Het verleden van Utrecht

Wie kent hem nog? Gekke Bart uit Oudwijk

Foto: Bert Muller

Het zal wel aan de leeftijd liggen, maar vaker dan eerst denk ik aan vroeger. Maar misschien is dat ook wel omdat er nu meer ‘vroeger’ is dan toen ik jong was.

Laatst werd ik “getriggerd” door een facebookberichtje van iemand uit de Mauritsstraat die in zijn blog http://www.mauritsstraatutrecht.nl/rhistoriejanyeb.html schreef over Gekke Bart, de voddenman uit Oudwijk.

Rijdend op zijn bakfiets klapte Bart regelmatig met zijn hand op zijn knie en riep keihard “Pnèèè”. Na 20 jaar kwam blogger Jan Yebs Ypma Gekke Bart weer tegen en maakte deze foto. Hij durfde hem niet aan te spreken en al helemaal niet zijn excuses aan te bieden, omdat bijna alle kinderen –en hij dus ook- hem pestten en nadeden. Maar  hij maakte wel deze foto en plaatste die op facebook. De man met het hoedje die in de lens kijkt is Gekke Bart.

Foto: Jan Yebs Ypma

Als kind zat ik op de Aloysiusschool aan de Notebomenlaan. Ook daar reed Gekke Bart vaak schreeuwend langs. Pesten durfde ik niet, want alle kinderen waren doodsbang voor hem.

Jaren later, toen ik bij de afdeling Herhuisvesting van de gemeente werkte, moest ik op huisbezoek bij de familie Lunsen in de Paarlstraat. Hun huis moest gesloopt worden en ik inventariseerde bij alle bewoners of zij een andere woning wilden of wilden terugkeren in de nieuwbouw. Toen ik bij de familie Lunsen aanbelde, deed een jonge vrouw open. “Kom maar binnen, mijn schoonvader komt zo thuis.” Na 10 minuutjes kwam een oudere man binnen, die naast me ging zitten op de bank. Ik had nog niets door, maar toen na 5 minuten door een ongecontroleerde beweging de heer Lunsen bijna zijn koffiekopje door de lucht gooide, met zijn been op de grond stampte en een harde kreet slaakte, viel bij mij het kwartje: ik zat naast Gekke Bart, de man voor wie ik in mijn jeugd zo bang was geweest.

Inmiddels wist ik dat Bart helemaal niet zo gek was, maar dat hij de ziekte van Gilles de la Tourette had. Hij woonde in huis met zijn zoon en schoondochter, maar niet naar wederzijds genoegen. Ik heb toen kunnen regelen dat zijn zoon verhuisde naar een woninkje op de Abstederdijk en Bart kreeg een huisje aan de Hulststraat.  Toen hij daar woonde werd hij geïnterviewd voor het boek “Buurt in Balans over de verschillende levensstijlen in Oudwijk na de stadsvernieuwing.

“Links in de Oudwijkerdwarsstraat zien we de vishandel, waar Gekke Bart, één van de markante buurtfiguren regelmatig te vinden was. Bart zit vol verhalen over zijn verleden en zijn buurt. ‘Jullie weten niks, jonge mensen. En ik woonde in een buurtje. Ik had vroeger een haan: zo’n joekel. Potentio Cum Laude. Die schreeuwde alles wakker. De halve Nicolaasweg. Maar gezellig. Nooit ruzie of zo.’”

Jos Stelling vertelt: ‘Ja, natuurlijk heb ik Gekke Bart ook gekend. Hij kon onze poes “stelling” laten zeggen door hem bij zijn staart te pakken. Met mijn buurjongen deden we zijn vreemde geluiden na en we verstopten ons dan achter een muurtje, zodat hij ons niet te pakken kon krijgen.’

Bart was zielstevreden in zijn gerenoveerde huisje in de Hulststraat. Met het leeghalen van een dokterswoning in de buurt had hij een nieuwe kleurentelevisie gekocht. Zo nu en dan kreeg hij van oud-collega Nico Kooij van Bouw- en Woningtoezicht een prachtige tweedehands winterjas. Hij zat er weer warmpjes bij!

Voor mijn afscheid van herhuisvesting hebben mijn toenmalige collega’s een video gemaakt met interviews met “mijn oude klanten”. Ook met Gekke Bart. Hij was apetrots dat hij ooit geïnterviewd was voor het boekje Buurt in Balans, hij had het cadeau gedaan aan familie in Nieuw Zeeland. Ook was hij “Elsje Lensink” nog steeds dankbaar dat hij zijn eigen huisje had. “Want je moet je eigen stekkie hebben. Als ik dat niet meer heb, dan word ik een beetje dommelig.’

Omdat ik denk dat ‘gewone’ mensen zo belangrijk zijn voor de stad en de verhalen van de stad, heb ik mijn videoband onlangs gedeeld met het Utrechts Archief. Ze hebben al veel over de diverse hoogwaardigheidsbekleders en andere Utrechtse bobo’s, maar informatie of beeld- en filmmateriaal van gewone bijzondere Utrechters is er –nog- niet zoveel. 

Heb je nog bijzonder materiaal in de oude schoenendoos, dan is het misschien leuk om te vragen of het https://hetutrechtsarchief.nl/ belangstelling heeft. 

Hopelijk komt het filmpje van Gekke Bart binnenkort beschikbaar via internet. 

Of misschien wordt het wel tijd voor een nieuwe versie van Ballonnen en Brood, een boekje van Gerrit Jansen en Sabine Vess uit 1986 met 14 portretten van gewone bijzondere Utrechters! 

Els Leicher

Els Leicher

Els Leicher (71) Na een opleiding Architectonische Vormgeving heeft zij 10 jaar op een architectenbureau gewerkt. Daarna was zij werkzaam bij de gemeente Utrecht, als projectcoördinator herhuisvesting Oosterbuurt en Oudwijk, en wijkmanager Oost en Binnenstad.

10 reacties

Reageren
  1. Leuk verhaal Els over een karakteristieke inwoner van Utrecht.
    De herinnering zal altijd blijven.
    Mooi om dit soort verhalen te lezen over markante inwoners van Utrecht.
    Ik zeg vooral doorgaan met dit soort verhalen.

    Groet,
    Corrie Huiding-Stomp

  2. Het was ook een enge grote man om te zien. Als kind van 12 jaar ging gekke Bart ook ’s nachts met je aan de haal, dan werd hij in je dromen steeds groter en zo mogelijk nog enger. We scholden hem altijd uit (“gekke Bart!!”) en dan kwam hij ons soms achterna. Ik was de grote lafaard, want om de twee weken kwam hij bij ons thuis (“patisserie Stelling”) in de Adriaen van Ostadelaan om oud gebak en koekjes te halen. Een raadsel wat hij daar dan mee moest. Als hij binnen kwam verstopte ik me voor de zekerheid. Tot hij me een keer ontdekte, me meedogenloos aankeek en langzaam mij zijn slechte gebit liet zien (een sleutel moment in mijn leven). Ik had blijkbaar een streepje voor vanwege het gebak van mijn vader. Onvergetelijk was inderdaad dat hij onze poes “Stelling” kon laten zeggen. Ook onvergetelijk: in de Bankstraat (Oudwijk) had iemand in zijn garage een nieuw cafetaria geopend. Met mijn vriendje Benny gingen wij deze nieuwe hangplek uitproberen en proefde om de beurt aan een tafeltje samen van één zakje patat. Ja daar stond hij opeens -als in een western- in de deuropening (tegenlicht). Benny probeerde zich tevergeefs in het zakje patat te verstoppen. Gekke Bart liep naar de splinternieuwe toonbank en toen nam zijn zenuwtrek (inclusief schreeuw) het van hem over en schopte hij een onherstelbare deuk in de nieuwe toonbank. Benny verdween in de mayonaise en wist niet hoe snel hij buiten moest komen. Ik deed alsof er niets aan de hand was en dat heb ik jaren volgehouden tot ik de oproep van Els las.

  3. Toevallig verscheen deze week een stuk in De Oud-Utrechter van mij waarin ‘Gekke Bart’ wordt genoemd. Ik interviewde Eef Spierenburg (78) die zijn jeugd lang woonde in de Hofstraat in Oudwijk.

    Hij zei onder andere dit: “Er kwam wel eens een lommerd met een bakfiets de straat in. Later hoorde ik dat het ‘gekke Bart’ was, die voorkomt in het lied van Herman Berkien. De mevrouw van nummer 15 haalde een keer twee paar rolschaatsen uit zijn handel. Die kregen mijn zusje en ik van haar. Er volgde wel een woordenwisseling die door Bart werd beslecht met de zin ‘afreken later!’ Dat begrepen we toen niet. Later wel, want zij verdiende haar geld met het oudste beroep ter wereld.”

  4. Interesting memories. We lived in the Frederick Hendrik Straat, and we would hear Bart’s screams while he was still blocks away from our house. As children we had no clue what Tourette’s was, and I doubt many adults did either. Bart, together with the groenteman, the milkman, bakkertje Schat, and some others, form part of my treasured childhood memories of a “Temps Perdu” in what was, certainly in retrospect, a picturesque, and authentically Dutch, neighborhood.
    Thanks for helping me to remember.

  5. Bernard.
    Biechten was uitgesloten omdat de Aloysius-paters alles aan mijn vader door vertelden. Op mijn 16e heb ik vrijwillig gekozen voor het eeuwige branden in het vuur en daar heb ik tot op heden geen spijt van gehad.

  6. Erg leuk verhaal, Els. Wat vind ik het jammer dat mijn wiegje niet in Utrecht gestaan heeft om deze bijzondere mensen te leren kennen.

  7. Ome Bart was bij de peuters van de peuterspeelzaal erg geliefd. Ik was jaren (1972-1991) werkzaam in buurthuis Oudwijk. Bart kwam regelmatig langs en nam dan speelgoed mee voor de kinderen. Altijd vroeg hij ‘of we wat nodig hadden’. Hij heeft ook eens een tamme witte duif mee gebracht en die werd bij de andere duif gezet die we gekregen hadden van een googelaar. Het was echt beschuit met muisjes eten toen er ineens een ei in het nestje lag! Het was Bart die voor het feestje zorgde.
    Er was geen kind bang voor Ome Bart! Met neusjes plat gedrukt tegen de ramen keken ze Bart na als hij luidruchtig op zijn bakfiets langs reed. Zijn ‘aangenomen’ kleinzoon Ferdinand zat ook bij ons op de peuterspeelzaal De Rommelpot’. Die kwam hij regelmatig vol trots brengen. Bart hoorde gewoon bij ons in Oudwijk! Die vergeet je niet gauw!

  8. Bart Lunsen kwam regelmatig bij ons thuis op de Abstederdijk, waar mijn vader een piano zaak had. Bart zei geen Pnèè, maar Pfna. Hij heeft bij ons de vliering opgeruimd. Mijn moeder was als de dood zo bang dat hij met zijn wilde voetbeweging door het dunne plafond zou zakken. Ik de oorlog hebben ‘rotzakken’ uit de buurt Bart overgehaald in het oranje door de wijk te fietsen. De Moffen hebben hem toen een ongelooflijk pak slag gegeven. Bart haalde na Kerst ook de ‘hazen en konijnenvellen’ op. Hij schalde dit door de straten. Het was een heel vriendelijke man, althans wij konden er goed mee opschieten. Dat zijn bakfiets het zo lang heeft uitgehouden getuigt van de goede kwaliteit. Hij ramde met zijn rechtervoet hevig op het pedaal. Jammer dat de wereld toen zo wreed was voor bijzondere mensen.

  9. Wel Jos, wanneer jij eeuwig branden wilt in de hel, dan hoop ik dat je er even lekker uitkomt als de koekjes van je vader. Mijn broer Berry was vriend van Herman. De paters hebben nooit iets doorverteld aan mijn ouders wanneer ik wat te biechten had, maar omdat alles zonde was, biechtte ik eigenlijk alleen de onschuldige dagelijkse zonden. Jij was waarschijnlijk een grotere zondaar. In de Marieken van Nimwegen worden die uitvergroot en magistraal weergegeven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *