Afgelopen september kondigde de gemeente Utrecht een onderzoek aan naar ‘het vroegtijdig voorkomen, herkennen en aanpakken van dreigende arbeidsconflicten binnen de eigen organisatie’. Aanleiding voor dit onderzoek? De ontslagprocedure die de gemeente eerder voerde tegen domtorenbeheerder Jaap van Engelenburg. De gemeentelijke gang naar de rechter liep uit op een fiasco. De rechtbank wees alle verwijten aan Van Engelenburg van de hand. En oordeelde dat hij zijn werk terug zou moeten krijgen.
De gemeente ging diep door het stof en bood haar excuses aan. Van Engelenburg keerde terug, overigens niet naar de Domtoren.
In de aankondiging van het onderzoek liet de gemeente weten grote waarde te hechten aan de onafhankelijkheid daarvan. Het rapport is nu openbaar. Aan de onafhankelijkheid twijfel ik niet aan het nut des te meer.
De analyse van de gemeentelijke organisatie en de aanbevelingen zijn niet onzinnig. In zijn algemeenheid lijken de aanbevelingen van Berenschot toepasbaar op elke grote organisatie. (betere dossiervorming, een grotere rol voor bedrijfsarts en vertrouwenspersoon, etc). De opdracht voor het adviesbureau zal niet ingewikkeld zijn geweest, de basis kon simpel uit de la gehaald worden.
Maar omdat nergens man en paard wordt genoemd, is de toegevoegde waarde nihil. Want was ook alweer de reden van dit onderzoek? Dat was de ontslagprocedure die leidinggevende Streefkerk tegen de uitstekend functionerende domtorenbeheerder Van Engelenburg begon. Ik zet nog even wat feiten op een rijtje:
Uit het vonnis van de rechter bleek dat de Gemeente Utrecht zich niet als een goed werkgever heeft opgesteld.
Men verzuimde het advies van de bedrijfsarts ter harte te nemen, 14 keer is verzocht om in gesprek te gaan met Van Engelenburg, Dit is keer op keer door leidinggevende directeur Metta Streefkerk geweigerd.
Direct na zijn verwijdering van de Domtoren heeft Van Engelenburg een gesprek aangevraagd met de directeur. Ze weigerde dit vier keer.
Vanaf het begin af aan liet Van Engelenburg zich bijstaan door de vertrouwenspersoon van de Gemeente Utrecht geheel conform de procedure. Deze heeft gevraagd om een gesprek met de directeur. Dat heeft ze geweigerd.
De beschuldigingen van Streefkerk dat haar werknemer zich schuldig had gemaakt aan diefstal en intimiderend gedraag werden door de rechter resoluut van tafel geveegd. De rechter begreep ook niet dat de leidinggevende zich baseerde op de mening van derden (een externe projectmanager) en geen hoor en wederhoor had toegepast.
Zelden werd de incompetentie van een leidinggevende zo duidelijk aangetoond. Directeur Streefkerk zit nog steeds op haar plek.
Hoewel haar handelen de aanleiding was voor het onderzoek wordt de naam Streefkerk nergens genoemd. Berenschot kan nog honderden rapporten schrijven maar als incompetentie aan de top bij de gemeente geen consequenties heeft verandert er niets,
In een brief aan de raad schrijft het college: “Alleen door goed terug te kijken kan immers geleerd worden voor de toekomst. Conflicten 100% voorkomen is uiteraard niet mogelijk: het blijft mensenwerk, maar de organisatie zal niets nalaten om het in de toekomst beter te doen.”
Hoe moeilijk is terugkijken in de praktijk? Een blik op het vonnis van de rechter was genoeg geweest. Dat had ons een duur rapport van Berenschot bespaard.
Wat ook helpt. Ga eens in gesprek met Peter van der Meer, directeur van het Haga Ziekenhuis in Den Haag die afgelopen zaterdag door de Volkskrant werd geïnterviewd. Hij voert voortvarend de strijd tegen langdurend grensoverschrijdend gedrag binnen zijn organisatie.
Een les heeft hij geleerd, pappen en nathouden is geen optie.
‘Ik herinner me een medisch specialist die de boel terroriseerde, iedereen in het ziekenhuis wist ervan. Er kwam een onderzoek, en de conclusie was dat deze arts zijn gedrag moest veranderen. Daarmee was het afgedaan, de man mocht gewoon terug naar zijn werkplek. Achteraf denk ik: het was veel beter geweest als ik hem eruit had gegooid, dan was hij pas echt geconfronteerd met zijn gedrag.’
Pappen en nathouden is geen optie. Ik ben benieuwd hoe de Utrechtse raad hierover denkt.
Het rapport van Berenschot is hier te lezen.
Laat uw reactie achter
Reactie