Logo De Nuk Logo De Nuk Logo De Nuk
Logo De Nuk
  • Home
  • Nieuws
      • Algemeen
      • culinair
      • Cultuur
      • Duurzaam
      • Lifestyle
      • Mensen
      • Ondernemen
      • Opmerkelijk
      • Opinie
      • Uitgaan
      • Utrecht onze stad
      • De Nuk International
  • Columns
  • Dossiers
  • Media
      • De Nuk TV
      • Podcasts
  • nl NL
    • nl NL
    • en EN

Volg ons

Hoe het Rekenkamerrapport over wensen en zorgen van Overvechters in een la belandde

  • Door Merel de Buck
  • |
  • 15 mei 2026

Een jaar lang onderzocht de Utrechtse Rekenkamer wat de miljoenen aan investeringen in de Overvechtse wijkaanpak opleverden voor bewoners van de wijk. Vorige zomer, vlak voor publicatie, trok de Rekenkamer onverwacht de stekker uit het onderzoek. Op basis van meer dan honderd overheidsdocumenten reconstrueert Momus wat er achter de schermen gebeurde – en welke rol ambtenaren en bestuurders speelden in de aanloop naar dat besluit.

De Utrechtse wijk Overvecht kampt al jaren met dezelfde problemen. Bijna één op de drie huishoudens leeft op of rond de armoedegrens — in de rest van Utrecht is dat één op de acht, blijkt uit cijfers. Eén op de vijf kinderen tussen de tien en twaalf maakt zich zorgen over de toekomst. Nergens in Utrecht is het wantrouwen in de overheid groter, en nergens voelen meer inwoners zich gediscrimineerd.

Aan extra aandacht lijkt het niet te ontbreken. Al bijna twintig jaar rolt de wijk van het ene overheidsprogramma in het andere. In 2007 werd Overvecht aangewezen als ‘Vogelaarwijk’, gevolgd door forse rijksinvesteringen in leefbaarheid, veiligheid en gezondheid. In 2014 volgde ‘Versnelling Overvecht’, inmiddels weer vervangen door ‘Samen voor Overvecht’. De namen veranderen, de kern blijft gelijk: de wijk moet fundamentele achterstanden inhalen.  

Maar helpen al die programma’s en investeringen de bewoners eigenlijk wel? Die vraag nam de Utrechtse Rekenkamer – de onafhankelijke waakhond van de gemeente – onder de loep vanaf mei 2024. De centrale vraag raakte een gevoelige snaar: de Rekenkamer ging vooral onderzoeken ‘hoe inwoners van de wijk dit [gemeentelijk beleid] ervaren’.

Grote vraagtekens

Een jaar later zijn talloze wijkbewoners en ambtenaren geïnterviewd, maatschappelijke organisaties geraadpleegd en worden de bevindingen gebundeld in een conceptrapport. Toch wordt het rapport nooit gepubliceerd, tot woede en ongeloof van wijkbewoners en betrokken partijen die meededen aan het onderzoek. ‘We voelen ons bedonderd, genegeerd en niet serieus genomen,’ schrijven inwoners van Overvecht in een brandbrief uit juli 2025. Ze willen weten wat de Rekenkamer concludeerde over de velen projecten die in naam van Samen voor Overvecht zijn opgezet. De Rekenkamer-onderzoeker die het rapport schreef, velt een hard oordeel: ‘De effectiviteit van wat de gemeente doet, daar kun je grote vraagtekens bij zetten.’

Ook raadsleden eisen openbaarmaking van het rapport om het toch al fragiele vertrouwen van Overvechters in de overheid niet verder te beschadigen. Tevergeefs. 

Momus deed een beroep op de Wet open overheid. Het rapport zelf werd niet vrijgegeven maar meer dan honderd interne documenten wel: memo’s, mails en gespreksverslagen uit de periode rondom het stilleggen van het onderzoek. Op basis van deze Woo-documenten en gesprekken met betrokkenen en experts, reconstrueert Momus hoe de gemeente achter de schermen opereerde bij de terugtrekking van het Rekenkamerrapport. 

Een ongewoon onderzoek

Het Rekenkameronderzoek naar de Overvechtse wijkaanpak was een initiatief van Gert Jan de Vries. Hij was destijds vier jaar werkzaam als onderzoeker bij de Utrechtse Rekenkamer en daarvoor zeventien jaar in dienst van de Algemene Rekenkamer. Hij groeide zelf op in Overvecht en zag de aanhoudende problematiek als aanleiding voor een onderzoek. 

Het vertrekpunt is vernieuwend: niet het beleid, maar de bewoners: ‘Eerst inzicht krijgen in wat inwoners nodig hebben en dan kijken of de aanpak daarbij past,’ staat in een wijkoverleg uit de zomer van 2024. De Vries en zijn collega’s trekken wekenlang de wijk in. Ze spreken met honderden bewoners en tientallen wijkinitiatieven en ambtenaren. 

De Rekenkamer ging vooral onderzoeken ‘hoe inwoners van de wijk dit [gemeentelijk beleid, red.] ervaren

Een ongebruikelijke werkwijze, zegt Marcel Boogers, bijzonder hoogleraar democratie en transitie aan de Universiteit Utrecht. Rekenkamers starten doorgaans met de evaluatie van beleidsdocumenten: ‘Dat is waar iedereen zich comfortabel bij voelt. Zo’n aanpak als die van de Utrechtse Rekenkamer levert ineens verhalen op over waar mensen behoefte aan hebben en hoe ze gemeentebeleid ervaren.’ 

Dat is ‘zeer te prijzen’ volgens Peter van Hoesel, emeritus hoogleraar bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit: ‘Het is dikwijls zo dat het perspectief van de burgers om wie het draait veel te weinig naar voren komt.’

Opvallend genoeg distantieert de Rekenkamer zich later van hun eigen aanpak: die willen ze niet herhalen, stelt het instituut na de stopzetting van het onderzoek. De betrokken onderzoekers, onder wie De Vries, zijn dan al niet meer in dienst. Wat is er gebeurd?

Beeld: Alexander Beunder

Appels met peren

Medio april 2025 ligt er een conceptrapport klaar. ‘We hebben vanochtend met bestuur over onderzoeksrapport gesproken. Leggen daar nu laatste hand aan,’ schrijft een Rekenkamer-onderzoeker op 16 april aan de gemeente. Voordat het Rekenkamerrapport naar buiten gaat, krijgen eerst de ambtenaren betrokken bij Samen voor Overvecht het in te zien. Ambtelijk wederhoor, heet dit in jargon: ambtenaren controleren of de feiten in het rapport kloppen.

Intern schrijven ambtenaren dat ze zich er ‘zorgen over maken’. Ze werken aan een brief met kritiekpunten. Die brief is niet in handen van Momus, mailwisselingen erover wel. 

Daaruit blijkt: over de twee bezwaren die later tot de stopzetting zouden leiden, liepen de meningen onder de ambtenaren uiteen.

Het eerste bezwaar: terwijl de Rekenkamer Overvecht indook, scherpte de gemeente zelf de wijkaanpak aan. Meer focus, meer samenwerking, een sterkere organisatie — zo meldde ze de gemeenteraad in november 2024, een half jaar na de start van het Rekenkameronderzoek. Die koerswijziging zou niet in het rapport zijn verwerkt terwijl de Rekenkamer er wel van wist: ‘Het is voor mij essentieel dat dit traject alsnog wordt meegenomen,’ schrijft een betrokken ambtenaar.

Het Rekenkamer-bestuur noemt dit later als hoofdreden om het rapport niet te publiceren: er zouden ‘appels met peren worden vergeleken’ want de onderzoeksbevindingen zouden niet meer aansluiten op de nieuwe situatie.

Dan is het niet gek toch dat de RK dat nog niet heeft meegenomen?

Volgens toenmalig Rekenkamer-onderzoeker De Vries was de aanscherping wel aangekondigd, maar ‘nog geen realiteit’. Daarom hebben ze het niet meegenomen in hun onderzoek. Uit de documenten blijkt dat een strategisch adviseur van de gemeente het daarmee eens is: ‘De raad is daar half jaar geleden over geïnformeerd,’ schrijft die ambtenaar op 14 mei. ‘Dan is het niet gek toch dat de RK [Rekenkamer, red.] dat nog niet heeft meegenomen?’

Emeritus hoogleraar bestuurskunde Van Hoesel vindt de aanscherping ‘geen reden om een onderzoek in de prullenbak te gooien’. Zijn suggestie: ‘Dan neem je de aanscherping mee in een slotparagraaf om te laten zien dat er al een enorme stap vooruit is gezet — dat is alleen maar goed.’

Zo zou het echter niet lopen.

Onzorgvuldig

Het tweede bezwaar dat het Rekenkamer-bestuur aanvoerde om het rapport niet te publiceren: het onderzoek zou ‘onvoldoende zorgvuldig’ zijn uitgevoerd. 

Opvallend: dit bezwaar ontstond pas nadat ambtenaren betrokken bij Samen voor Overvecht kritiek uitten op het conceptrapport.

Het Rekenkamer-bestuur had het rapport zelf vrijgegeven om naar de ambtenaren te versturen. ‘Als de onderzoeksresultaten niet goed genoeg zijn, dan deel je ze ook niet met ambtenaren,’ stelt bijzonder hoogleraar democratie en transitie Boogers. Waarom deed het bestuur van de Rekenkamer dat dan toch? ‘Wij hadden het zelf ook niet zo scherp,’ reageert Rekenkamer voorzitter Paul Venhoeven, ‘want het probleem lag bij dingen die niet in het rapport stonden.’ 

Uit interne mailwisselingen blijkt dat de ambtenaren het conceptrapport ‘wel erg zwak’ vinden. In een brief noteren ze ‘een aantal kritische noten en feitelijke verbeteringen,’ vertelt Raadslid Mahmut Sungur (DENK) die het heeft ingezien. Uit de Woo-documenten blijkt dat een ambtenaar kanttekeningen plaatst bij cijfers over ontwikkelingen in de wijk, die zouden niet voldoende getoetst zijn. 

Misschien komen wij met die toon iets te beledigd over en zouden we ook ergens kunnen aangeven dat we de resultaten accepteren?

In een bericht aan de gemeenteraad verdedigt onderzoeker De Vries zijn methode: die zou ‘elke toets van methodisch-technische kritiek’ doorstaan. Het is ‘geen Excel-onderzoek’ vanuit het idee ‘meten is weten,’ licht hij toe in een interview: ‘juist de beleving van bewoners stond centraal’ – en dat had de Rekenkamer intern van meet af aan zo afgesproken. De Vries is inmiddels uit dienst, mede door onenigheid over dit onderzoek.

Een saillant detail: hoewel ambtenaren kritiek uiten op het conceptrapport, lijken ze de uitkomsten niet te betwisten. In een e-mail van 12 mei 2025 schrijft een ambtenaar over de brief die naar de Rekenkamer gaat: ‘Misschien komen wij met die toon [van de brief, red.] iets te beledigd over en zouden we ook ergens kunnen aangeven dat we de resultaten accepteren?’

14 mei 2025 — Ambtenaren twijfelen of hun kritiek wel past bij hun rol
16 april 2025 — Er ligt een concept onderzoeksrapport klaar
12 mei 2025 — Ambtenaren uiten kritiek op het rapport maar lijken de uitkomsten niet te betwisten
13 mei 2025 — Het college van B&W stuurt een voortgangsbrief aan de gemeenteraad

Bepaald niet positief

Terwijl ambtenaren intern overleggen over het rapport, stuurt het college van burgemeester en wethouders op 13 mei 2025 een voortgangsbrief over Samen voor Overvecht naar de gemeenteraad. De toon is optimistisch: er is in 2024 ‘hard gewerkt om mooie resultaten te behalen’, gevolgd door een bijlage met alle gerealiseerde initiatieven. Maar of bewoners daar iets van merken, is een andere vraag. ‘Hoe bewoners de wijkaanpak beleven, is bepaald niet positief,’ vertelt voormalig Rekenkamer-onderzoeker De Vries in een interview. 

Wat De Vries aantrof tijdens zijn onderzoek? De wijkaanpak mist visie, sturing en samenwerking, schreef hij in een publieke brief. In het ongepubliceerde rapport stond kritiek op lopende projecten, vertelt hij. Een voorbeeld is Thuis in je Wijk, een project dat kwetsbare inwoners betere zorg moet bieden. Het college meldt in de raadsbrief dat er een ‘goed samenwerkend netwerk’ is opgebouwd en dat wandelroutes kwetsbare bewoners wegwijs maken in het voorzieningenaanbod. De Vries concludeerde over datzelfde project dat er ‘nog niets van de grond is gekomen.’ De gemeente betwist dat: ‘De informatie over Thuis in je Wijk zoals opgenomen in het conceptrapport was niet juist.’

Ze doen veel goeds, maar juist de groep die je echt zou moeten bereiken als je iets wilt veranderen, bereiken ze niet

Ook over stichting Jongerenwerk Utrecht (JOU), verantwoordelijk voor veel jongerenwerk in de wijk, is De Vries kritisch: ‘Ze doen veel goeds, maar juist de groep die je echt zou moeten bereiken als je iets wilt veranderen, bereiken ze niet,’ stelt hij. Dit staat haaks op wat het college schrijft in de raadsbrief. De inzet voor jongeren is ‘verder versterkt’, met name door het opzetten van een Jongerenpunt – een initiatief van JOU en de gemeente. In een reactie laat JOU weten zich niet te herkennen in ‘een aantal conceptconclusies’ uit het ongepubliceerde onderzoek.

Het college erkent dat de resultaten van de wijkaanpak ‘wisselend’ zijn, staat in de raadsbrief. Voor hen is dat juist reden om ‘meerjarig te blijven investeren’. Maar de toekomst van de wijkaanpak hangt af van rijkssubsidies die dan nog niet binnen zijn: tien miljoen die het Rijk heeft toegezegd, moet nog worden vastgelegd in een convenant, en voor een andere rijksregeling moet de aanvraag op 7 juli de deur uit. Een kritisch Rekenkamerrapport zou midden in deze subsidietrajecten op een ongelukkig moment komen. Volgens de gemeente speelde dit geen rol.

Beeld: Alexander Beunder

‘Kruit verschieten’

Op 14 mei 2025, vlak voordat ambtenaren hun reactie op het conceptrapport naar de Rekenkamer versturen, twijfelen ze of hun kritiekpunten wel ‘thuishoren’ bij hun rol en ze ‘niet hun kruit verschieten’.

De procedure was helder: enkel een feitencheck, er is geen ruimte ‘om kanttekeningen te plaatsen bij de weging van feiten, conclusies of aanbevelingen.’ 

Dat heeft een goede reden, legt bijzonder hoogleraar Boogers uit. Een Rekenkameronderzoek is bedoeld om het gemeentebestuur — inclusief de ambtenaren zelf — kritisch tegen het licht te houden. De ambtenaren mogen controleren of de feiten kloppen maar niet meepraten over de conclusies. ‘Dat is uitsluitend aan de onderzoekers.’ Anders ligt belangenverstrengeling op de loer: ambtenaren zijn ‘soms druk bezig om hun bestuurders te beschermen’, en dat mag niet doorsijpelen in de conclusies, aldus Boogers.

Maar wat er gebeurde, gaat verder dan een feitencheck.

Ambtenaren bellen met de Rekenkamer ‘om onze zorgen door te geven’ en aan te dringen op een verbetering van het rapport, staat in een e-mail van 16 mei. Ook zien de ambtenaren nog een andere route om de Rekenkamer te bewegen: ‘bijvoorbeeld via het gesprek dat de Rekenkamer met Rachel [wethouder, red.] zal hebben’, staat in hetzelfde bericht. Er volgt een veelzeggende kanttekening: ‘Het is echter wel uiteindelijk aan de Rekenkamer om te besluiten om wel of niet het rapport naar buiten te brengen.’ 

Op 6 juni 2025 zitten drie ambtenaren betrokken bij Samen voor Overvecht aan tafel met de Rekenkamer-onderzoekers en wethouder. Doel van het gesprek is het bespreken van conclusies en aanbevelingen. 

14 mei 2025 — Ambtenaren twijfelen of hun kritiek wel past bij hun rol
6 mei 2025 — Ambtenaren benaderen de Rekenkamer met zorgen over het rapport
28 mei 2025 — Voorbereidingen voor het gesprek met wethouder Rachel Streefland

Vreemd

Dat Rachel Streefland, destijds als wethouder verantwoordelijk voor de wijkaanpak, op 6 juni aan tafel zit met de Rekenkamer, noemt de gemeente in een reactie een ‘regulier onderdeel van de procedure’ enkel om haar ‘te informeren’.

Bijzonder hoogleraar Boogers ziet het anders: ‘Dit is een vreemde gang van zaken’. De timing is cruciaal. Op dat moment verwerkte de Rekenkamer nog de kritiekpunten van de ambtenaren. Volgens de officiële procedure mogen wethouders pas reageren als er een nieuwe versie van het rapport klaar is – dan volgt het zogeheten bestuurlijk wederhoor. Door eerder aan te schuiven kon Streefland nog meepraten over conclusies over haar eigen beleid, vóórdat het rapport haar collega-bestuurders bereikte.

En dat is precies wat ze doet. In een verslag van een voorbereidende bijeenkomst — vergaderpunt: ambtelijk wederhoor — staat dat Streefland zal ‘bevragen of de inhoud klopt en deze methode van kwalitatief onderzoek om deze conclusies te trekken.’ 

Door eerder aan te schuiven kon Streefland nog meepraten over conclusies over haar eigen beleid, vóórdat het rapport haar collega-bestuurders bereikte

‘Blijkbaar probeert een wethouder zich met het onderzoek te bemoeien, terwijl de Rekenkamer onafhankelijk onderzoek moet kunnen doen,’ aldus Boogers. De bal legt hij ook bij de Rekenkamer zelf: ‘Een goede Rekenkamer laat zich niet onder druk zetten.’

Lies van Aelst, directeur van de Vereniging van Rekenkamers, plaatst een kanttekening. ‘Als je een gesprek met iemand aangaat, betekent het niet gelijk dat je invloed aan het uitoefenen bent.’ Vanuit haar Vereniging wordt samenwerking met de gemeente gestimuleerd: ‘Als je puur zakelijk bent, is de kans dat je aanbevelingen goed landen niet zo groot.’ 

Inkoppen

Voorafgaand aan het gesprek op 6 juni ontvingen de ambtenaren en Streefland een presentatie van de Rekenkamer met concept-aanbevelingen. In de eerste reacties van ambtenaren klinkt opluchting. ‘En eerlijk gezegd; de aanbevelingen in de powerpoint vallen me mee. Een aantal kunnen we zo inkoppen.’ De collega reageert voorzichtig positief: ‘En ik ben het met je eens, we kunnen echt wel iets met de aanbevelingen. Maar tegelijk denk ik: we doen dit-en-dit al, waarom wordt daarover niets gezegd?’

En eerlijk gezegd; de aanbevelingen in de powerpoint vallen me mee. Een aantal kunnen we zo inkoppen

Deze ambtenaren lijken uit de voeten te kunnen met de resultaten. Maar dat is niet de toon van het gesprek op 6 juni. Wat er precies is besproken, blijkt niet uit de deels gelakte documenten. Maar achteraf omschrijft het Rekenkamer-bestuur het als ‘een zeer stevig gesprek’. Op 11 juni zal er nog een gesprek plaatsvinden – ook daarvan heeft Momus geen gespreksverslag kunnen inzien – ditmaal zonder de wethouder. Een ambtenaar noemt het vooraf ‘het laatste gesprek waarin we onze zorgen kunnen neerleggen.’ Een collega onderstreept ‘de urgentie van dit gesprek (wat ook wel blijkt uit Rachel’s reactie vorige week).’

Vijf dagen later, op 16 juni, informeert het bestuur van de Rekenkamer de gemeente dat ze het onderzoek niet gaan afronden. Een jaar werk, honderden gesprekken met bewoners — het verdwijnt in een la. Terwijl twee dagen later het rapport bij burgemeester en wethouders had moeten liggen.

Het besluit is ‘zelfstandig, unaniem en zonder druk van buitenaf’ genomen, stelt het Rekenkamer-bestuur. De opgegeven reden: door een tussentijdse aanscherping van de wijkaanpak zou het rapport ‘geen meerwaarde’ meer hebben. Dit terwijl ambtenaren eerder die week zelf aangaven er wel mee aan de slag te kunnen.

In onderlinge berichten laten de ambtenaren weinig twijfel bestaan over wat de doorslag gaf voor het besluit. ‘Zo te zien hebben de gesprekken tot nieuwe inzichten geleid,’ schrijft een ambtenaar aan een collega. Die bevestigt: ‘Dat klopt helemaal!’ 

3 juni 2025 — Ambtenaren zijn overwegend positief over de aanbevelingen
6 juni 2025 — Gesprek tussen wethouder, Rekenkamer en ambtenaren
11 juni 2025 — Vervolggesprek ambtenaren en Rekenkamer onderzoekers
16 juni 2025 — Het bestuur van de Rekenkamer trekt de stekker uit het onderzoek
19 juni 2025 — Ambtenaren laten weinig twijfel bestaan over wat de doorslag gaf

Openbaarmaking

Wanneer de Rekenkamer bekendmaakt dat ze het onderzoek over Samen voor Overvecht niet zal afronden, stromen de verontwaardigde reacties binnen. Twintig organisaties actief in Overvecht noemen het achterhouden van de bevindingen ‘een klap in het gezicht’. Dat het rapport geen meerwaarde meer zou hebben, gaat er bij hen niet in: ‘Wij verwachten niet dat alle problemen in één jaar zijn opgelost.’ Ze eisen openbaarmaking.

De Rekenkamer houdt voet bij stuk en publiceert na aandringen één hoofdstuk: de portretten van verschillende bewonersgroepen in de wijk. Alleen raadsleden en betrokkenen mogen het volledige conceptrapport inzien – onder geheimhoudingsplicht. 

Ik doe continu mijn best om mensen aan te laten haken — maar het wordt ingewikkeld als mensen hun persoonlijke ervaringen delen en er vervolgens niets mee wordt gedaan.

Raadslid Mahmut Sungur (DENK) was een van hen. Hij neemt het de Rekenkamer kwalijk dat er een beeld is ontstaan van achterkamertjespolitiek. ‘Bijna de helft van de stad heeft geen vertrouwen in de overheid. Ik doe continu mijn best om mensen aan te laten haken — maar het wordt ingewikkeld als mensen hun persoonlijke ervaringen delen en er vervolgens niets mee wordt gedaan.’

‘Ze hadden het onderzoek ook kunnen verbeteren en daarna openbaar maken,’ stelt bijzonder hoogleraar Boogers. ‘Dan was er niets aan de hand geweest.’ Volgens het Rekenkamer-bestuur was dat geen optie: ‘We zijn ermee gestopt omdat we het rapport niet af konden krijgen op een manier die wij kwalitatief voldoende vonden.’

19 juni 2025 — De Rekenkamer maakt publiek dat het onderzoek stopt
juli 2025 — Bewoners van Overvecht eisen openbaarmaking van het rapport
10 juli 2025 — De Rekenkamer keert zich tegen de gebruikte methode

Omgedraaid

De Rekenkamer is inmiddels een nieuw onderzoek gestart naar de wijkaanpak Samen voor Overvecht: een reguliere beleidsevaluatie. Een gemiste kans, vindt emeritus hoogleraar Van Hoesel: ‘Ik pleit al jaren voor een serieuzere plek van het burgerperspectief in onderzoek. Als beleid niet lekker in elkaar zit, is dat heel schadelijk voor bewoners.’

Dat ‘het onderzoeksproces was omgedraaid’ was voor de Rekenkamer reden dat het eerdere onderzoek ‘geen betrouwbare resultaten had opgeleverd,’ verklaarde ze in juli 2025. In een interview stelt de Rekenkamer dat de positie van de burger altijd centraal staat in hun onderzoek en dat het nieuwe onderzoek voortbouwt op het ongepubliceerde werk. De resultaten worden eind 2026 verwacht.

In de tussentijd heeft de gemeente de investeringen voor de wijkaanpak veiliggesteld. In oktober 2025 ondertekende Utrecht een convenant met het Rijk: tien miljoen euro voor Overvecht. In december volgde nog eens 7,8 miljoen voor de komende drie jaar. Streefland maakte het niet meer mee als wethouder. In augustus vertrok ze naar een nieuwe baan als bestuursvoorzitter bij een jeugdzorgorganisatie.

Dit onderzoek is mogelijk gemaakt door het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten en het Mediafonds Provincie Utrecht.

Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten

  • Deel op
Auteur Merel de Buck
Auteur

Merel de Buck

Onderzoeksjournalist bij Momus

Laat uw reactie achter

Reactie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Nieuwsbrief

Wil je op de hoogte blijven van de artikelen van De Nuk?

Contact

  • redactie@denuk.nl
  • Colofon
  • Adverteren

Disclaimer

  • Privacy Policy

Volg ons

Nieuwsbrief

Wil je op de hoogte blijven van de artikelen van De Nuk?

© 2026 De Nuk - Alle rechten voorbehouden.