Fragmenten uit het boek ‘Onverklaarbaar bewoond’ over verkrotte stad

Aannemer Dick droomde over zijn buurtje rond de Flieruilensteeg

Flieruilensteeg, zicht op poort naar Gruttersdijk (1929)

Aannemer Dick van Rees beschreef de geschiedenis van de Flieruilensteeg en omgeving, Niet alleen tussen 1980 en 2020, toen hij er woonde. Motto van de recente geschiedenis: ‘van krot tot idylle’. De timmerman-schrijver woonde én werkte in deze Utrechtse buurt vol bedrijvigheid en slechte huizen. Rond straatjes als Bemuurde Weerd, Gruttersdijk, Zwartewater, Brugsteeg en Lauwerecht bouwde hij aan zijn omgeving.

In het recent gepubliceerde boek Onverklaarbaar Bewoond beschrijft hij zijn belevenissen in de stadsvernieuwing. Het boek is een ‘must’ voor Utrechters met een hart voor de leefbare en betaalbare stad. En voor hen die zich afvragen hoe de kloof tussen gemeente en burgers zo wijd kon worden. In 2024 gaat stadsvernieuwing via een participatieplan, co-creatie en consultants. Dick, zijn mede-bewoners en vrienden deden het zelf.

Tot hun spijt zien ze in  2024 dat ook dit stukje stad voor gewone Utrechters onbetaalbaar is geworden. Na onze eerdere publicatie, afgelopen dinsdag, nu enkele fragmenten uit van Rees’ boek.

In onze armzalige steeg woonden voor de oorlog zo’n zestig tot zeventig mensen in negen van de dertien huizen op gemiddeld vijfendertig vierkante meter. Verder waren er vier werkplaatsen/pakhuizen en de stalhouderij waar het paard van aardapppelhandelaar Hein stond. Er was een lawaaiige fabriek die de steeg en omgeving als fabrieksterrein gebruikte. Er stond een rij opslagloodsen. Iedere ochtend om 8 uur scheurden vijf bakkersbakfietsen de Kromme Elleboogsteeg uit om gereformeerd Utrecht te voeden. Je kon bijna uitsluitend brood slijten aan de mensen uit je eigen kerk. Niet een plek om naar te verlangen zou ik zeggen. Denk maar niet dat er een badkamer was. Er waren: één kraan en één plee op de plaats achter vier huisjes. Die plees waren er in de jaren twintig geplaatst. Dat was dringen vroeg in de ochtend. Dan moest je hopen dat de kraan niet bevroren was. Geen wonder dat dit bestand woningen onbewoonbaar werd verklaard en dat de sloopkogel er naar toe werd gerold. Onze totale opknapbeurt duurde ruim 20 jaar. Geen krot meer te vinden in dit deel van de stad. Daarna mochten we er twintig jaar van genieten. En zetten we de puntjes op de I. Zo lieten we de klimrozen en de blauwe regen groeien. De Steeg werd een idylle.

De steeg werd een idylle (foto: René Veenis)

De straat was fabrieksterrein

De Flieruilensteeg was in de naoorlogse jaren meer dan een woonbuurtje. Er was veel bedrijvigheid. Rond de huizen trof je de opslag van een schildersbedrijf. Er was een strijkerij. Ook een ‘petroleumman’, die een karretje met een hondjesachtige motor ervoor bereed, had er zijn opslag. Die motortjes -op petroleum- zie je hoogst zelden nog vóór een draaiorgel. Verder had het buurtje een stalhouderij en ‘handel in alles’-opslag.

In het tweede deel van de steeg -dat nu Gietershof heet- bevonden zich trappenfabriek Dix en een rij opslagloodsen. Boven de fabriek van Dix, op zolder, verzamelde op zaterdagen de scouting club. De trappenfabriek ging ‘s ochtends om half zeven ‘aan’. De afzuiger op het dak begon te loeien. Meestal tot 5 uur ’s middags, wanneer het loeigeluid verstomde. Om een uur later weer aan te gaan voor het ‘overwerk’. Overal in de buurt stonden karretjes met hout voor de Dix-fabriek of voor houthandel Koker op de Lauwerecht. De straat was fabrieksterrein.

Waar geen bouwvallen waren, stonden panden leeg

De huizen aan de Bemuurde Weerd, bij het bruggetje naar de Lauwerecht, waren gesloopt. Daar is nu de Jan van Ling-tuin Ook het huis op de hoek Bemuurde Weerd/Keizersgracht en het huis hoek Keizersgracht/Kromme Elleboogsteeg waren met de grond gelijkgemaakt. Een bouwvallige buurt, om het mild uit te drukken. Waar géén bouwvallen waren, stonden panden leeg. Verder trof je in de hele buurt braakliggende stukjes grond.

Het verval

Voorbij het hoge bruggetje naar de Lauwerecht zat natuurlijk kapper Buch Agterberg, buurticoon en tuinman van de Jan van Ling-tuin. Iets verder lag en ligt de prachtige Kokerloods. Die stond betekenisloos leeg; doodzonde voor deze architectonische schoonheid. Deze Kokerloods werd in de 19e eeuw als prefab hal uit Canada geïmporteerd, geheel opgetrokken uit Douglas en Red Cedar-hout.

Het was recycling voor het begrip was uitgevonden

De kozijnen, trappen en het meeste timmerwerk hadden we al gemaakt in de periode dat de definitieve bouwvergunning behandeld werd. De rest maakten we in de winterse kou rond kerst ’81 in de werfkelder-werkplaats aan Oudegracht 290.

We stortten een betonvloer voor de begane grond. We stelde de profielen voor het metselwerk en de nieuwe kozijnen waterpas tot aan de vloer van de eerste verdieping. De balkenlaag was voor de helft te slecht. Die vernieuwden we. De steiger bouwden we daarna tot aan de vloer van de eerste verdieping op. Deze ‘riedel’ herhaalden we tot aan de tweede verdieping. De balkenlaag voor de tweede verdieping werd geheel nieuw. Daarna verhoogden we de steiger weer een slag, nu rond het hele huis. Hoe hoger we kwamen, hoe smaller de steeg leek te worden. Op de vloer van de tweede verdieping maakten we een tekening op ware grootte van de draagconstructie van het dak. Daarna timmerden we die. Vervolgens metselden we de twee kopgevels. De schoorsteen metselden we van nieuwe stenen. Alle oude steentjes hadden we voor de muren gebruikt. Het was recycling voor het begrip was uitgevonden.

De Salamander werd naar het oud ijzer gebracht

Het eerste jaar dat we er woonden, gebruikten we heel romantisch een bijna antieke kolenkachel, de roemruchte Salamander. Daarmee stookten we makkelijk de twee bovenste verdiepingen warm. We leerden snel dat zo’n ding aan de praat houden heel veel werk is. Het was niet alleen slepen met hout en kolen. De as moest je door het huis afvoeren. Het werd er allemaal stoffig en vies van. De Salamander werd na de eerste winter naar het oude ijzer gebracht. We plaatsten een gashaard, voor dit huis ruim voldoende. 

Wij ervaarden de omringende buurt als een dorp in de stad

Het was geen groot huis, wel een gezellig huis. Toen wij klaar waren met de verbouwing kwamen buren en omwonenden, en zelfs burgemeester mevrouw Vos, op de thee om ons te feliciteren. Én om de kleine Dirk te bewonderen.

Omdat we beiden werkten hadden we geluk met een plaats voor onze Dirk  op kinderdagverblijf ‘Het Hummeltje’. Als het goed weer was, bracht ik hem op de fiets in het voorzitje. We fietsten dan ‘s ochtends langs het Zandpad, de kortste weg. Dan zwaaiden de meisjes in de bootjes naar hem en Dirk zwaaide terug. Wat een heerlijke rustige tijd was het toen. 

Vanuit onze woonplek in zagen we de buurt groeien en veranderen. Terwijl wij, op onze beurt, zélf de buurt met onze levensstijl veranderden. Vast niet iedereen zal er blij mee geweest zijn. Wij ervaarden de omringende buurt als een dorp in de stad. Waar iedereen elkaar kende. Vanaf de jaren tachtig ontwikkelde de buurt zich tot een volwaardige woonplek. Onze Flieruilensteeg en omgeving werden een voorbeeld voor stadsontwikkelaars en een trekpleister voor dagjesmensen en toeristen. Waar we zelf mede verantwoordelijk voor waren.

Natuurlijk was de boekpresentatie in de schitterende Jan van Ling tuin

Begin te dromen, droom dan verder

Hoe zou ik in deze tijd gaan ondernemen als ik jong was? Dan zou ik als aannemer/timmerman zoeken naar de rafels op de woningmarkt. Ik zou speuren naar onaantrekkelijke woonplekken. Naar huizen die niemand wil hebben. In wijken uit de jaren vijftig, zestig, zeventig en tachtig van de vorige eeuw, liefst ver buiten de randstad.  En dan maar fantaseren hoe je daar iets moois en energiezuinigs van kan maken. Plaats bijvoorbeeld een ‘glazen kas’ (gevel) achter de achtergevel. Of plaats er een verdieping bovenop en splits het huis dan in twee woningen. Creëer door hergebruik nieuwe materialen. Begin met dromen. Droom dan verder. Steek de handen uit de mouwen en voer daarna je dromen uit. Binnenkort komen hele jaren zeventig wijken leeg te staan, ‘omdat de boomers het houten pak aantrekken’, terwijl hun erfgenamen al lang een comfortabel huis hebben. Het tij gaat keren. Ik weet het zeker. Vlugger dan jullie, lezers, denken.

Zelfs de prachtige molen aan de Adelaarstraat draait niet meer

En ons oude buurtje rond de Flieruilensteeg? Het is er stil, doodstil soms. Een beetje saai? Indertijd hoorde je altijd getimmer in de smederij. Zelfs de prachtige molen aan de Adelaarstraat draait niet meer. En sinds het verkeer is ‘omgedraaid’, is het zelfs in de Kaatstraat buitengewoon rustig. Als de wind gunstig is, zijn de klanken van het carillon in de Domtoren hier te horen. Net als vroeger, toen alles begon.

Belangstellenden kunnen ‘Onverklaarbaar bewoond’ afhalen bij ijssalon il Mulino, hoek Bemuurde Weerd/Adelaarstraat. Motto: eerst een lekker ijsje, dan een heerlijk boek.
De vrijwillige bijdrage van 15 euro kan worden overgemaakt naar NL66 RABO 0189429682 t.n.v. Droom & Leesman. Mailadres: droomenleesman@gmail.com

Auteur Redactie
Auteur

Redactie

Laat uw reactie achter

Reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *