Slagerij Brouwer

Niels Brouwer zet slagerstraditie in de Burgemeester Reigerstraat voort

“Door klanten word ik Niels genoemd, niet meneer Brouwer, zoals dat bij mijn opa ging.” Op de dag af vertelt Niels hoe lang hij de zaak aan de Burgemeester Reigerstraat nu heeft overgenomen: één jaar, twee maanden en veertien dagen. Nadat hij zich bewezen had op de Slagersvakschool. “Ik mocht hier niet zomaar komen werken, hoor.” 

Tegenover mij, in het kleine kantoor achter de werkruimte van de zaak, zit een vrolijke enthousiaste en vooral jonge ‘baas’. Zo noemt hij zichzelf niet. “Ik probeer een goede werkgever te zijn en te leren van de mensen die hier al veel langer rondlopen dan ik.” Zoals van Frank, die al 35 jaar in de slagerij staat. “Het uitbenen heb ik pas écht geleerd toen ik met hem werkte.”

De worsten moeten lachen naar de klant
15 september, 1948: de dag waarop de opa van Niels de slagerij opende. “Het vlees hing in de etalage, het hoefde toen nog niet allemaal per se gekoeld te zijn. Nu is dat wel anders.” De toonbank richt Niels tot in perfectie in, als zijnde een etalage. “Alles moet recht, netjes en naar de klant toe. De worsten moeten lachen naar de klant.”

In een stad ter grootte van Utrecht kom je nog zelden ergens waar klant en personeel elkaar leren kennen. Bij Brouwer heb je een uitzondering te pakken. “Het is toch mooi een plakje worst mee te geven als je weet dat de klant kinderen heeft die daarvan smullen?”, vindt Niels. De vele klanten per week kent hij nagenoeg allemaal bij naam.

Mensen komen terug
“Waar ik het meest enthousiast van raak?” Niels’ ogen lichten op. Het slagersvak voor hem houdt zeker niet op bij het werken met vlees: het klantcontact en de creativiteit eromheen is minstens zo belangrijk. “Als mensen hier zijn geweest en geadviseerd zijn over de producten die we verkopen, is er niks mooier dan dat ze terugkomen.”

Ik word slager, en jij ook
“Ik ben opgeleid tot grafisch vormgever, net in de tijd dat daar geen werk in te vinden was. Pas daarna was het voor mij een optie om voor het slagersvak te kiezen, en ben ik de slagersvakschool gaan doen. “Toen ik mijn diploma had gehaald, wilde ik verhuizen naar Utrecht. Ik vroeg aan mijn vriendin Pleun of ze mee wilde. Dat wilde ze, en ze heeft ook de slagersvakschool gedaan.”

“Ik ben een echte ambachtsman, een versspecialist. Slager is één van de oudste beroepen, en zo voelt dat ook.” De twee mooiste aspecten van het vak vindt Niels het uitbenen en het contact met gasten. Twee uitersten, die juist het werk zo leuk maken. Niels heeft profijt van zijn eerdere opleiding: hij heeft als vormgever kennis en passie voor marketing.

Een ander tijdperk
Zoals zijn opa vroeger werkte, gaat tegenwoordig niet meer. Zijn vader probeert daarentegen wel met zijn tijd mee te gaan. “Er wordt zoveel gezeurd over vlees. Ik kan er alleen maar om lachen, want bij iedere hype is het hier in de zaak drukker.” Het besef lijkt te groeien dat goed vlees beter is, en daar speelt Niels op in. “Ik ken mijn product, kies het vlees zelf uit en ga geregeld langs bij de boer. Als je vlees eet, koop het bij een slager en niet in de supermarkt.”

Honderdjarig bestaan
Als het aan Niels ligt, viert hij in 2048 een honderdjarig bestaan van de zaak. Met een glimlach en met gasten in plaats van klanten. Sinds hij aan het roer staat, heeft hij zijn werk al uitgebreid met productontwikkeling – denk aan gekruide spareribs en kip grill producten – en catering. De toekomst is echter spannend. “Je kunt tegenwoordig moeilijk aan jonge slagers komen”, zegt Niels.

5 reacties

Reageren
  1. vraag naar ” opa worst “en je krijgt de handgeschepte metworst die net iets sappiger is dan de machinaal geschepte. Het omrijden waard.

  2. Ambacht mensen puur sang met gevoel voor het slagersvak wat over is gedragen van vader op zoon.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *