Niet het politieke perspectief van Den Haag, de culturele elite van de Amsterdamse grachtengordel, of het beeld uit het Hilversumse mediapark, maar een alternatieve visie op Nederland, om te beginnen rond de Dom. Dat is de basis van De Trans Brabant Express, het debuutboek van Willem van Zeeland. De voormalige programmeur van Tivoli en oud-hoofdredacteur van de VPRO doet hierin verslag van een reis langs Nederlandse visionairs en pioniers. Het openingshoofdstuk is gewijd aan zijn woonplaats Utrecht. Daarmee zet hij hem centraal in de Nederlandse geschiedenis. ‘Het is een interessant vertrekpunt.’
Van Zeeland (1971) groeide op in het Brabantse Boekel en maakte met zijn ouders uitstapjes naar Utrecht. Hoog Catharijne was een openbaring voor de middelbare scholier. Het was nog voordat het winkelcentrum een hangplek voor heroïneverslaafden werd en verloederde tot, zoals hij het in zijn boek omschrijft, ‘junkiealley naar Muziekcentrum Vredenburg’. Nu woont hij met zijn Lieke al weer jaren in een appartement hoog boven Vredenburg. Hij is van dichtbij getuige geweest van de veranderingen van Hoog Catharijne en TivoliVredenburg. De daklozen verdwenen, onder andere door het beleid van ‘sociale Rambo’ Hans Spekman. Het is een van de Utrechtse transities op het totaal van wat hij op reis met de Trans Brabant Express is tegengekomen.
Van Zeeland gaat in het boek terug naar de jaren zeventig, toen progressief de mainstream in het land bepaalde en songteksten belangrijker waren dan Bijbelteksten. Anno 2025 was het omgedraaid, werd de toon gezet door radicaal rechts. De angstcultuur dwong tot een terugkeer naar traditionele waarden. Van Zeeland koos de route van de oude Brabantste buslijn 21, oostelijk richting Nijmegen. Hij stelt vast: ‘Nederland ziet er anders uit, als je het van een andere kant bekijkt.’
‘Ik denk dat het platteland veel wereldser is dan mensen denken’
Aan een tafeltje in Orloff aan het Wed zegt hij: ‘Het beeld was eenzijdig. Ik ging me storen aan bepaalde clichématige beelden in het nationale debat. Over migratie, maar ook de tegenstelling tussen stad en platteland. Ik zie die niet als zo extreem. Ik denk dat het platteland veel wereldser is dan mensen denken. Ik kende dat platteland goed uit mijn jeugd, dus ik wilde wel weer eens op zoek gaan naar mijn eigen beeld van Nederland en dat toetsen aan de realiteit. Dus ik maakte die reis, sprak onderweg met mensen, onderzocht wat mijn beeld van Nederland is en dat is in sommige opzichten toch anders dan het dominante beeld zoals we dat gepresenteerd krijgen in de media en de politiek.’
Hij beaamt dat de route door Utrecht en Brabant een beperking is.
‘Dat is het zeker, maar juist in die beperking ontstaat een ander beeld. Ik vind dat voortdurend de wereld bekijken uit Amsterdam of Den Haag ook een beperking, dus dan ik kies mijn eigen beperking. Het zijn allemaal gebieden en plekken die ik zelf goed ken, waardoor ik enig recht van spreken heb. Ik zou ook naar Hengelo kunnen gaan, maar daar ben ik amper in mijn leven geweest, dus die mensen in Hengelo zien me aankomen. Wie ben ik om het wereldbeeld vanuit Hengelo te vertegenwoordigen?’
‘Utrecht heeft een identiteit die zich eerder laat verklaren vanuit het kerkelijke, dan uit het nationale’
Frappant om Utrecht als inwoner als basis van alles te nemen, in zijn oorsprong de kern van Nederland.
‘Ja, het ligt in het midden. Het is ook de oudste stad van Nederland. Die positie wordt ook geclaimd door Nijmegen en Maastricht, met recht, maar het zijn wel steden die weer aan de rand van Nederland liggen. Dit is in ieder geval de oudste stad in het hart van Nederland, dus een interessant vertrekpunt. Het valt me vaak op dat de Nederlandse culturele historische identiteit wordt vernauwd tot Holland in de zeventiende eeuw. Rembrandt, Willem van Oranje, calvinisme, maar is meer dan dat, het land is groter dan dat en de geschiedenis telt meer eeuwen dan de zeventiende. En Utrecht heeft natuurlijk een hele rijke geschiedenis vanuit de oudheid, de middeleeuwen. Fascinerend. En een identiteit die zich eerder laat verklaren vanuit het kerkelijke, dan uit het nationale.’
Daar hoort de ouderwetse kloosterlijke rust bij die nog deels de sfeer van de Utrechtse binnenstad bepaalt.
‘Ja, je kunt er prachtige wandelingen maken. Als je begint bij Karel V en je gaat via Tivoli naar het Catharijneconvent, het Centraal Museum. Er zijn zoveel van die stille kloosterhofjes midden in het centrum van Utrecht, het Pandhof niet te vergeten. Dat maakt de stad heel bijzonder. Die kerkelijke traditie voert terug op Willibrord, de traditie van 1500 jaar waar we in staan. Daar is niet zoveel aandacht meer voor, omdat de mensen in de stedelijke milieus religie de rug toe hebben gekeerd, en vaak de kerk zijn uitgelopen zonder nog veel om te kijken, terwijl de traditie heel belangrijk is.’
In het boek haalt Van Zeeland de uitspraak van Harry Mulisch aan: ‘God bestaat niet, maar de kerk bestaat wel.’ Hij is zelf ook niet gelovig, maar onderkent dat de religieuze traditie essentieel is in onze cultuur en moraliteit. Daar gebeurt iets vreemds.
‘We hebben het met elkaar, in de politiek en in de talkshows heel veel over de Islam en wat daar allemaal mee samenhangt, maar over onze eigen religieuze traditie spreken we heel weinig, terwijl dat volgens mij wel een interessant gesprek is, dat we vaker moeten voeren.’
Dus bezocht hij met nog iets licht Rooms in de aderen in de Domkerk een protestantse zondagse dienst, met een matige opkomst.
‘Die Dom staat zo centraal in de culturele identiteit van Utrecht, Utrechters zijn dol op hun Domtoren, er is altijd een gevoelige discussie als er iets hoger dan de Dom dreigt te worden gebouwd, de mensen zijn dolblij als de Dom uit de steigers gaat, als de Tour de France naar Utrecht komt is het heel vanzelfsprekend dat het le Tour sous le Dom heet. Maar de corebusiness van dat gebouw, wat zich daar binnen afspeelt, daar hoor ik nooit iemand over. Het was ook een beetje een researchuitstapje, terwijl ik aan het nadenken was over dat boek, om op een zondagochtend de kerk te bezoeken, luisteren naar wat er gezegd wordt en kijken wat er gebeurt. En dan zie je dat de betrokkenheid daar niet zo sterk bij is. Tegelijkertijd heeft de Dom een bredere programmering dan dat. Ik refereer aan het Summer Darkness Festival, dat er Gothic concerten zijn, dat Kader Abdolah daar optreedt met zijn Koranvertaling. Dat vind ik heel mooi.’
‘We stonden te dansen op de graven, zonder het te beseffen’
In Tivoli aan de Oudegracht heeft hij als programmeur het dansen op de graven meegemaakt.
‘Ja, letterlijk. De zaal is gebouwd op de funderingen van de kerk van het Regulierenklooster. We hadden wel eens problemen met het riool dat overstroomde, omdat het allemaal niet gebouwd was op dagelijks duizend mensen die meerdere keren hun behoefte doen. Dat riool was zo oud dat ze niet meer wisten hoe het in elkaar zat, dus was er een kijkoperatie nodig en toen zagen ze beenderen onder de grond. Die graven lagen onder de kerk en die zijn nooit geruimd. Dus stonden we te dansen op de graven, zonder het te beseffen.’
Van Zeeland werd namens Tivoli lid van het ontwikkelingsteam dat beraadslaagde over de totstandkoming van een muziekpaleis met meerdere zalen. Daarbij diende een centrum als Time Out in het Brabantse Gemert mede als voorbeeld. In Utrecht moest de Mattheus Passion tegelijkertijd uitgevoerd kunnen worden met een techno event. Zo ontstond een unieke formule, zonder weerga in de wereld. De kosten werden beraamd op 160 miljoen. De voltooiing verschoof en Van Zeeland nam elders een baan aan. Hij kijkt wel met veel voldoening naar het resultaat. In zijn boek haalt hij het rapport Muziek in de Stad aan van de Nijenrode Business Universiteit. Hierin wordt de toename van het aantal concerten gekoppeld aan stijging van de huizenprijzen in de omgeving. Muziek als prima brandstof voor de economie.
In De Trans Brabant Expres:’Het was de kunst om als stad aantrekkelijk te zijn voor dergelijke bedrijven en werknemers, en TivoliVredenburg zou daarbij weleens het verschil kunnen maken. De creatieve stad en de creatieve klasse waren upcoming, met dank aan het boek The Rise of the Creative Class van Richard Florida. De gemeente Utrecht ging overstag. Het is met die huizenprijzen nogal uit de hand gelopen.’
‘Een concertpodium met een onderscheidende programmering is wat een stad uniek kan maken’
TivoliVredenburg, een motor in de binnenstad?
De auteur: ‘Ja, dat denk ik zeker. Het was in het begin best omstreden, maar maakt nu deel uit van de trots van de stad. Het wordt heel goed bezocht. Wat interessant was aan het rapport van Gerard Marlet dat hij ook liet zien dat een concertpodium met een goede programmering heel erg onderscheidend kan zijn voor een stad, vergeleken met musea. Je maakt misschien een stedentrip naar een stad vanwege het museumaanbod daar, maar het is geen reden om er te gaan wonen. Bioscopen zijn ook belangrijk, maar je kunt in Rotterdam, of Amsterdam dezelfde films zien als in Utrecht. Maar een concertpodium met een onderscheidende programmering is wat een stad uniek kan maken.’
Het was onderdeel van een al langer ingezette stadsovergang, beschreven door Van Zeeland.
‘In de jaren ’70’-’80 liep de populariteit van de stad terug, waren er achterstandswijken, gezinnen trokken naar de randgemeentes. Eind jaren ’80 kwam de terugkeer naar de stad op gang, maar eind jaren ’90 was de stedelijke samenleving nog best een wankel evenwicht. Het was heel belangrijk om de stad aantrekkelijk te maken voor bewoners en ook voor bedrijven om zich te vestigen. Het rapport kon heel goed aantonen dat een concertpodium daar een belangrijke rol in kan spelen en dat heeft geholpen om het geld op tafel te krijgen. Je zou kunnen zeggen dat dat inmiddels 25 jaar later enigszins uit de hand is gelopen. Je zou nu niet meer met trots een rapport presenteren waarvan je zegt: “als we dit gaan doen, kunnen we de huizenprijzen flink laten stijgen”. Dat vinden mensen nu niet meer wenselijk.’
In het boek komt hij ook met de vaststelling dat het algemene welvaartspeil rond 2000 gestegen was, maar dat er tegelijk ook een maatschappelijke kloof ontstond. Stevige paradox.
‘Dat heeft te maken met het loslaten van het Rijnlandse model naar toch meer neo-liberalisme en aandeelhouderskapitalisme. Ik probeer weg te blijven van: wij moeten terug naar vroeger, maar dat een van de dingen waar we ons door het verleden kunnen inspireren is, dat we terug mogen keren naar dat Rijnlandse model. Vrije markteconomie, goed gestructureerd vanuit de overheid, met een goed sociaal stelsel. Daar is wel wat verloren gegaan. Zeker op de huizenmarkt. Voor jonge mensen is het heel moeilijk om aan een huis te komen, terwijl aan de andere kant huizenbezitters enorm worden bevoordeeld.’
Hij gaat niet dieper in op Geert Wilders, die uit de Utrechtse gemeenteraad voort kwam en ook nog lang op een flat in Kanaleneiland heeft gewoond en daar aan zijn latere politiek werkte.
Glimlachend: ‘Ja, ik ben in de breedte wel wat weg gebleven van die Haagse politiek. Zeker, ik denk dat 11 september 2001 ook een belangrijk keerpunt is geweest. Er is een ander politiek klimaat ontstaan in de 21-ste eeuw en Geert Wilders is daar een van de belangrijkste vertegenwoordigers in Nederland van.’
Het klimaat in Kanaleneiland is toch aanzienlijk verbeterd.
‘Nou, ik denk dat de wijken aanpak zoals die er is geweest, de Vogelaarwijken, niet alle problemen heeft opgelost, maar in een aantal wijken wel verbetering gebracht. Interessant in dat kader is het gesprek met Harm Scheltens en het Social Design Project dat we vanuit Pastoe hebben ondernomen met twee architecten uit Venezuela die in de sloppenwijken werkten en die voor Hoograven een concept hebben geschreven, waar het huidige Rotsoord op is gebaseerd. Je hoeft niet een hele wijk plat te walsen. Ik denk dat vormgeving, architectuur en social design een belangrijke rol kunnen spelen en Utrecht is daar politiek ambitieus in geweest. Ik wil ook niet zeggen dat alles is gelukt.’
We spreken elkaar vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen, na voorgaande stembusgangen waar in Utrecht het aantal kiezers voor de PVV frappant klein was in vergelijking met de rest van het land.
‘Ja, je ziet dat in meer steden. In Amsterdam natuurlijk ook en in Eindhoven waar ik nu veel kom, ook weer een stad met een heel eigen uniek karakter. Die heeft ook te maken met de keerzijden van het succes. ASML en verwante techbedrijven groeien daar heel hard. Het is economisch een enorm succesvolle stad, er is veel behoefte aan nieuwe woningen en die worden ook gebouwd. Tegelijkertijd zijn er ook wijken en mensen die niet zo goed mee kunnen komen en profiteren van dat succes en waar ze hun best doen, om te zorgen dat Eindhoven ook voor die mensen een aantrekkelijke stad blijft.’
‘Utrecht hoeft zich niet uit te sloven om populair te zijn’
Neemt Utrecht in dat alles toch niet een unieke, centrale plaats in?
‘Goeie vraag.’
Een denkpauze. Dan: ‘Tot op zekere hoogte. Een paar beelden komen bij me op. Ik woon sinds 1997 in Utrecht en ben een door de jaren heen gevraagd of ik niet naar Amsterdam wil. Ik heb dat ook wel overwogen en Amsterdam is in een aantal opzichten een interessantere stad dan Utrecht. Betere musea, een nog mooiere monumentale binnenstad, maar ik ben nooit naar Amsterdam verhuist. Als je kijkt naar de ontwikkeling van Amsterdam sec, vind ik dat Utrecht in de afgelopen 30 jaar een veel interessantere stad geworden is en Amsterdam veel vervelender. Het is zo duur geworden, een rich people enclave, heel veel toerisme. Amsterdam is als stad de afgelopen 30 jaar niet aantrekkelijker geworden. In Utrecht zie ik dat veel meer. Als je het vergelijkt met Eindhoven is Utrecht wel een stad die het succes altijd vrij gemakkelijk is komen aanwaaien. Het is al tientallen jaren een succesvolle stad. Mensen willen er graag wonen, studeren. Utrecht hoeft zich niet uit te sloven om populair te zijn. Eindhoven wel. Zeker begin deze eeuw, toen Philips was weg getrokken, was er veel leegstand, veel werkloosheid, toen ging het Eindhoven heel slecht en ze hebben alles uit de kast getrokken om die stad weer aantrekkelijk te maken. Als je 20 jaar geleden in Eindhoven om je heen keek, kon je je met recht afvragen of dat lukt. En uiteindelijk heeft Eindhoven zich dankzij de techsector en de designsector heropgericht.’
In het openingshoofdstuk over Utrecht heeft Van Zeeland gekozen voor diepere inzichten van de Utrechtse PvdA-prominent Bülent Isik. Het motto: Nabijheid, dialoog, samenspel en wederkerig vertrouwen.
Gretig: ‘Ik ken hem al heel lang, heb hem altijd bewonderd over zijn bevlogenheid en energie. Ook over zijn wereldbeeld, over de gentrificatie. Hij ziet dingen scherp, is altijd de wijk in getrokken, in gesprek gegaan met allerlei mensen, in de haarvaten van de samenleving. Hij heeft ook zijn kritiek over de wederkerigheid die heeft ontbroken, ook van de mensen onderling. Een voorbeeld: De Islam is een manier van leven waar ruimte voor moet zijn, maar dan mag je verlangen dat vanuit de Islam ook de ruimte wordt gegeven aan andersdenkenden om hun leven in te richten zoals zij dat willen. Zijn pleidooi voor wederkerigheid vind ik heel sterk.’
De boekpresentatie van De Trans Brabant Express is donderdagavond in TivoliVredenburg, de Hertz, vanaf 20.15, met onder andere stadshistoricus René de Kam.

WILLEM VAN ZEELAND
Journalist, programmamaker
1997: programmeur Tivoli
2010-2015: eindredacteur 3 voor 12 (VPRO)
2018-2024: hoofdredacteur VPRO
Vanaf 1 januari 2026: directeur Dutch Design Foundation, Eindhoven
Laat uw reactie achter
Reactie