Herinneringen aan bioscoop City: collectebussen, The Longest Day én Anna

Beeld aangeleverd door Michael Kooren

Copywriter en auteur Jan Binkhorst werkt in zijn jonge jaren bij City. Hieronder blikt het terug op die tijd.

Bioscoop City houdt ermee op. En dan heb ik het over die architectonische parel op de hoek van de Voorstraat en de Drift waar ik begin jaren ’70 werkte. 

Na mijn middelbare school viel ik in een zelfgekozen gat, maar wel met een rijbewijs. En dat maakte ik te gelde bij de kleine slijterijketen Staffhorst. In hun gele besteleend danste ik door de stad met bestellingen voor klanten met een bovengemiddelse dorst. Ik wist precies hoe hard ik over de bruggen kon gaan. Nou ja, toen het breukpercentage maar opliep werd ik bedankt. 

Via een vriend kon ik solliciteren bij de City dat deel uitmaakte van het Wolffconcern. Wolff exploiteerde een aantal bioscopen in Utrecht en ook nog in andere Nederlandse steden. 

Met de caissière beklom ik de trappen naar het ruime kantoor van de bedrijfsleider. Net als de rest van het interieur ademde zijn onderkomen de Nieuwe Zakelijkheid: donkere tinten groen en bruin, weinig tierelantijnen. Hij stak strak in het pak en geen haartje in zijn kapsel lag scheef. Ik waande me op de set van een Amerikaanse Film Noir waarin Bogart of Bacall ieder moment zouden kunnen verschijnen. 

Ik werd portier en stelde me in mijn netste kleren achter de glazan deuren op. Met een vriendelijke glimlach scheurde ik de kartonnen entreebewijzen af. Vaak stopten de bezoekers me dan wat muntgeld toe. Die fooitjes mocht ik zelf houden. Iedere donderdag kwam er een chic, ouder stel voor hun vaste biosavondje. Zelfs als de film vijf weken liep, waren ze toch present en drukte meneer me twee (!) rijksdaalders in de hand. Bij die gelegenheden werden ze steevast persoonlijk door onze bedrijfsleider ontvangen.

Na dat ritueel leegde ik de asbakken, sjouwde soms de loodzware filmrollen naar de nok van het theater of sleepte met kratten drank. Op sommige dagen moest ik al eerder opdraven om een nieuwe film op de lichtbakken boven de entree te beletteren. Via een trapje vanuit een raam reikte de bedrijfsleider me eerst de grote letters aan voor de titel aan. Daarna volgden de kleinere voor de namen van de acteurs. Daarboven hadden de eigen decorschilders van Wolff al een enorme poster opgehangen. We waren weer klaar voor de ‘The Guns Of Navarone’.

Later ging ik de dames ondersteunen. Dat betekende ook dat ik met het licht van een zaklampje bezoekers moest plaatsen aan de hand van hun kaartjes met daarop hun rij- en stoelmummers (fooi!). Na het vertonen van de reclamedia’s voor de locale ondernemer en een film voor Peter Stuyvesant was het de beurt aan het BioVakantieoord die eindigde met een close-up van een rammelende collectebus. Wij namen dat over met onze echte bussen die we doorgaven aan het publiek. In de pauzes hielp ik achter de koffiebalie. En daar stond ik zij aan zij met Anna. Ze was een paar jaar ouders dan ik maar ook bloedmooi. Het bleek wederzijds en later kwam ze steeds vaker met koffie en koek naar de projectiecabine waar we elkaar testten op onze kennis van de dialogen in langlopende voorstellingen zoals ‘The Longest Day’. Wist je die niet tijdig vooraf op te lepelen dan verdiende of verloor je een kusje. En kusjes werden echte zoenen. Ik werd in eerste instantie op het matje groepen door onze caissière: ‘Jan, je weet hopelijk wel dat Anna getrouwd is en een kleine heeft; dit moet stoppen’. 

Daarom vielen we terug op een sympathieke faciliteit van de directie van Wolff: een bar/eetcafé in een werfkelder aan de gracht. Die kelders, nu massaal in handen van de horeca, stonden voornamelijk nog leeg. Deze kelder was exclusief bedoeld voor het personeel van de diverse bioscopen. Vanaf 5 uur kon je er voor een prikkie eten en, nog belangrijker, na sluiting van de theaters kon je er wat gaan drinken met de collega’s van de andere Wolff-zalen. En daar maakten Anna en ik gretig gebruik van. 

Enige tijd later daalde ik de trap van de eerste etage af terwijl Anna op weg was naar boven. Naast haar liep, naar later bleek, haar echtgenoot die me heel vriendelijk toefluisterde: ‘Hé jongen, je bent toch wel heel voorzichtig met mijn vrouw’. 

Het nieuws over de City Bioscoop deed me ook weer eens terugdenken aan ons oude Centraal Station: ook al zo’n parel die heeft plaatsgemaakt voor iets heel anders. So it goes.

Jan Binkhorst in vroegere tijden
Auteur Redactie
Auteur

Redactie

Laat uw reactie achter

Reactie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *