In deze rubriek vragen we Utrechters keuzes te make binnen hun vakgebied, maar ook daarbuiten. Vandaag horecaondernemer Bart Broshuis.
Ik spreek met Bart Broshuis (68) af in zijn ‘The Winetable’ op de Biltstraat. De zaak die hij in februari 2025 opende met zijn vrouw Jacqueline Fagel en mede-eigenaar Pascal Muller. Zelf noemt hij het zijn laatste trucje in de lange reeks van horecabedrijven waar hij, soms wel en soms niet succesvol, aan het roer stond. Tijdens ons gesprek komt er een echtpaar binnen. “Hé Bart, we kennen je nog uit jouw Cantina Italia en hoorden dat je deze zaak hebt geopend. Het heeft weer de echte Bart sfeer”. Gedempt licht, veel bordeauxrood en kaarsen. Als blikvanger staat in het midden van de zaak een ‘hérisson’, het kegelvormige uitdruiprek voor wijnflessen, die hij als een kerstboom heeft opgetuigd.
Bart Broshuis, geboren in Zeist, groeide op in een ondernemersgezin met vijf kinderen. “Ik was een heel brutaal jongetje, haalde graag rottigheid uit, zeg maar gerust een lekker vervelende ettertje. Ik ging naar de Breul, een middelbare school in Zeist, werd van school getrapt en vond mijn eerste baantje in de horeca. Ik was 16 en begon in een barretje in de Dorpsstraat en dat paste bij mij. Ik zou nooit meer uit de horeca weggaan. Ik werd ober in restaurant ‘Kerckebosch’ en uiteindelijk daar chef de rang. Toen ik achttien werd, haalde ik mijn rijbewijs en toen kwam mijn leven tot bloei. De vrijheid die een wagen mij gaf, het werd het belangrijkste element in mijn leven. Ik leerde mijn eerste vrouw kennen en zij raakte in verwachting. Ik was 18 en moest toestemming vragen aan mijn ouders om te mogen trouwen.”
‘Na ruim twee jaar gingen we uit elkaar. Ik haalde de schade van twee jaar brave huisvader zijn in’
“Mijn vader was er fel op tegen dat ik zou trouwen, maar ik heb doorgezet en we kregen een prachtige dochter. Na ruim twee jaar gingen we uit elkaar. Ik haalde de schade van twee jaar brave huisvader zijn in. Ik wilde de wijde wereld buiten Zeist zien en overal aan snuffelen. Ik ging naar Utrecht en Amsterdam, wilde alles meemaken. Ik begon café Lambiek in Zeist, dat mijn vader mee financierde en het werd een succes. Na zes jaar was ik het zat en wilde verder. In 1986 kocht ik café ‘De Beijaart’ op ’t Wed en daarna opende ik Jazz-café ‘Bartje’, dat werd een begrip in de stad: druk, drukker, drukst. En iedereen wilde ook iets eten.”
‘Bij Grand Cru Café Jacqueline zijn we echt goed het schip ingegaan’
“Ik opende een restaurantje, ook op ’t Wed, ‘Opoe’s Eethys’, een Franse bistro in de stijl van Moustache, de eerste Franse bistro in Utrecht. Gedempt licht, bordeauxrood, uiensoep, slakken en kikkerbillen op het menu. En een stinkende W.C. Daar had iedere drukke zaak in de binnenstad last van met een verzakkend riool. Bartje moest om 1 uur dicht en ik kocht nog een café waar ik tot 2 uur open kon blijven en in het weekend tot 3 uur, dat werd café ‘De Kneus’. Waar nu villa Orloff zit tegenover de stadsschouwburg, begon ik ‘De Hooghe Heeren’, een prestigieus project. Het eerste grand café van de stad, veel marmer, beetje protserig. Met kreeft, krab en kaviaar op de kaart, champagnes en Château Pétrus op de wijnkaart. De sfeer werd er niet prettig, de hele Utrechtse onderwereld kwam in de zaak. Ik pakte mijn verlies en vertrok. Ik ging terug naar Zeist en opende daar een aantal zaken. In 1991 ging ik terug naar Utrecht en opende ‘De Reünie’, wat nu Madeleine is. Ik begon de ‘Colonie’ op de Ganzenmarkt, met een filiaal in Houten en ook in een ’s-Gravenland. In Loosdrecht begon ik ‘De Bestemming’, een zaak op Michelin sterren niveau, die ik in 2001 verkocht en ik ging terug naar Zeist waar ik ‘Hermitage’ kocht en daar ben ik 11 jaar gebleven. Ik had mijn huidige vrouw Jacqueline Fagel ontmoet en zij, telg uit de bekende Fagel-dynastie en vinologe, begon in 2015 Grand Cru Café Jacqueline, in een zijvleugel van Hermitage. Ook daar weer mijn eigen signatuur met bordeauxrood en Franse gourmandises. Daar zijn we echt goed het schip ingegaan. Toch openden we in 2011 ‘Cantina Italia’ in Den Dolder.”
‘Ik heb 28 horeca-bedrijven gehad, de een met meer succes dan de ander’
“Ik dacht dat mijn laatste zaak zou worden. Het werd niet het succes waar we op hadden gehoopt en moesten het verkopen in 2016. Ik heb 28 horeca-bedrijven gehad, de een met meer succes dan de ander. Dat is de gok die je neemt en het risico van ondernemen. Toen heb ik voor en tijdens Corona een paar jaar niets gedaan. Nou ja niets, ik adviseerde startende horeca- ondernemingen en werkte nog even voor Jos de Winter in Oost. Tot hij belde dat we dicht moesten tijdens de eerste lock-down door Corona. Ik heb nog even geholpen met de opstart van ‘KURK’ in de Korte Jansstraat en toen kwam deze locatie op mijn pad. Samen met Pascal Muller en Jacqueline, richtten we deze zaak in. Weer met de sfeer die onze zaken kenmerkt. Jacqueline is steeds minder in de zaak, zij is de gelukkige oma van Lily en ze past heel veel op. Een wijnbar is geen toevalligheid, Jacqueline is vinologe en ik ben de wijnwereld ingerold toen ik 14 jaar was en vakken ging vullen bij een slijter in Zeist. Ik was gefascineerd door mooie etiketten, zoals het prachtige Faustino-etiket op de mat zwarte fles, die iedereen over de hele wereld kent. Met een jongen die ook in de zaak werkte besloot ik om zo’n fles open te trekken. Het was eigenlijk best lekker: die beetje zoetige Rioja. Ik ontdekte ook al vroeg dat wijn beter werd als je hem even open liet staan. Geef wijn even de rust en de tijd. Ik heb altijd goede wijnen geschonken in de zaken die ik had, Na 28 horecaondernemingen is dit misschien echt mijn laatste zaak, ik ben ook de jongste niet meer en kamp met longproblemen. Maar zolang ik plezier heb en mijn gasten een leuke avond kan bezorgen, ga ik door.”
De keuzes van Bart
Boek
“Ik lees vooral op vakantie, Dan lees ik spannende boeken zoals een Grisham of een Baldacci. Boeken waar je even bij weg kan dommelen om daarna de draad weer op te pakken.”

Muziek
”De muziek van jeugd was die van Deep Purple, Led Zeppelin en The Who. Ik heb alles live gezien. In mijn eerste zaak ‘Lambieck’ draaide ik vooral The Stones en U2. In Jazz café Bartje was het natuurlijk Jazz. In de ‘Reünie’, draaiden we geen muziek, dat vonden de gasten prettig “Hé Bart, lekker geen muziek!”, de mooiste muziek in een zaak is voor mij het geroezemoes van je gasten. Muziek mag nooit overheersen. Nu word ik blij van Frank Sinatra, The Beatles en singer-songwriters. Ik mag ook graag een Fado draaien, het geeft een bepaald sfeertje, iets van rust en stilte, puur genot om naar te luisteren.”

Film
“Les Intouchables’, na deze film liep ik met een glimlach naar buiten. Ik hou van Franse films met Isabelle Huppert, Isabelle Adjani en Romy Schneider. Verder kijk ik graag Scandinavische series op TV.”

Kunstwerk
“Ik hou van ouwe-lullen-kunst. Schilderijtjes met koeien, boerderijtjes, bomen en weilanden. Maar ook schilderijen van de zee en boten. Ik was laatst in Scheveningen bij het ‘Panorama Mesdag’. Daar kon ik mijzelf in verliezen, wat was dat mooi. Ik hou van het werk van Henk Helmantel, hoe hij op realistische wijze zijn onderwerpen weergeeft. Verder hou ik van bronzen beelden van paarden en van vrouwen met een mooie buste. Ik ben een man van curiosa en kringloopspullen, Voor mij mag in ieder hoekje wel een tafeltje met een lampje staan, tot afschuw van Jacqueline.”

Stad
“Ik ben stapelgek op Utrecht, maar ik vind dat er erg slecht met de stad wordt omgegaan. Veel rommel op straat en overal van die oude rot fietsen. “Maar nu ben ik misschien wel de zeikende ouwe lul.”

Restaurant
“Mauve in Laren. Je kan er op ieder moment van de dag eten. Lekkere maaltijden en een erg vriendelijke bediening. Je zit er fantastisch op het terras en je hebt heel wat te kijken.”

Utrechter
“Anton Geesink, dat vond ik een Tower of power. En Jan -Jacob Sleper, hij weet veel van kunst, monumenten en bouwkunst. Hij is een visionair en een allesweter. Ik mag graag naar hem luisteren.”

Wat zou jij doen als je burgemeester van Utrecht was?
“Ik zou de stad beter schoonhouden en leegstand van winkels voorkomen.”
Laat uw reactie achter
Reactie