, Christiane Rochefort en Violette Leduc.”

“Mijn ouders omringd door kinderen van de school aan de Weerdsingel waar mijn moeder werkte.”

“De sociaaldemocratische idealen stonden hoog in het vaandel. Op begrafenissen werd steevast de Internationale gespeeld”

“We waren een ”Woutertje Pieterse” gezin: zelfstandig leren denken, er kunnen andere meningen bestaan dan die van je omgeving. De sociaaldemocratische idealen stonden hoog in het vaandel. De oudste broer van oma had meegedaan aan de Spoorwegstaking in Utrecht in 1944 en op begrafenissen werd steevast de Internationale gespeeld. Bij het sociaal democratisch denken hoorde ook  jezelf “verheffen”. Bij ons thuis betekende dat lezen, theater en museumbezoek, jezelf ontwikkelen. Woutertje had zich toch ook op een gegeven moment beseft dat een gebrek aan kennis hem dwars zat. Ik was de eerste uit de familie die na de middelbare school ging studeren. Mijn ouders lieten mij vrij in mijn keuze, ik mocht een studie kiezen die ik leuk vond. Ik overwoog Frans te gaan studeren maar wat kon je daar anders meedoen dan docent worden? Ik zag mijzelf niet voor de klas staan. We waren als kind veel meegenomen naar musea, mijn zusje en ik vonden dat altijd fantastisch. Mijn keus voor de studie Kunstgeschiedenis in Utrecht was, na Frans, een goede tweede. In het eerste jaar werd er tijdens een college tegen ons gezegd: “Kijk maar goed om je heen, want in het tweede jaar zit er nog maar tien procent van jullie hier”. Ik deed heel weinig en haalde keurig mijn propedeuse.

Ik vond dat ik naast mijn studie iets kon doen en ging stage lopen bij het Stedelijk Museum in Amsterdam en het Haags Gemeente Museum. Moderne kunst, grafisch ontwerpen en typografie stalen mijn hart. Na mijn studie kon ik aan de slag als wetenschappelijk medewerker Toegepaste Kunst en Design bij het Stedelijk Museum. Ik werkte mee aan de tentoonstelling “Holland in Vorm”, een grote overzichtstentoonstelling over vormgeving in Nederland. Inmiddels had ik veel mensen leren kennen, waaronder de grafisch ontwerper Pieter Brattinga. Hij had zich, met zijn rechtenbureau Mercis, ontfermd over de zakelijke belangen en auteursrechten van Dick Bruna. De boeken van Dick Bruna werden in de jaren ‘80 niet op grote schaal vertaald. Daar wilde Brattinga verandering in aanbrengen. Uitgeverij Unieboek werd de uitgever van zijn boeken in Nederland en verantwoordelijk voor de verkoop van de rechten. Yvonne van Oort, de directeur van de uitgeverij sleepte mij het uitgeversvak binnen en leidde mij op. Ik moest mij over Dick Bruna ontfermen. Als kind las ik al de avonturen van Nijntje op de kleuterschool maar ik bewonderde hem vooral als illustrator. Met een simpele lijn en primaire kleuren wist hij jong en oud te laten fantaseren. Het feit dat ik mij als Utrechtse bezighield met Nijntje en bij Bruna over de vloer kwam was de aanleiding voor journalist Inge van den Blink om mij voor het Utrechts Nieuwsblad te interviewen.”

Dankzij een verhaal in het UN is ze al dertig jaar samen met Hans Bouman.

“Hij ging alle naambordjes langs en vond het mijne met de naam van mijn partner, met wie het net uit was, erop”

“Een week eerder had ik tijdens een boekpresentatie van Jerzy Kosinski erg leuk staan praten met een journalist. Hij had geen idee wie ik was en vond het achteraf jammer dat hij mijn naam niet had gevraagd. Hij woonde ook in Utrecht en zag mijn foto bij het artikel in het UN. Nu kende hij mijn naam en las dat ik op het Steven Butendiekplateau woonde. Daar woonde hij ook, maar we hadden elkaar nooit gezien. Hij ging alle naambordjes langs en vond het mijne met de naam van mijn partner, met wie het net uit was, erop. Toch besloot hij een briefje in de bus te gooien om mij uit te nodigen voor een drankje. We zijn nu al dertig jaar samen, dankzij het bewuste artikel. We zijn nog een tijdje op het Steven Butendiekplateau blijven wonen en gebruikte het ene huisje als werkhuis en het andere als woonhuis. Inmiddels was onze dochter Roselinde geboren en zijn we naar een groter huis verhuisd.”

“Ik heb nooit iets gepland, vaak kwamen er dingen op mijn pad die ik leuk vond en dan zette ik mijn tanden erin”

Met Dan Brown in Amsterdam, 2014

“Yvonne van Noort vertrok naar de boekenclub ECI en ik ging met haar mee. In 2003 vertrok zij naar de Staatsloterij en ik volgde haar op als programma-en uitgeefdirecteur van ECI. Een heel veelzijdige baan waar ik verantwoordelijk was voor de inkoop van al onze producten, boeken, cd’s, video en apparaten. In 2009 maakte ik de overstap van ECI naar Veen, Bosch & Keuning Uitgeversgroep (VBK), waar verschillende uitgeverijen onderdeel van uitmaken: Atlas Contact, Ambo Anthos, Luitingh Sijthoff, Alfabet Uitgevers, De Fontein, KokBoekencentrum, Kosmos en Van Dale. De verschillende uitgeverijen vertegenwoordigen een keur aan auteurs: Geert Mak, Esther Verhoef, Marieke Lucas Rijneveld, maar ook Roald Dahl en Jamie Oliver. Geen jaar zou hetzelfde zijn bij VBK. Ik werd eerst verantwoordelijk voor De Fontein en Tirion, waar vooral commerciële fictie, kinderboeken en geïllustreerde non-fictie werden uitgegeven, daarna voor Kosmos en later voor Luitingh-Sijthoff met commerciële fictie uit het buitenland: Le Carré en Dan Brown. Sinds 2018 ben ik algemeen directeur van VBK. Onze uitgevers werken autonoom aan hun fondsen. Zij ontdekken en begeleiden hun auteurs. Wij als management, zitten centraal op het Herculesplein en maken afspraken over overkoepelende contracten voor inkoop, verkoop en distributie. Ik ben Kunstgeschiedenis gaan studeren maar uiteindelijk in een heel andere branche terecht gekomen. Een branche die bij mij past. Ik heb nooit iets gepland, vaak kwamen er dingen op mijn pad die ik leuk vond en dan zette ik mijn tanden erin. Je blijft altijd leren”.  

Hoe is het om ouder te worden?  

“Het gaat vanzelf. Op een gegeven ogenblik kreeg ik sollicitanten die geboren zijn in mijn eindexamenjaar. Jonge mensen zorgen ervoor dat ik op de hoogte blijf en zij zijn een bron van inspiratie voor mij. Ik omring mij graag met jonge mensen, zowel thuis als op mijn werk. Door mijn dochter, die nu zesentwintig is, merk ik dat het huidige feminisme  anders is geworden. Een andere gedachtegang, duurzaamheid en inclusiviteit maken er nu ook deel van uit”.  

Wat is je geheim?  

“Je moet je fysiek wel een beetje blijven verwennen. Pedicure, sauna en de schoonheidsspecialiste. Ik laat mij inspireren door te reizen, theaterbezoek en literatuur. Nu mijn man en ik allebei thuis zitten gaan we af en toe het weekend naar een hotel. Zo waren we afgelopen weekend in Groningen, we hebben de tentoonstelling over de Stones bezocht en op onze kamer wijn uit een thermosfles gedronken. Je moet wat van het leven maken”.  

Tennis, bridge of yoga?  

“ Lopen, hardlopen en zwemmen.”  

Hoe ziet je leven er over twintig jaar uit?  

“Geen idee wat er nog op mijn pad komt. Wel overweeg ik, als ik zestig ben, een dag minder gaan werken. Ik ga die dag dan besteden aan vrijwilligerswerk. Bijvoorbeeld ergens voorlezen, jonge mensen de schoonheid laten zien van cultuur en literatuur. Dan ben ik weer terug bij mijn opvoeding: jezelf verheffen”.  

Is je stijl veranderd?  

“Mijn haar: van henna-rood naar bijna zwart tot mijn kapper zei dat zij mijn haar wat lichter ging maken. Ik kleed mij heel kleurrijk, maar vandaag dus even niet”’  

Wat vind je van de Utrechtse vrouw?  

“Utrechters kunnen wat stug zijn. Een groot verschil met de mensen in Amsterdam, waar de trambestuurder altijd wel een opmerking heeft. Wat ik ook zo raar vind dat vrouwen als ze ouder worden hun haar afknippen en ineens een kort koppie hebben. Maar er zijn hier ook zoveel inspirerende vrouwen, we moeten ons laten horen in deze mannelijke cultuur. Ook bij organisaties waar ik bij betrokken ben het International Literature Festival (ILFU) en de Mediafederatie, is het vaak: ”Daar moeten we een mannetje voor hebben die dat uitzoekt.” Dat moet veranderen er zijn genoeg vrouwen die overal verstand van hebben.” 

Aan wie geef jij het stokje door?  

“Aan Sandra van Doorn. Zij is eigenaar van Kramer en van Doorn in Zeist en Broese in Utrecht. Samen met haar man pur sang ondernemers die met de prachtige boekhandel in het oude postkantoor onze stad hebben verrijkt.”

Het Fotoalbum.

Utrechtse grootouders Toon en Trijntje Provoost-De Kruif, 1928
Grootmoeder Trijntje met achterkleindochter Roselinde
Met dochter Roselinde
Gezin in Griekenland, 2004
Moeder en dochter

Yontie Helders

8 reacties

Reageren
  1. Wat een mooi, warm verhaal Genevieve, waar de brede betrokkenheid die ik zo van je ken , goed naar voren komt.

  2. Leuk artikel Geneviève, mooie carrière.
    Nog vele mooie jaren met Hans en Roselinde. Wellicht zien we elkaar nog eens als alles weer “normaal” is.

  3. Wat een prachtig interview, Geneviève! Een bruisend en inspirerend persoon komt eruit naar voren – en dat ben je!

  4. Wat een leuk artikel over jou Genevieve. En ik herkende iets van je verhaal, omdat ik je moedereen heb geïnterviewd. Wat een stralende foto van jou en je moeder. En heel leuk om te zien hoe je er vroeger uitzag met donker haar, een heel ‘knappe ‘ foto.
    Groet Marga , een van je talloze auteurs van een van je vele uitgeverijen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *