“Het is wat het is” staat op de overlijdenskaart van Peter Szulc, die dinsdag 12 augustus na een kort ziekbed op 78-jarige leeftijd overleed. Hij was bij velen bekend. Als ondernemer stuwde hij zijn drukkerij naar grote hoogten. Hier ontwikkelde hij ook Papicolor, gekleurd briefpapier met enveloppen, dat internationaal een toonaangevende merknaam in creatieve papierwaren werd. Na de overdracht van zijn bedrijfsactiviteiten kwam Peter met zijn vrouw Joke toe aan een lang gekoesterde wens. In de historische werfkelder onder hun woonhuis aan de Oudegracht openden zij Cultuurtheater De Witte Lely, dat uitgroeide tot een ontmoetingsplaats voor kunst, muziek en vele andere activiteiten.
Peter legde al jong een zakelijk talent aan de dag. Hij was manager van de beatgroep Free Feeling die van 1967 tot 1970 in Utrecht en ver daarbuiten furore maakte. Zo leerde ik hem kennen. Ik schreef als journalist van het Utrechts Nieuwsblad over muziek en jongerencultuur. De zaken gingen zo goed dat hij voor het vervoer van de band een Volkswagenbusje aanschafte dat in stijl werd beschilderd. Jeugdvriend en vriend voor het leven Theo van den Berg, hammondorganist en fluitist van Free Feeling, herinnert zich: “Hij regelde ontzettend veel optredens. Ik ging vaak met hem mee voor de contracten.”
Bij Café Willem Slok ontmoette Peter Joke Mandersloot die zijn vrouw en een belangrijke steunpilaar werd. Ze begonnen een winkeltje annex kleine drukkerij aan de Oudegracht waar vooral het ontwerpen en drukken van geboortekaartjes floreerde. In 1972 kochten ze twee grote panden aan de Oudegracht waar woonhuis en drukkerij werden gevestigd. Theo van den Berg: “Het was afbraak, maar ze hebben het klaargespeeld er hun droomhuis van te maken, met de drukkerij in het andere pand.”
Na de overdracht van het bedrijf begon een nieuwe uitdaging. De werfkelder onder het woonhuis werd piekfijn en volgens de geldende strenge regels verbouwd tot het intieme theater De Witte Lely. Op de cultuuragenda stonden concerten, toneel, exposities, lezingen. Peter vroeg mij (niet als journalist, maar nu als jazzpianiste en zangeres) mee te denken over de jazzprogrammering. Vanaf 2015 trad ik met vaste regelmaat op. Hij stelde de kelder gastvrij open voor bijeenkomsten van Gastheerschap en Cultuur, zijn vrienden van de oud-ondernemersvereniging NUOS en andere clubs. Ook Marinus van Uden van de winkel Marinus Licht kon voor een idee dat hij had bij Peter Szulc terecht: “Ik ken hem vanaf 1972 toen ik op de Lange Nieuwstraat kwam wonen en hij op de Oudegracht. Hij was betrokken bij de buurt. Ik zocht een plek waar mensen die rondom de Lange Nieuwstraat wonen konden samenkomen. Een maandelijks ‘buurtcafé’. Peter was meteen enthousiast om mee te denken en zoiets uit te proberen in de barruimte van De Witte Lely.” Theo van den Berg: “Toen onze filmclub moest verkassen konden we maandelijks in De Witte Lely terecht.”
Vast onderdeel was Club Seventy voor liefhebbers van jazz, soul en chansons. Peter had het concept zorgvuldig uitgedacht. De naam sloeg op de 70 stoelen in de zaal, zeven jaarlijkse concerten en hun speelduur van 70 minuten en de leeftijdsgrens van 70 jaar en ouder. Jonger publiek was overigens ook welkom. De uitspraak op de kaart, “Het is wat het is” is zeker niet typerend het leven van Peter Szulc. Hij ging altijd door, legde de lat hoog, vergde veel van zichzelf. Alles moest tiptop in orde zijn. Dan pas kwam de ontspanning. Oud-medeondernemer en goede vriend John Hamminga, vaste bezoeker van Club Seventy, herinnert zich levendig hoe Peter jongensachtig uitgelaten na afloop van elk concert naar voren liep en met een brede glimlach om een toegift vroeg. Toen het bezoekersaantal terugliep – men werd minder goed ter been – werden nieuwe plannen gesmeed en gesprekken over samenwerking met andere jazzplekken gevoerd. Daar is het helaas niet meer van gekomen.

Laat uw reactie achter
Reactie