Berichten van het plandelfront

Plandelman moet in quarantaine

Deze week mag Plandelman van het RIVM niet plandelen; hij zit in quarantaine. Frustrerend! Helemaal omdat hij uit het voorraam een paar platgetrapte drinkpakjes ziet liggen die gevaarlijk dicht naar het afvoerputje kruipen. 

Maar goed, met de affaire Grapperhaus nog vers in het geheugen misschien toch het moment om die troep -tegen beter weten en tegen mijn natuur in- te laten liggen voor wat het is. Want van de GGD mag ik maar voor één gelegenheid en met één doel naar buiten: om naar de teststraat op de Koningsweg te fietsen. En terug.

En dat doet Plandelman dus maar braaf. Het is aangenaam weer, dus de jas kan uit en het mondkapje op. Je zou denken dat het fijn is om na een paar dagen weer in de buitenlucht te zijn. De realiteit is anders. Links en rechts van het fietspad wemelt het in de berm en op de stoep van zaken die daar niet horen. Een koffiebeker-van-zogenaamd-karton (de binnenzijde is een plastic coating). Een lachgasballon. Een snoepwikkel. Een energydrank-blikje (3x). Een verkreukeld pakje sigaretten. Normaliter al een irritant gezicht, in deze buitenspel-situatie helemaal niet te verkroppen.

Ik rem en op drie keer anderhalve meter afstand roep ik: “Gwwwwwdd beeeeghghhww!” (mondkapje, weet u nog)

Maar dan, bijna aan het eind van de wijk, zie ik opeens iets dat mijn humeur in één klap weer opvijzelt. José, een van de trouwste deelnemers van de Lunetten Plandelt-groep, staat onder het viaduct zwerfafval te verzamelen. In haar uppie, gewoon spontaan. Ik rem en op drie keer anderhalve meter afstand roep ik: “Gwwwwwdd beeeeghghhww!” (mondkapje, weet u nog). Na een paar keer herhalen en de visuele ondersteuning van een opgestoken duim begrijpt José dat ik vind dat ze ‘goed bezig!’ is. Ja, zegt ze, ze is nu elke dag wel ergens in de buurt aan het plandelen. De beste manier om de ergernis over zwerfafval om te turnen in een positiever gevoel. Ze maakte net een praatje met twee mannen die op het bankje bij het skatepark hingen. Onder het tafeltje een berg peuken, joh! Die heeft ze opgeruimd. Maar een asbak, of een extra vuilnisbak, is daar misschien geen overbodige luxe?

Drie kwartier en een coronatest later fiets ik de wijk weer binnen. En opnieuw vind ik José op mijn pad. Haar buit is inmiddels een vuilniszak vol, die nog maar net in haar fietsmand past. Morgen weer een dag, zegt José. En zo is het. Maar voordat ik mijn fiets binnenzet, grijp ik snel die vermaledijde drinkpakjes voor het huis uit de goot. Toch nog keurig binnen de regels gebleven. Dat doet Ferdinand Plandelman niet na.

Auteur De Plandelman
Auteur

De Plandelman

Laat uw reactie achter

Reactie

1 reactie

  • Geesje schreef:

    Veel sterkte met het binnen zitten Plandelman! Maar de dag komt zeker dat je weer lekker in de buitenlucht met iedereen kunt meeplandelen 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *