Expositie

Boekomslager De Boer in KuuB: “Het moet altijd fris zijn”

Als de Boekomslager houdt hij dit weekend open huis in galerie Kuub in de Pieterstraat. Na 35 jaar als omslagontwerper behoort Jan de Boer tot de Nederlandse top in het boekenvak met een studio aan de Biltstraat. 

Bij aankomst valt direct de etalageopstelling op van de boeken van Gerrit Komrij, compleet met een beeld van zijn karakteristieke hoofd. Schuin daarachter hangt een grote poster aan een witte wand van Congo, het fenomenale boek van David van Reybrouck met Stefan Vanfleterens iconische foto van de zwarte man met bril en hoed.

Centraal in de Galerie staan stellingen met een paar honderd uitgaven – boeken en tijdschriften van allerlei genre. Direct vallen een paar uitgaven van Muziekkrant Oor op, met Peter Gabriel op de ene en The Young Ones op de andere cover. Daarnaast reeksen van Roald Dahl, Stephen King, John le Carré en die ene definitieve biografie van The Beatles. You name them, Jan de Boer designed their books.

De Boekomslager zelf neemt het bezoek mee naar een van zijn laatste ontwerpen, een van zijn favorieten. Het is de sterk uitvergrote omslag van In Het Licht Van Wat Wij Weten, van de in Bangla Desh geboren Britse auteur Zia Haider Rahman. Het is een mysterieuze muurschildering van een vrouw met de titel in grote letters eroverheen. De Boer legt uit: ‘Ik had eerst geen idee. Ik zat er met uitgever Robert Ammerlaan van Hollands Diep over te praten en ik wist niet waar het heen moest. De Grote Amerikaanse Roman moest het uitstralen, boven het Nederlandse uitstijgen. Ik ben gaan zoeken en vond toen dat beeld. Het werd een omslag met meer lagen. Het raakt de ziel van het boek.  Het moet intrigeren. De titel is er zo groot op gezet om dat te benadrukken. Het was in een keer goed. Robert was in een keer verkocht.’

Jan de Boer: “Het was in een keer goed”

Hij komt uit een geslacht van boeren en kooplui dat grote bekendheid kreeg als de familie achter Super de Boer, nu overgenomen door Jumbo. In zijn geboorteplaats Veenendaal werd de jonge Jan (1954) al geboeid door lezen en boeken. Zijn eerste boek was heel mooi: Alleen op de Wereld van Hector Malot. Hij zegt genietend: ‘Ik vond het boek mooi, maar als fysiek ding ook zo ongelooflijk prachtig. Ik heb het nog thuis.’

Als kind raakte hij ook gefascineerd door letters, begon ze in allerlei vormen te tekenen. Als jongen kreeg hij grote interesse voor platenhoezen. Hij ging als drummer in bandjes spelen, begon eigen krantjes en hoesjes te maken. Dat leidde in Veenendaal in het begin van de Jaren Tachtig tot een reeks omslagen voor het satirisch tijdschrift De Veense. Toen had hij de Brabantse Academie voor Kunst en Vormgeving Sint Joost al verlaten, na een kortstondig bezoek van drie maanden. ‘Ik dacht: “dat is niks voor mij”. Ik was bezig mezelf te ontdekken.’

“Ik kon een baan krijgen bij Oor, week op, week af. Daar kon ik de huur van betalen”

Hij deed zijn  diensttijd en kwam daarna via zijn Veense contact Gerard Davelaar aan een baan als tekstschrijver voor reclameborden van Supermarkten. Hij kreeg een baan bij een filiaal van A&O-supermarkten in Hoofddorp, verhuisde daarvoor naar IJmuiden. Superwerk vond hij het, hij deed het een paar jaar. In KuuB laat hij een voorbeeld zien van zo’n supermarkttekst. Hij zou zo weer kunnen beginnen.  In Amsterdam is hij eerst verdergegaan bij Donald Duck en de Eppo, stripballonnen beletteren. Ook een ontzettend leuke tijd. Ondertussen deed hij twee jaar avondopleiding Grafische School. Hij wilde ook platenhoezen gaan doen. Hij solliciteerde bij de Wetenschappelijke Uitgeverij van Elsevier en werd tot zijn grote verbazing aangenomen. In een paar weken tijd moest hij bewijzen dat hij het kon, ontwerpen maken voor allerlei publicaties. Opgetogen: ‘Die Elsevier-tijd was eigenlijk mijn kunstacademie. Daar heb ik in een paar jaar alles geleerd om als kleine zelfstandige te gaan werken. Invechten was het wel. ‘Heel erg. Ik kon een baan krijgen bij Oor, week op, week af. Daar kon ik de huur van betalen. Ik kon ook als freelancer verder bij Elsevier. Bij Oor werkte ik met fotografen als Anton Corbijn en Wim van der Hulst.’

In Utrecht ontwikkelde hij zich door. Hij ontruimde de slaapkamer op de Bekkerstraat in Wittevrouwen om er zijn eerste studio in te kunnen richten. Het werd slapen op de overloop. Met enige verbijstering kreeg hij de ene klant na de andere, het liep heel hard, met uitgeverijen als Gottmer, Kosmos en Matrijs. De hele Veen-uitgeversgroep kwam erbij. In 1985 begon hij een studio in de Burgemeester Reigerstraat, ging in 1987 naar de Nieuwegracht en in 1989 naar de Biltstraat. Via Vianen belandde hij eind van de jaren ’90 in Amsterdam, een studio aan de Van Diemenstraat, vlak bij het IJ. ‘Ik moest daar verder uitbreiden. Daar zaten de échte uitgevers en ik kon mijn vaste bestand houden.’

Ambitieus als hij was moest hij de Bezige Bij er ook bij werven. Hij kende Robert Ammerlaan al van Ambo-Anthos. Die werd directeur bij de Bij. ‘Het werd tijd om Robert eens op te bellen. Toen is de bal echt gaan rollen. We groeiden, met meer personeel. We stortten ons ook op promotiewerk voor de uitgeverijen, brochures. Het aantal klanten in Amsterdam nam enorm toe. Toen kwam de boekencrisis, in 2008.’

Het afnemersbestand nam aanmerkelijk af. Ze moesten overal nieuwe klanten gaan zoeken, tot een kloosterorde in Heeswijk-Dinther toe. Ze gingen zelf meer eigen illustraties maken. Ze moesten zich verbreden in de markt om overeind te blijven. Opgelucht en zeker van zichzelf stelt De Boer vast: ‘Dat is heel goed gelukt. Als studio zijn we overeind gebleven, door de crisis heen, maar wel met minder personeel.’

Het kwam goed uit dat ze het Amsterdamse gebouw moesten verlaten door nieuwe plannen van een projectontwikkelaar. Het was onbetaalbaar geworden. De Utrechtse kunstenaar Willem Noyons bood zijn voormalige atelier beneden in zijn pand op de Biltstraat aan. ‘Ik kwam thuis, als een vis in het water. Heerlijk, na alle hectiek in Amsterdam. Onze klanten daar hebben we nog steeds. Ik ben er minstens een keer per week.’

Het contact met de Bezige Bij is wel afgenomen. Robert Ammerlaan is er al lang weg, er is een andere generatie jongere mensen aangetreden. De hele markt is versnipperd. Spijtig: ‘Je kende elkaar, wist waar je naartoe wilde. Je moet je steeds weer invechten. Met die nieuwe instroom van nu is de trouwheid verdwenen. Eind goed, al goed. Deze tentoonstelling is er een soort bekroning van. Het is een eerbetoon aan ons werk, onze klanten, aan onszelf. Collega Ingrid Vonk en ik hebben het vanaf september gedaan, al dat werk uitzoeken.’

Zo is er een selectie van 250 omslagen te zien, op een totaal van 25.000, met 2000 literaire romans. Het grootste gedeelte is non-fictie. ‘We doen echt alles. Kookboeken, maar ook literaire romans – dat versterkt elkaar. Als je ’s ochtend een boek maakt over theezakjes vouwen, is het zalig om ’s middags aan Komrij te werken.’

“Je kunt zien aan alles wat we doen hoeveel plezier we erin hebben”

De ideale omslag? Dat is een combinatie van de inhoud van het boek, de ziel van het uitgeefbedrijf, de auteur en de juiste typografie met het juiste beeld. Alles moet bij elkaar passen. Het is ook zaak mee te gaan met de tijdgeest. Ferm: ‘Zoveel mogelijk voorkomen dat je je waar dan ook herhaalt. Het moet altijd fris zijn. Dat is hier te zien aan alle variaties. De omslagen hebben altijd niveau. Je kunt zien aan alles wat we doen hoeveel plezier we erin hebben.’

Het geval wil dat De Boer ook de omslag heeft ontworpen van Oorlogsvrede, de roman van de bevriende verslaggever. Die hoorde in Broese de verkopers vertellen dat nogal wat klanten de omslag niet vonden passen bij de inhoud. Onaangedaan zegt Jan: ‘Ik vind van wel, want ik ken jou. Dat speelt mee. Daarom hadden we in tien minuten die omslag met die hippiebloemen en die oorlogsvliegtuigjes. Dat is de kern, precies zoals het werkt. Als dingen goed zijn, kunnen mensen het niks vinden. In de wereld van de boekverkopers willen ze het liefst hetzelfde, als het succesvol is. Maar zo zit het niet in elkaar. Als het commercieel moet, dan doe je het natuurlijk. Oorlogsvrede was een oefening in iets opvallends maken. Het was jouw debuut, dat moeten mensen zien. Net als met Peter Buwalda’s Bonita Avenue. Zijn naam kwam groot op de omslag, alsof hij er al was, alsof hij al een Nobelprijs had gewonnen.’

De expositie is tot en met morgen te zien in KuuB.

De etalage van KuuB

 

Jeroen Wielaert

Jeroen Wielaert is eminent programmamaker van NPO-radio en in de stad beter bekend als de man die de aanzet deed voor de komst van Le Grand Départ naar Utrecht. Voor De Nuk schrijft hij op regelmatige basis over opvallende Utrechtse zaken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *