In deze rubriek vragen we Utrechters keuzes te maken binnen hun vakgebied, maar ook daarbuiten. Vandaag acteur Fedja van Huêt
Fedja van Huêt stond al een tijdje op mijn lijst. Een interviewverzoek bij zijn agent leverde niets op. Sterallures? Twee weken geleden was hij te gast in de Nuk-podcast Herrie in de Slachtstraat. Na afloop sprak ik hem aan. Een paar dagen later zaten wij in Springhaver, zijn favoriete plek in Utrecht. Het werd een mooi gesprek met een van de populairste acteurs van dit moment. En sterallures? Welnee, totaal niet.
Fedja van Huêt, geboren in 1973 in Den Haag. “Mijn ouders woonden in een oud huis in de Schilderswijk. Ze waren echte hippies, een jaar na mijn geboorte vertrok mijn vader en mijn moeder heeft mij alleen opgevoed. In 1975 vertrokken mijn moeder en ik naar Tiel. Mijn moeder was daar geboren en haar ouders woonden er nog. Ik denk dat mijn grootouders hebben aangedrongen op de verhuizing. Ze vonden een dorp een betere omgeving voor een kind om op te groeien dan de grote stad. Ik was enig kind, daar heb ik nooit last van gehad, ik wist niet beter. Mijn moeder en ik hadden een hele hechte band, we deden alles samen.
‘Ik heb me altijd zorgen om mijn moeder gemaakt’
“”Afgelopen mei is zij overleden, ze had COPD, een hele nare ziekte. Ik heb mij altijd zorgen om haar gemaakt. Ook als ik op de set stond of in buitenland was. Na haar overlijden heb ik even rust genomen. Ik moest dat grote oude huis aan de Waal, waar mijn jeugd zich afspeelde, leeghalen en haar spullen opruimen. Toen heb ik wel eens gedacht dat het erg fijn was geweest als ik een boer of zus had gehad. Iemand met wie je samen herinneringen op kon halen over dat glaasje of over die bordjes waar we altijd een taartje van aten. Even lachen om alles wat ze had bewaard. Toen ik een Duitse collega vertelde dat mijn moeder was overleden, vertelde hij dat hij ‘devasted’ was na de dood van zijn moeder. Toen vond ik dat overdreven, maar nu begrijp ik wat hij bedoelde. Je wortels zijn weg. Het was een mooi proces om alles op te ruimen, maar wel heel intens. Mijn moeder vertelde altijd dat ik een makkelijk kind was. Tapdansen en ballet deed ik bij de studio van mijn oma, ik voetbalde en ging naar de muziekschool. Ik drumde in een band en mijn drumleraar opperde zelfs het conservatorium. Maar vanaf dat ik 9 jaar oud was wilde ik acteur worden. Ik was gefascineerd door film en televisie. Mijn moeder nam mij mee naar theaterworkshops in Zuid-Frankrijk, dat waren goedkope vakanties. Ik wilde zo graag iets doen op televisie dat ik mij had ingeschreven bij allerlei casting bureaus. Toen mocht ik auditie doen voor een rol in ‘Terug naar Oegstgeest’, naar het boek van Jan Wolkers. Ik werd gecast voor de rol van kleine Jan, maar daar was ik te oud voor. Het werd ik de rol van Peter de broer van Jan. Een jongetje van dertien op een filmset met Geert de Jong en Leen Jongewaard. Het was een geweldige ervaring.’
‘Karakter was een geweldige start van mijn carrière’
“Toen leek het mij geweldig om daar je brood mee te kunnen verdienen. Ik zat op de middelbare school en daar speelde ik veel toneel en deed mee aan het schoolcabaret. Na mijn eindexamen ben ik naar alle open dagen van de toneelscholen gegaan. Ik heb nog even gedacht over Antwerpen, maar ik werd aangenomen in Maastricht. Daar voelde het goed. Het was een echte academie, met een duidelijk rooster, weinig ruis, echt schools, goed georganiseerd. Dat had ik nodig. In het kunstonderwijs kom je vaak in een soort vaagheid terecht. Het ging goed op de academie en in mijn laatste jaar kreeg ik de rol van Oedipus bij het Ro Theater. Dat was een vreselijke ervaring, ik deed het allemaal niet goed. Zat nog op de toneelschool en had een heel ander idee over de rol die ik speelde. Ik werd er niet in mijn kracht gezet, maar juist heel onzeker gemaakt. Wel veel van geleerd, maar ook geleerd wat ik niet meer wilde. Toen heb ik wel even getwijfeld of het acteursvak wel iets voor mij was. Ik was ‘down the drain’’, maar kreeg na zes auditierondes een rol in de film ‘Karakter’. Nu ik erop terugkijk was dat een geweldige start van mijn carrière. Ik hoefde mij niet meer voor te stellen. Ik zat in het laatste jaar van de academie en vloog terug uit Polen, waar de opnames voor Karakter waren, om mijn diploma op te halen. Ik ging voor het toneel omdat er domweg niet zoveel films werden gedraaid. Het Ro was niet mijn gezelschap, niet mijn smaak. Toen werd ik gevraagd bij Toneelgroep Hollandia, daar klopte het en ik kwam er Johan Simons tegen. Hij heeft mij gevormd en het vertrouwen gegeven doordat hij iets in mij zag. Zo iemand is belangrijk aan het begin van je carrière. Ik noem hem ook altijd mijn toneelvader. Ik kreeg de kans om mooie rollen neer te zetten en zat tussen mensen waar ik de kunst van kon afkijken. Je leert het meest van je collega’s.’
‘Toneelspelen vergt fysiek veel van je, het bepaalt je agenda, je sociale leven is het ensemble’
‘Ik heb 7 jaar bij Hollandia gepeeld, het gezelschap verhuisde van Zaandam naar Eindhoven en toen naar Gent. Dat was wel heel ver weg en het moment om mij los te maken, een heel moeilijke beslissing. Ivo van Hove en Hans Kemna, die de casting deed probeerden al een tijd om mij naar Toneelgroep Amsterdam te krijgen en het leek mij een goed moment om de overstap te maken.Daar kon ik toneel en film combineren. En ik ontmoette daar mijn vrouw Karina. Ik heb heel lang gedacht dat mijn hart bij toneel lag en ik had ook nooitgedacht dat ik ermee zou stoppen. Maar als je er een gezin wil en een kind krijgt waar je ook nog een leuke vader voor wilt zijn, dan is toneel moeilijk. Toneelspelen vergt fysiek veel van je, het bepaalt je agenda, je sociale leven is het ensemble. Je hebt zelf wel ambitie, maar je staat toch in de ambitie van de artistiek leider. Ik heb nog vaak dat ik om 8 uur denk, ik hoef niet op. Je hele dag staat in het teken van de voorstelling, daar leef je naartoe. En voor het salaris moet je niet naar het toneel, het is echt liefde.’
‘De droom van het dertien jarige jongetje is uitgekomen’
‘Toch had ik Hollandia en Amsterdam niet willen missen. Als je acteur wilt worden dan is toneelspelen de basis. Als je alleen filmacteur bent, nooit op het toneel hebt gestaan en geen opleiding hebt genoten, is dat toch een gemis. Je slaat dan iets over. Wanneer een filmacteur opziet tegen een moeilijke scene dan denk ik wel eens “Dit is vakantie, dit stelt niets voor.” Ik heb naast het toneel ook altijd kunnen draaien. TV series en films. Voor een serie ben je vaak maanden bezig en een film staat er in een maand of anderhalf op, dat is een andere spanningsboog. Wanneer je een serie draait, word je toch bijna een familie. Mijn vrouw en ik woonden in Amsterdam, maar ik wilde graag een groter huis zonder gedoe van een VVE. In Utrecht was toen meer keus en we vonden hier ons huis. Karina is een echte Utrechtse. Haar ouders wonen ook nog in Utrecht en onze dochter heeft haar opa en oma dichtbij, een groot geluk net zoals ik dat had. We hebben één kind. Ik, die altijd dacht dat ik minstens vijf kinderen zou willen. Maar ons gezin klopt en waarom zouden we dat doorbreken. De laatste film die ik draaide was ‘Voor de Meisjes”, dat was de best bezochte film van afgelopen jaar. In maart beginnen de opnames van “Der Amsterdam Krimi” een Duitse politieserie die in Amsterdam wordt gedraaid. We nemen inmiddels het zesde seizoen op. In Duitsland is men dol op Krimi’s en iedere aflevering wordt door ruim 5 miljoen mensen bekenen. De droom van het dertien jarige jongetje is uitgekomen: Je brood verdienen met acteur zijn.”
De keuzes van Fedja
Boek
“Kees de jongen” van Theo Thijssen. Het is ook het favoriete boek van mijn vrouw, door haar heb ik het leren kennen. In het begin van onze relatie lazen we het aan elkaar voor. Nu mijn moeder onlangs is overleden, denk ik vaak terug aan mijn jeugd. Dit boek brengt mij ook weer even terug naar mijn eigen kindertijd. Het is zo mooi geschreven. Iemand die zich in zijn fantasie van alles voorstelt: Wat als? Zo herkenbaar, want dat doe je ook als kind. Dat je jezelf in een rol ziet. Theo Thijssen had zelf geen gemakkelijke jeugd. Als kind van een schoenmaker in de Amsterdamse Jordaan kon hij met een beurs naar de kweekschool. Hij werd onderwijzer met het oog voor de leerling als individu, niet gebruikelijk in die tijd ”

Muziek
“Ik luister veel muziek, maar ik kom toch steeds weer terug bij de melodieuze jazz van Avishaï Cohen. Een Israëlische bassist. Hij combineert jazz met invloeden uit het Midden-Oosten. Jazz verveelt nooit, net zoals klassieke muziek. Je ontdekt er steeds weer iets nieuws in.”

Film
“Once Upon a Time in the West” van Sergio Leone. Ik hou van spaghettiwesterns zoals ook ‘A Fistful of Dollars. Het zijn films met weinig woorden, niet veel tekst. Het is echte cinema. In Once upon a time de rollen van Claudia Cardinale. Jason Robards, Henry Fonda en Charles Bronson. En dan de muziek van Ennio Morricone eronder, dat is voor mij genieten.”

Kunstwerk
“Ik was onlangs in het Musée d’Orsay in Parijs en daar was een tentoonstelling van het werk van de schilder John Singer Sargent. Een 19de eeuwse realist, die vooral bekend werd door zijn portretten. Sargent had Amerikaanse ouders, was geboren in Italië, maar leefde vooral in Europa. Zijn bekendste werk is “Portret of Madame X”. Ik was onder de indruk van de techniek, maar ook van de grootte van de doeken. De mensen die hij portretteerde zijn bijna levensgroot. Je weet niet wat je ziet. Rodin noemde hem de van Dijck van onze tijd”

Stad
“Ik had Berlijn kunnen noemen, daar ben ik ook vaak voor opnamen. Maar het is Utrecht. De schoonheid van de stad, de Dom en de grachten. Als ik daar fiets dan kan ik alleen maar denken: ‘Wat een luxe’, dat ik hier kan wonen. Het bos en de Kromme Rijn, zo dichtbij.”

Restaurant
“In Springhaver eet ik het liefst. In de sjiekere restaurants heb ik altijd nog trek, of ben ik al starnakel na de tweede gang. Hier is het eten lekker en de sfeer gezellig. Het doet mij denken aan de pubs in Londen. Waar het pubfood ook altijd heerlijk is.”

Drank
“Zwarte koffie, daar maak je mij heel blij mee. Het liefst gewone filterkoffie uit de Moccamaster.”

Utrechter
“Cora van Hal is geboren in de Bloemstraat in Oudwijk. Iedere dag maakt zij een tekening met intense kleuren en veel hartjes. Haar tekeningen zijn verzameld in een boek “Het boek over het leven in de stad van Utrecht van Cora van Hal.” Ze stelde het samen met Astrid Lampe. Een boek dat haar eigen leven en nog meer als onderwerp heeft. Haar liefde voor voetbal, mooie Nederlandstalige liedjes, haar familie en de Domtoren. In 2024 werd het boek van deze Utrechtse gepresenteerd in Podium Oost.”

Wat zou jij doen als je burgemeester van Utrecht was?
“Ik ben een fan van onze burgemeester. Ik vind haar een leuk mens. Ze doet het uitstekend en kan de zaken goed verwoorden. Wat ik zou willen is meer aandacht voor het Nederlands Film Festival. Ooit was het groots met de tent op de Neude en acteurs en regisseurs die je zo kon tegenkomen in de stad. Het was belangrijk voor de stad, de schouwburg en de ondernemers. Allerlei mensen kwamen naar Utrecht, de stad bruiste en de Nederlandse film werd gepromoot.”

“Allerlei mensen kwamen naar Utrecht, de stad bruiste en de Nederlandse film werd gepromoot” (op deze foto van Michael Kooren: Minister Ruud Lubbers met de dames Van de Ven, van Brakel en Soutendijk)
Mooi interview!