Geen furieuze fakkels, maar warm liefdesvuur. Geen groezelige grimmigheid, maar waardige gratie. Geen duistere complotten, maar openlijke eensgezindheid. Het was 21 mei 2026, op het Domplein. Ik zag hoe het weerzinwekkende beeld, uitvergroot in Loosdrecht, in Utrecht omkeerde in het tegendeel. Er waren duizenden mensen bijeen in sterke verbinding, om hun steun te uiten aan vluchtelingen en AZC’s, in plaats van ze af te branden.

Voor aanvang van de gebeurtenis ben ik van voor het podium, waar ik een mooi orkest had horen spelen,onder Jan van Nassau langs de verzamelde menigte gelopen om de mensen te observeren. Ze waren oud en jong, man en vrouw, hier en daar van kleur, ja, best wel inclusief. Ik zag de borden die ze omhoog hielden, maar ook hun gelaatsuitdrukkingen. Ze waren ferm en overtuigd – fel tegen wat er de afgelopen weken aan aversie en agressie te zien was, met de uitvergroting van de woede uit dat nabije plassendorp, Loosdrecht.

Ik kende ze. Ze waren zichtbaar als een collectief van Amelisweerd knuffelaars, en groot verbond van Volkskrant-, NRC- en Trouw-abonnees. Daar kon je het mee afdoen, met een zeker Telegraaf-perspectief. Nee, ik ben niet naïef, of blind voor de problematiek van de vluchtelingen, het gebrek aan opvangcapaciteit, de worsteling van burgemeesters en het COA.

Op het Domplein zag ik andermaal een proportioneel tegenwicht, een ferm rechtzetten van het beeld van een xenofobisch laagland. Ik hoorde de teksten van goed geïntegreerde jonge vluchtelingen: ‘Vluchten is geen luxe’, ‘Nederland is groter dan angst’ en ‘Ik kies voor menselijkheid en ik hoop Nederland ook.’

De NOS was erbij, radio en televisie. Ik zei tegen mijn goede oude collega Nicole le Fever dat het evenwicht in de berichtgeving in de afgelopen tijd weer eens volslagen uit balans was geraakt. Nicole was het volkomen met me eens. Het is iets om te onthouden voor de komende talkshowtafels: in Nederland is een groot verschil in opvattingen en emoties, bij blijvende vluchtelingennood.

Na de samenkomst op het Domplein kwam een mars door het centrum, naar het Jaarbeursplein. Er vonden geen tegenstoten plaats door lieden in hoodies uit de buurt van Ermelo. Reken maar, dat alles goed geobserveerd is door de AIVD, maar in Utrecht was geen grond om nieuwe bewijzen te vinden van een rechts-radicale organisatie.

Wat hier bij duizenden bijeenkwam was geen haat, maar medemenselijkheid.

Uit het binnenste van de formatie voor de nieuwe gemeenteraad hoorde ik een observatie van formateur Lilianne Ploumen: ‘Nederland kan wel wat meer Utrecht gebruiken.’