In deze rubriek vragen we Utrechters keuzes te maken binnen hun vakgebied, maar ook daarbuiten. Vandaag Romana de Lorenzo van ijskiosk Venezia.
Wie in Utrecht aan ambachtelijk ijs denkt, denkt al snel aan de familie De Lorenzo. Wat in 1971 begon met ijssalon Venezia, leeft vandaag de dag voort in de ijskiosk op de hoek van de Oudegracht en de Jansbrug. Een gesprek met Romana de Lorenzo (58) over opgroeien tussen twee culturen, over ijs als absolute passie. En over de burgemeester die wel wat zichtbaarder mag zijn.
Terwijl de regen met bakken uit de hemel komt, vlucht ik samen met Romana weg bij haar ijskiosk op de hoek van de Oudegracht en de Jansbrug. We zoeken beschutting in het huis van haar moeder, Mia de Lorenzo. Mia woont nog altijd boven het historische pand waar ijssalon Venezia in 1971 haar deuren opende. Binnen wijst alles op een verbouwing; een van Mia’s drie dochters trekt er binnenkort bij haar moeder in. Typerend voor dit warme gezin, waarin de Italiaanse roots altijd voelbaar zijn. Ook Romana, die inmiddels om de hoek van haar geboortehuis woont, zit bijna dagelijks in de gezellige keuken van Mia.
Romana’s jeugd was verdeeld tussen Utrecht en Italië. “In de winter sloot de zaak en vertrokken we met de hele familie voor een maand of drie naar Italië,” vertelt ze. “Ik zat nog op de lagere school en kreeg wel huiswerk mee, maar ons verzuim werd oogluikend toegestaan. De leerplicht was destijds minder streng en mijn vader had een goede babbel. Pas op de middelbare school werd het verblijf in Italië korter; toen vierde ik ook voor het eerst Sinterklaas. Thuis waren we echt tweetalig. Met mama spraken we Italiaans omdat zij de taal wilde leren, en met papa juist Nederlands om dezelfde reden. Later werd het thuis uitsluitend Italiaans, behalve als er visite was. Nog steeds hebben we een eigen familietaaltje: een heerlijke mix van half Nederlands, half Italiaans.”
Haar lagereschooltijd op het Domplein herinnert ze zich als een geweldige tijd. “We gingen na school vaak eerst een ijsje eten bij mijn ouders, en daarna nóg eentje bij mijn opa en oma op de Voorstraat. Mijn moeder werd zelfs een keer op school ontboden omdat de leraren dachten dat ik vreselijk zat op te scheppen: ‘Romana beweert dat ze wel drie ijsjes per dag eet!’ Pas toen mijn moeder de situatie uitlegde, begrepen ze het. In de jaren zeventig vond men zo’n grote hoeveelheid ijs immers nog volstrekt belachelijk.”
‘De Munnik was een geweldige school, je kon daar met gemak alle klassen doubleren’
Na de lagere school volgde het Gregorius in de Nobeldwarsstraat, waar Romana haar havo-diploma behaalde. “Omdat ik nog te jong was voor de Hogere Hotelschool in Den Haag, besloot ik atheneum te gaan doen op De Munnik. Een geweldige school! Je kon daar met gemak alle klassen doubleren. Ik zat met kinderen in de klas die wel vier of vijf jaar ouder waren! Omdat ik het overgangs gemiddelde niet goed had berekend, bleef ik zitten in de vijfde klas. Toen was voor mijn moeder de maat vol: ik moest maar gaan werken. Dat was natuurlijk ook niet helemaal mijn bedoeling. Uiteindelijk vertrok ik naar de middelbare hotelschool in Tegernsee, vlak bij München, met het plan om daarna door te stromen naar Den Haag. Maar ik vond het er vreselijk en verging van de heimwee. Al snel keerde ik terug naar Utrecht om in de zaak te stappen. Ik volgde cursussen voor basisijs en ijsspecialist, en haalde mijn middenstandsdiploma. Stap voor stap nam ik de salon over, al bleven papa en mama de baas tot ze in 2002 besloten te stoppen.”
‘Ik merkte waar mijn échte passie lag: bij het ijs zelf, niet bij de kopjes koffie’
“In mijn eentje de zaak runnen bleek in de praktijk echter loodzwaar, vooral omdat goed personeel destijds al amper te vinden was. Bovendien merkte ik waar mijn échte passie lag: bij het ijs zelf, niet bij de kopjes koffie, de gebakjes of de uitgebreide ijscoupes. Bij zo’n grote zaak hoort ook eindeloos schoonmaken, tot de toiletten aan toe. Ik wilde iets kleiners en overzichtelijkers. In 2003 hakte ik de knoop door en begon ik de kiosk. IJs is mijn absolute passie. Natuurlijk experimenteer ik met nieuwe smaken, maar de klassiekers blijven je visitekaartje. Zelf kom ik, na alle smaken geproefd te hebben, altijd weer uit bij hazelnoot. Soms laat ik mensen het verschil in hazelnoten proeven. Wij zweren bij noten uit de Piëmonte, die we net iets donkerder laten toasten. Of ze nu uit Turkije, Iran of andere Italiaanse streken komen: die uit Piëmonte zijn onverslaanbaar.”
‘Hoewel ik het geheime receptenboekje van mijn vader heb geërfd, geef ik toch mijn eigen draai aan het ijs’
Ik hou van hazelnootijs met een bite, en daarin verschilde ik van mijn vader; hij zocht juist naar perfecte gladheid. Ook mijn stracciatella is anders. Hoewel ik zijn geheime receptenboek heb geërfd, geef ik er toch mijn eigen draai aan. Dat is het mooie: iedereen geeft een eigen twist aan een gerecht. Niemand krijgt bijvoorbeeld de pastasaus van mijn moeder exact zo lekker als zij hem maakt, hoe nauwkeurig we haar recept ook volgen. Ik doe geen concessies aan kwaliteit. Van matige ingrediënten kun je nu eenmaal geen topijs maken. We bewegen mee met de seizoenen, maar als het fruit niet mooi is, komt dat het ijs niet in. Toeristen vragen in de zomer vaak om smurfenijs, maar aan die felblauwe kunstmatige kleurstoffen doe ik niet mee. Als alternatief maakte ik onlangs knalgeel mango-ijs onder de naam ‘SpongeBob-ijs’. Daar wordt pas écht iedereen blij van!”
Na ons gesprek trakteert Romana mij bij de kiosk op een bak ijs voor thuis. Daar tref ik ook Pascal, de nieuwe vriend van Romana. Hij is met open armen ontvangen in de hechte De Lorenzo-vrouwenfamilie. Moeder Mia glunderde al eerder als het over hem ging: “Een geweldige man, ik ben dolblij met hem.” En met een knipoog voegde ze eraan toe: ”En het mooiste is: hij helpt ook nog eens mee met de verbouwing!”
De keuzes van Romana
Boek
“Een schitterend gebrek van Arthur Japin. Dat is een boek dat mij echt heeft geraakt. Hoe een vrouw zichzelf opoffert om de toekomst van haar grote liefde niet in de weg te staan. Het boek speelt deels in Venetië, een stad waar ik ook dol op ben. Ik zag Japin laatst op straat lopen en zei hem goedendag alsof hij een goede bekende van mij was. Hij keek mij een beetje vreemd aan. Toen bedacht ik dat ik hem zo goed meende te kennen omdat ik iedere avond naar zijn auteursfoto op de achterflap van zijn boek kijk.”

Film
“The Way We Were en Les Intouchables waren tot voor kort mijn favoriete films. Tot ik The Invite zag. Wat een geweldige film, ik heb gehuild en gelachen. Een toneelstuk-achtige setting die geen seconde verveelt. Vier acteurs die een geweldige acteerprestatie neerzetten; vooral Seth Rogen vond ik meesterlijk. Een film die iedereen moet zien.”

Muziek
“Volgens mijn dochter heb ik de slechtste muzieksmaak die er bestaat. Ik heb van alles op mijn playlist: Motown, disco, Lionel Richie en Michael Bublé, maar ook Italiaanse zangers zoals Mario Biondi. Ik vind ieder liveconcert leuk, van welke zanger dan ook. Ik ben opgegroeid met de stapel Italiaanse singles van mijn moeder uit de jaren zestig, met zangers zoals Renzo Arbore, Mina en Gino Paoli. Verder ben ik dol op opera. Ieder jaar ga ik met mijn zus naar Verona. We kopen in november al de kaartjes: rij 1, pontificaal in het lang. En daarna souperen op het plein, pasta met kreeft of risotto met Amarone. Beter kun je het niet hebben.”

Kunstwerk
“The Polar Bear, een beeld van Marie-José Wessels. Het is minder bekend, maar grandioos van vorm; dat ronde en bijna aaibare. Er zijn meer beelden in Utrecht die ik mooi vind, om het beeldje van Anne Frank maar te noemen. Ik hou heel erg van kunst. Ik volgde ooit een cursus in het Rijksmuseum waar een kunsthistoricus steeds een andere periode belichtte. Dan leer je kijken. Maar The Polar Bear staat ook ergens voor: de bevrijding van Utrecht door de Polar Bears.”

Stad
“Venetië. Iedere Italiaanse stad verovert je wanneer je er een tijdje bent. Het oude, de geschiedenis, de winkeltjes en de restaurantjes. Neem nou Rome met de Spaanse Trappen. In de hoofdstraat heb je the grote toeristenwinkels, maar loop je een paar straatjes verder, dan zit daar een winkeltje dat knopen verkoopt en een ander waar ze alleen maar kasjmier hebben. Dat heb je ook heel erg in Venetië, maar mensen kennen het niet. Dan vraag ik waar men is geweest en dan is het vaak San Marco en Rialto. Dat ziet er leuk uit op een plaatje, maar het is niet Venetië. In de stad wonen nog maar 45.000 mensen en het gevaar is dat alles een Airbnb wordt. Daardoor verdwijnen de kleine supermarktjes en komen er toeristenwinkels voor in de plaats. Probeer buiten het seizoen naar Venetië te gaan, in de winterperiode, als het een beetje mistig is. De binnentuinen, zoveel kerkjes die niemand bezoekt. Ik heb foto’s van de stad waarop je niemand ziet, even buiten de toeristische plekken. Daar heb je barretjes waar je voor drie euro een glas wijn staat te drinken met de gondeliers. Voor het lekkerste restaurant van Venetië ga je zes keer de bocht om en dan kom je terecht in een restaurantje met maar vier tafels. Waar je de allerlekkerste visjes eet, alles uit de buurt. Ik kom wel vier of vijf keer per jaar in Venetië en toch kom ik altijd weer op plekken waar ik nog nooit ben geweest.”

Restaurant
“Het restaurant van Dario Cecchini in Panzano in Chianti. Dario studeerde voor dierenarts toen zijn vader, slager in Panzano, overleed. Hij stopte met zijn studie en nam de slagerij van zijn vader over. In de slagerij begon hij een restaurantje, waar hij het allerbeste vlees serveert. Hij gebruikt alles van het dier, een trend die je nu meer en meer ziet. Niet alleen eet je bij hem het allerbeste vlees dat je ooit hebt gegeten, maar ik hou ook van zijn filosofie: niets weggooien en respect voor het dier dat je eet. Dario is nu een hit op Netflix, maar het blijft een belevenis om bij hem te eten.”

Drank
“Zware, volle, rode wijn. Een Barolo of een Amarone in een mooi glas. Een slobberwijntje, dat vind ik de calorieën niet waard.”

Utrechter
“Belle van Zuylen, zij was een van de eerste feministen. Zij woonde op Slot Zuylen en later op de Kromme Nieuwegracht. Zij schreef romans, poëzie en was componiste. Ik heb laatst een rondleiding gehad op het slot en raakte onder de indruk van deze vrouw. Verder vind ik Maarten van Rossem geweldig. Hij interviewde mij laatst voor RTV Utrecht en we aten samen een ijsje. Daarna gingen we naar mijn huis en is hij ruim twee uur blijven zitten. Wat een enige man, zo onderhoudend en met zoveel humor. Hij zet zijn brommerige masker op wanneer mensen met hem op de foto willen, maar dat zet hij net zo snel weer af als er niemand in de buurt is.”

Wat zou je doen als je burgemeester van Utrecht was?
“Als ik uit een andere stad kom, dan valt mij altijd de rommel hier in Utrecht op. Het is hier vies en smoezelig. Prullenbakken die uitpuilen, opengetrokken vuilniszakken en onkruid tegen de gevels. Ik zou een inloopspreekuur voor de burgers instellen om eens te luisteren wat er speelt in mijn stad. Ook zou ik wat zichtbaarder zijn dan de burgemeester nu. Zo hadden we laatst het protest van de bewoners van de Zakkendragersteeg tegen de komst van een wietshop. Dan zou ik als burgermoeder even ter plekke langsgaan. Kijken en luisteren wat er speelt: wat, waar en waarom er bezwaren bestaan. Zo had mijn moeder ooit een schoonmaakactie voor de Zakkendragersteeg bedacht. Ze belde Jan van Zanen en de volgende dag stonden hij en mijn moeder samen te vegen.”
De burgemeester is wel zichtbaar in de stad, maar helaas op de verkeerde plekken.
De Burgemeester is uitsluitend aan het werk voor de globalisten van het WEF.
15 minuten gevangenissen van de Steden maken.
Gevaarlijke vrouw
Was de burgemeester maar vooral zichtbaar als burgemeester van een andere stad.
We kunnen het over de burgemeester hebben, maar ik heb het liever over het ijs dat hier wordt verkocht: wat een vakvrouwschap. Jammer dat het seizoen op zijn einde loopt.
Bah, weer een immigrant!Ze pakken alles van ons af.Valt het kwartje?Wat een passie,wat een integriteit.En van die toegevoegde waarde heeft Utrecht en bezoekers 10-tallen jaren mogen profiteren.Het mooiste; in de zomer en op Koningsdag met de sloep door gracht en singels en altijd:een ijsje van Romana op de Oude Gracht.Steeds een knaller,zeker met buitenlandse gasten. Bedankt!En ik zeg het weer,wat kan Yontie ons weer meenemen.Je zit er gewoon bij aan tafel na het concert in Verona en ik hoor me zeggen: “ nou meiden,dat is spannend, kreeft met Amarone”
@Fleur: daar heb je helemaal gelijk in
Altijd als ik zomers op zaterdagmiddag naar de bios was geweest even naar Venezia op de Voorstraat voor drie bolletjes ijs. Swinters was het een zaak die kleding van bont verkocht. Heette dat niet Bonnetrie???
Wat een geweldig verhaal
Wat een leuke mensen
Ik woon al 43 jaar in binnenstad
..de klasse style …druipen van de familie lorenzo af!
Complimenten!!
Kritiek op burgemeester dijksma..dat zullen veel Utrechters beamen
Tis net of dijksma het vak burgemeester niet begrijpt
Ikzelf vindt haar ongeschikt ..
En dat de binnenstad vaak meer op een vuilnisbelt lijkt klopt ook
..wegkijkhandhaving
Geweldig verhaal van Romana over Verona en Venetië: ikzelf die als zoon van emigranten uit Italia en ook “ in het ijs” belandde. Afgelopen maand heb ik ongeveer dezelfde reis gemaakt, voor t eerst dan wel naar de Arena in Verona om la Traviata te zien, overweldigend om later naar Venetië te gaan, waarbij familie heb wonen en met vrienden 5 nachten in n verbouwd klooster heb gebivakkeerd: Domus Cavanis, n mooie lokatie in Dorsoduro, kunstenaaarswijk van Venetië.
Toch jammer dat er nu alleen nog een Venezia “caravan” is.
Wat was t een genot om als kind gefêteerd te worden op een banana split in de Voorstraat, met die prachtige neon letters..
De Kromme Nieuwegracht was het winterpaleis van Belle van Zuylen. Later onder meer gymnasium van het Bonifaciuslyceum.
Geweldig om te lezen, leuke vrouw en even zo leuke familie, parel voor onze mooie stad.
Deze Burgermoeder is die ketting niet waard!
Als er een camera ploeg is er als de kippen bij!
En ze zit niet in Utrecht om bigermoeder te spelen maar het uitvoeren van hun partij plan!
Een burgemeester hoort boven partij politiek te staan!!
Daarnaast totaal geen binding met deze stad!
Een gekozen burgemeester zou het beste zijn maar daar kwamen ze bij Pinocchio partij gauw van terug!