Working Class Artist

Een mooie zeefdruk van Herman Brood maar het geld bleef uit

Lezers van De Nuk kennen hem als B.U. Shido, de chauffeur die tot afgelopen zondag schreef over zijn verhalen in de bus. Verhalen die ook opvielen door de bijbehorende mooie illustraties. Vandaag presenteert Shido zich onder zijn eigen naam: Michael Hermanus Schuurmans. Buschauffeur maar ook en vooral kunstschilder. In een nieuwe serie vertelt hij over de verhalen achter zijn werken.

Een wijze les werd het, met een mooi resultaat. Herman Brood was gesprongen en ik had me als autodidactisch kunstenaar, laten beïnvloeden om een portret van hem te maken want zeefdrukken ervan zouden als warme ‘broodjes’ over de toonbank gaan. Een klein stemmetje fluisterde wel ‘lijkenpikkeritus’ maar Mammon overstemde dit… Zelf was ik ook gevallen, uitgegleden over een voetscherf tafelglas, en zat thuis met een poot in het gips dus genoeg tijd te doden. 

De foto met heerlijke, vieze nagelranden als voorbeeld vond ik rap maar alleen een kopie van die foto vond ik te makkelijk… Een brainbriesje kwam toen ik foto’s, met een Fujica spiegelreflex camera geschoten, doorzocht.  Een zonsondergang boven de Lek bij Schoonhoven sprong eruit en ik besloot de twee te verweven. Ik spande een groot stuk, dik aquarelpapier en ging schetsen. Na twee avonden weven was ik tevreden. Pakte keukenrol, een mok met water, grove kwasten en fijne penselen, een glas rode wijn, een joint en tubes plakkaatverf met gele oker en cyaan in hoofdrollen en begon aan deze aquache. Na het opzetten van het portret begon de fusie met het zwerk. Ik zwierde… zat met de tong uit den mond te schilderen en voor ik het wist (nou ja, twee weken later) stond er rechtsonder: Hermanus ’01.

De ‘influencer’ zag het helemaal zitten. Hij regelde contact met de Free Record Shop en Van Breukhoven zag het wel zitten. Een doorbraak was nakende en na wat hobbeltjes met de erven Brood, kwam ik in een roze bubbel terecht. We hoefden het alleen nog maar te laten drukken en een kleine 50 stuks in te laten lijsten… Mammon maakte me  geil en blind. 

 ‘Alleen maar’ was toen fl. 12.000,00 bij elkander. Ik verdiende niet slecht als kwaliteitscontroleur bij Royal Leerdam maar ik had het niet. M’n moeder leende het me. Zeefdrukken in een oplage van 250 (en wat e.a.’s) en vijftig antracieten, houten lijsten met een ruim passe-partout. Transport naar  FRS. Artistiek en logistiek had ik er alles aan gedaan. Ik haalde de lokale pers en had zelf in een brutale bui Henk Westbroek benaderd voor een expositie In ‘Stairway to Heaven’ waarop hij tot mijn stomme verbazing ‘ja’ zei… en nu werd het afwachten. 

Beloofde landelijke pers van FRS bleef helaas uit, ondanks vier verkochte exemplaren op de eerste dag. Ze werden door distributioneel geharrewar niet vervangen op de desbetreffende locaties. Ze waren er niet op toe bereid… denk ik.  

De expositie was een succes in aandacht. Door het roze was ik helaas het praktische VVD-blauw vergeten. Ik had geen visitekaartjes of iets dergelijks achtergelaten door mijn amateurisme en het bevraagde barpersoneel stond dus meerdere malen met een bek vol tanden. Foutje… 

Het bloedde snel dood na de flitsende start. De bubbel verkleurde van roze naar bloedrood. Zelf kon ik in jaren hierna wel enige exemplaren verkopen maar uiteindelijk had ik me de kolere gewerkt, vertrouwende en afgaande op de kwaliteiten des verkoops van derden en bleef gedesillusioneerd achter. Momenteel staan er bij mijn moeder nog 18 ingelijste exemplaren in een rommelkamer en heb ik nog zo’n slordige 125 ongesigneerde zeefdrukken hier in Utrecht liggen. 

Die laatste ga ik tegen de ongeschreven regels van de ‘beau monde’ in, allemaal als épreuve d’artiste signeren of iets dergelijks. De tel is kwijt door onduidelijkheid over waar verscheidene, gesigneerde exemplaren zijn gebleven in de loop der jaren en welke nummers deze hebben. Vandaar dat ik de titel ook heb gewijzigd van ‘Still Believe’ naar ‘Herman’. I am doing it my way!

Ik beloofde mijzelve één ding: nooit meer creëren in de naam van Mammon. Geloof me… hij fluistert nog steeds en kwam terug… 

Koos van Dijk, Marcel Brood en Michael Hermanus Schuurmans. Wat kon er nog mis gaan?

Michael Hermanus Schuurmans

A working class artist, dat is hij. Niets meer, niets minder. In 1986 bracht hij een bezoek aan de Kunstacademie Rotterdam na de HAVO. Als de realist die hij toen al was en wenste te blijven, vond hij zich niet in het getoonde aldaar (veelal conceptuele en abstracte werkstukken). Tekenleraar werd het ook niet en na een mislukt avontuur op de Grafische School was het uit met scholing.
De schoorsteen moest gaan roken dus hij ging werken en in zijn vrije tijd creëren. Dat is de rode draad die weinigen ontdekt hebben omdat er geen vaste, immer terugkerende stijl te zien is. De goede kijker ziet toch drie zuilen met regelmaat terugkomen: muziek, politiek en sensualiteit. Door zelfscholing, naast het uitoefenen van verschillende ambachten, blijft hij zich verder ontwikkelen. ‘A rolling stone gathers no moss’.
Middels deze column neemt hij u mee in zijn ambachten en kunsten. Zijn dwalingen en successen. Invloeden, inspiraties en uitstapjes. Oooh ja. Hij is geboren in Rotterdam Noord, getogen in Rotterdam Zuid en sinds 2007 woon-, werk- en schilderachtig in Utrecht. In het Museumkwartier nog wel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *