Geen heftige verschuivingen, geen grondige afrekening, geen opzienbarend politiek nieuws uit Utrecht, of toch wel? De eerste indruk na het bekendmaken van de voorlopige uitslag was dat de stad nog progressiever is geworden. Utrecht stond al bekend als een links bolwerk in het hart van Nederland. 44 procent van de kiezers hebben dat versterkt (als D66 in dit gevalook als progressief mag worden mee gerekend). Het is invoelbaar dat de eerste reacties euforisch waren bij Linda Voortman en de haren. Maar ik vraag me af hoe terecht dat is.
Een blije vaststelling om mee te beginnen. Ultra-rechts blijft in de minderheid. Het is simpelweg niet de aard van de stad. Utrecht heeft anders dan Den Haag geen draagvlak om een type als de populist Richard de Mos voort te brengen. Daar krijgt Jan van Zanen nu meer dan ooit mee te maken. In Utrecht kan Sharon Dijksma ingenomen zijn met het ontbreken van dergelijke vrolijke flanken.
Persoonlijk is het voor mij bemoedigend. De landelijke teneur van de afgelopen jaren was dat domrechts steeds meer de stemming bepaalde, in een algemeen bruiner kleurende wereld. Sander Schimmelpenninck kon er niet genoeg op hameren in de Volkskrant, met genoeg van gelijk aan zijn zijde. Mijn weerzin nam wel toe. Ik hield er graag aan vast dat er nog zoiets als slimlinks over blijft. Ik hoefde maar dichtbij te luisteren en te kijken in Utrecht, zonder te beweren dat ik zelf de hoogste wijsheid in pacht houd.
Als vanouds wordt de demografie van de stad mede bepaald door het universitaire deel. Nu zijn niet lang niet alle studenten bollebozen, is de prominente linksheid van de hoog geschoolden al lang voorbij, maar de studerende jeugd heeft zorgen genoeg om wel overwogen keuzes te maken uit eigen nood en verlangens. Vooral als het gaat over wonen, veiligheid, steen en groen.
Hoog, of laag opgeleid zorgt toch ook voor een essentieel verschil. Dat gaat op van wijk tot wijk, ook in de opkomst voor de verkiezingen. Zo is ook Utrecht een gelaagde stad. Het is niet onwaarschijnlijk dat de raad vooral het gezicht heeft van de meer welvarende wijken. Groen Links is in acht van de tien wijken de grootste, D66 de grootste in Leidsche Rijn.
Verkiezingen zijn vaak een afrekening voor gevoerd beleid. Utrecht zou Utrecht niet zijn, als er niet gekankerd wordt. De combinatie van Groen Links en PvdA heeft de afgelopen jaren niets nagelaten om electorale weerzin te oogsten en gezien te worden als arrogante machtspolitici. Ook daarom is de Utrechtse uitslag tamelijk verbazend. Op facebook zag ik een opmerking over de Groene Khmer die weer aan de macht komt, gepaard aan emoji’s met braaksel.
Het kan zijn dat nogal veel kiezers hun GL/PvdA-vakje rood hebben gekleurd met het gevoel juist tegen de rechtse tijdgeest te stemmen, net als veel mensen in Amsterdam en Rotterdam. En dat de kiezers van D66 nog steeds denken dat het wél kan, ook nu Jetten vooral de premier is van een VVD-kabinet.
Laat ik het bij Utrecht houden. Na het feest de realiteit. Problemen genoeg: ravijnbezuinigingen, zware scheefstand in de woningsector (Cees Grimbergen blijft het maar aantonen). Andermaal gaan bestuurders besluiten nemen die voor veel Utrechters geen soelaas bieden, uit pure onkunde, of hooghartige eigenwijsheid. Net als veel burgers heb ik makkelijk praten – ga er maar aan staan, de papieren stapel vol complexiteit.
Er is genoeg slimme linksheid onder de gekozenen van GL/PvdA en D66. Het is afwachten of ze met dat verstand de beste afwegingen maken voor meer dan alleen hun grote kiezersschare. Namens de VVD zal Tess Meerding te keer blijven gaan tegen de parkeergelden en het autootje pesten. Nóg is de oppositie daarmee niet op het beste peil.
De lokale partijen die elders in het land zoveel in te brengen hebben, zijn in Utrecht te versnipperd. Echt, je gaat weer verlangen naar de Leefbaren – een blok van sterke stokers met stadse idealen. Al is het maar voor meer nuchterheid tegen de euforie. Ook goed voor hen die Utrecht niet rechts genoeg vinden.