Grote en veel kleine steden hebben een Stadsmuseum. Utrecht niet. Jos stelling pleit voor zo’n museum waar de rijke historie van onze stad verteld wordt. En natuurlijk is het Domplein dé plek. Zaterdag praten we er ook over in onze video podcast Herrie in de Slachtstraat. Aan tafel: Bart Rutten (directeur Centraal Museum), Lieve Baetens (directeur Volksbuurtmuseum), Renger de Bruin (historicus), Ad van Liempt (journalist) en Jos Stelling. Carine van Santen leidt het gesprek. Je bent vanaf 10.30 uur welkom in Filmtheater Slachtstraat.
Jos Stelling legt hieronder het plan uit.
Als een van de oprichters van het Volksbuurtmuseum Wijk C ( nú Volksbuurtmuseum) kan ik alleen maar zeggen:
Jos heeft helemaal gelijk. Ik steun het voor de volle 100% dat er een Stadsmuseum moet komen.
En inderdaad gerealiseerd in de (oude) muziekschool. Een geweldige locatie.
Dus college en raad geeft de Utrechters nu eens iets waar ze echt trots op kunnen zijn en dat is een museum over onze eigen stad.
Corrie Huiding-Stomp
Dit zou echt een aanwinst voor de stad zijn. En nu niet meteen beren op de weg zien. Aan de slag!
Iedere zichzelf respecterende stad heeft een muziekschool in het hart van de stad. Dus liever geen nieuw initiatief maar een impuls om het muziekonderwijs nieuw leven in te blazen!
Waarom een muziekschool in het hart van de stad gevestigd moet zijn, ontgaat me.
Het is een interessante discussie om te beredeneren dat de vierde stad van Nederland een Stadsmuseum moet hebben. Utrecht dat steeds meer binnen- en buitenlandse toeristen trekt. Maar ook nieuwe bewoners die de stad onvoldoende kennen.
Hamvraag is hoe zo’n nieuw Stadsmuseum aan een acceptabele collectie komt. Immers de basis van elk museum. Naast financiering van de exploitatie is dat een belangrijk aspect.
Er is onder regie van het Utrechtse college een regeling denkbaar dat zowel het Centraal Museum (verzamelgebied Stadsgeschiedenis), Het Utrechts Archief als Museum Catharijneconvent objecten in langdurige bruikleen geeft of die schenkt aan het nieuwe Stadsmuseum.
Zo’n uitruil van objecten zou dan samen kunnen gaan met een uitruil van taken. Juridisch moet uitgeplozen wat mogelijk is. Wellicht zijn de twee genoemde musea daar niet rouwig om. Bij Het Utrechts Archief dat Utrechtse collecties (NS, Jaarbeurs, bedrijven) beheert en veel raakvlakken heeft met een Stadsmuseum zal dat waarschijnlijk gevoeliger liggen.
Er is echter ook een constructie denkbaar dat de tentoonstellingspoot van Het Utrechts Archief met steun van de gemeente wordt opgewaardeerd en de functie van ‘Stadsmuseum’ op zich neemt. Opnieuw, met een tijdelijke of definitieve uitruil van objecten met genoemde musea.
Die opwaardering is een langlopende discussie die onder meer oud-wethouder Gerard Abrahamse in het verleden heeft geprobeerd te agenderen.
Het gerucht gaat dat Het Utrechts Archief het huurpand aan de Hamburgerstraat af wil stoten. Daar toont het tentoonstellingen. Presentatie zou de kerntaak collectionering in de weg zitten.
Toegewerkt moet worden naar een haalbare constructie die politiek, museaal en financieel mogelijk is. Waar samenwerking tussen instellingen het motto is en de gemeente Utrecht zich welwillend en genereus opstelt.
Voorbeeld is het Stadsarchief Amsterdam aan de Vijzelstraat dat naast het collectioneren van de stadsgeschiedenis in de kelder en op de benedenverdieping ruimte heeft waar het met succes naast een vaste opstelling uiteenlopende grote en kleine kwalitatieve wisseltentoonstellingen toont die de actualiteit van de eigen geschiedenis tonen.
Het Utrechts Archief lijkt in potentie de beste papieren te hebben om een Stadsmuseum van de grond te tillen. Wat collectie, expertise en doelstelling betreft. Maar door bezuinigingen van de Rijksoverheid die doorsijpelen naar gemeenten ontbreekt het geld om dat behoorlijk te realiseren. Daar zou de gemeente in kunnen springen.
Door een geoormerkte subsidie van de gemeente voor het presenteren van tentoonstellingen en de huur van een pand zou Het Utrechts Archief wat de presentatie betreft uit de financiële klem geholpen kunnen worden die het noodzaakt om te bezuinigen op presentatie dat het (nu) noodgedwongen niet als kerntaak ziet.
Een gesprek van de huidige wethouder Oosters of haar opvolger met Het Utrechts Archief zou een opening kunnen bieden naar een presentatieplek waar de stadsgeschiedenis van Utrecht een volwaardige plek krijgt.
De naam Stadsmuseum is niet waar het om gaat. Wel om het optimaal presenteren van de objecten van de stadsgeschiedenis die al in collecties verzameld zijn aangevuld met bruiklenen per tentoonstellingsproject. Door optimale herschikking van middelen kunnen Utrechters streven naar een fijne, middelgrote presentatieplek die bij hun stad past.