column

Onder de microscoop

Ad van Liempt tijdens de UN-borrel

In cafe Florin in de Nobelstraat concentreert de drukte zich deze middag achterin, dichtbij de bar.  Vrijwel allemaal mannen, valt me bij binnenkomst op. 

Als ik even nadenk: had ik anders verwacht? Dit is een reünie van oud-redacteuren van het Utrechts Nieuwsblad. Vroeger was de journalistiek vooral een mannenzaak. 

Mijn eerste krant was Het Rotterdams Parool, in 1958. Ongeveer twintig mannen, nul vrouwen. Daarna het Deventer Dagblad. Eén vrouw, Erna, op de redactie buitenland. En tenslotte het UN, zeker zestig redacteuren, met in de begintijd vijf vrouwen. Later wat meer. 

Toen ik overstapte naar de School voor de Journalistiek waren daar meer jongens dan meisjes. Bij mijn vertrek waren de vrouwen veruit in de meerderheid.

De UN-reünie betekent een weerzien met mensen van wie ik er sommigen zeker veertig jaar niet zag. Tamelijk emotioneel, zeker in de wetenschap dat er voor mij – gezien mijn leeftijd – geen volgende reünie meer in zit. De meesten zie ik hier voor het laatst. 

Dat ik nog slechts met vier oud-collega’s contact heb komt door mijn aard. Ik ben nogal een solist, ging vrijwel nooit mee naar de kroeg, kan niet klaverjassen. 

Ad van Liempt spreekt ons via de microfoon toe. Hij memoreert dat er destijds een flinke uittocht van UN-redacteuren was richting televisie. Ze bereikten daar hoge functies: directeur van de NOS, hoofdredacteur van het Journaal, het gezicht van Andere Tijden (Van Liempt zelf), etc. Zijn conclusie: de regionale pers is het opleidingsorgaan van de landelijke media. 

Is dat zo?, vraag ik me op weg naar huis af. Ik kan me voorstellen dat je het liefst bij een landelijk medium werkt. Meer geld, meer aanzien, meer invloed. Maar is de journalistiek daar per definitie van een hoger niveau?  Is het Journaal beter dan bijvoorbeeld De Gelderlander? 

Wat mezelf betreft: ik heb nooit de behoefte gehad om bij een landelijke krant te werken. Ik had het geluk dat ik bij het UN voor een belangrijk deel m’n eigen gang mocht gaan. In de overtreffende trap deed ik waarom het bij de regionale pers draait: berichtgeven over wat dichtbij is. Zo stak ik zeker acht jaar lang veel tijd in het volgen van de stadsvernieuwing in Abstede. Ik zat als toehoorder bij elke vergadering van het buurtcomité. Een stukje van de stad onder de microscoop, om beter te begrijpen hoe de wereld in elkaar steekt.  

Veel oud-collega’s op de reünie werkten volgens mij tot hun pensioen bij het UN. Ik  geloof niet dat ze gefrustreerd zijn omdat ze nooit bij een landelijk medium terecht zijn gekomen. 

Van Liempt heeft gewoon ongelijk. De regionale pers is geen opleidingsinstituut, maar een super belangrijke pijler van de democratie. Dat weten alle mensen die daar werken. 

Auteur Dick Franssen
Auteur

Dick Franssen

Dick Fransen was jarenlang gerenommeerd verslaggever bij het Utrechts Nieuwsblad. De afgelopen achttien jaar was hij als hoofdredacteur de drijvende kracht achter de Binnenstadskrant. Begin 2020 nam hij afscheid van deze krant.

Laat uw reactie achter

Reactie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *