Als je in Leidsche Rijn bij ons in de buurt moet zijn is het goed opletten waar je parkeert. In Leeuwesteijn is het (nog steeds) gratis, iets verder, aan de andere kant van het parkje, wordt je geschoren.
Bij ons in Leeuwesteijn hebben de straatnamen iets met geld: Guldenplantsoen, Rijksdaalderpad, etc.; in de andere buurt heten ze naar Europese hoofdsteden: Laan van Sofia, Skopjestraat, Chisinaustraat (opgezocht: hoofdstad Moldavië).
Parkeren is in onze buurt vrijwel onmogelijk, aan de `andere kant’ is volop plaats. Sommige straten zijn daar bijna altijd helemaal autovrij, dat wil zeggen: je mag er wel staan, maar je kijkt wel uit. Bewoners stallen hun auto onder de grond.
‘De andere kant’ is duidelijk chiquer dan de onze, meer Wilhelminapark-achtig, met grote huizen. Zeker de helft van de bewoners gunt de voorbijganger een blik in hun interieur, een geste die ik zeer kan waarderen. Jonge gezinnen doorgaans. Maar al wel met mooie spullen.
Het is er niet goedkoop. Op Funda staat een huis in de Laan van Sofia. Vier verdiepingen, zes slaapkamers, 985.000 euro, k.k.. (‘Mogen wij jou snel verwelkomen in deze prachtige eyecatcher?’).
In de Laan van Moskou ook een aanbieding: 193 meter vloeroppervlak, 1,175.000 k.k. (‘Dit huis heeft iets wat je niet vaak tegenkomt in de stad. Het gevoel dat je onderdeel bent van een geheel. Dat je hier samen woont zonder dat je elkaar in de weg zit’.)
‘Onze kant’ is meer gemengd. Je heb ‘al’ een groot huis voor zeven of acht ton en een appartement voor een half miljoen.
De bewoners van de kleinere huizen (sociale huur?) zijn onzichtbaar en anoniem. Nergens een naambordje. Naar binnen kijken kan slechts hier en daar. Vaak zijn de gordijnen dicht. Op een koude middag zie je buiten ook nauwelijks mensen.
Onze beide buurten bestaan voornamelijk uit gesloten bouwblokken van zeker tachtig bij tachtig meter met daarbinnen groen en daaronder meestal parkeren. Omdat er dus dingen gemeenschappelijk zijn word je als koper automatisch lid van een vereniging van eigenaren. Niet altijd zijn die verenigingen echt gezellig. Ons blok, Hof van Leeuwesteijn, is huur, dus die zorg hebben we niet.
Tuur je in Leidsche Rijn de horizon af dan zie je vrijwel nergens bouwkranen meer, behalve bij ons. Het is bijna gebeurd. Nog een paar jaar, en het stadsdeel is voltooid. Er is – zeg maar – van achteren naar voren gewerkt, eerst bijna in Harmelen, daarna steeds dichterbij de Dom. En nu vullen ze in de buurt van het Amsterdam-Rijnkanaal de laatste gaatjes (nou ja, gaatjes).
Bouwkranen in actie, ik kijk gefascineerd. Vanuit mijn zijraam aan de voorkant zie ik er drie. Ze bewegen zelden tegelijk, maar evengoed. Als ze de goede kant op draaien komt ook de mens zonder hoogtevrees, de millimeterman, kortom de kraanmachinist, in zicht. Ik bewonder hem. Je moet het maar kunnen. Hele voorgevels zet hij zes hoog op de juiste plaats. De laatste fase van het transport is precisiewerk. Drie man paraat op de plaats van bestemming. Beetje naar links, beetje naar rechts, iets hoger, iets lager, bovenkant beetje naar achteren. Zakken maar.
Ik ben een laatkomer in Leidsche Rijn, maar blij dat ik het staartje van de bouw nog meemaak. Van mij mag het nog wel even duren.
Laat uw reactie achter
Reactie