kroegverhalen

Horecaverhalen van toen: De legendarische Hans Mayr van De Vriendschap

Hij stond daar als een standbeeld bovenaan de de houten trap met de drie uitgesleten treden. Hij had flink gedronken, met zijn opgetrokken schouders helde hij licht naar voren. Als hij veel op had, keek hij met zijn koolzwarte ogen priemend door je heen. Zijn zwarte haar had hij met veel Brylcreem strak achterover gekamd. Een ouderwetse kop boven ouderwetse kleren, een crème kleurige pullover met een rood geblokt overhemd en een zwarte broek. Zijn stem klonk snauwerig:

‘Jij moet je helemaal niet bemoeien met hoe ik mijn zaken doe. Ik zeg toch ook niet tegen jou dat je niet altijd op die smerige kutknollen moet gokken. Maar dat doe je wel en je vrouw wordt er ziek van.’

Wat er terug gezegd werd, hoorde ik niet.

‘Nee, precies, en daarom heb ik een restaurant en jij een domme kroeg. Dag broertje.’

Hij trok de deur met een knal achter zich dicht en duwde me opzij. Met veel gestommel beklom hij de trap naar zijn restaurant.

De Vriendschap op ’t Wed, daar kon je niet omheen. Hans Mayr dreef het bistrootje boven, waar dertig man konden eten. Zijn broer Bob deed samen met zijn vrouw Johanna en later zijn dochter kleine Johanna het café vanouds De Vriendschap.

Over Hans weet iedereen zijn verhaal. Het komt er meestal op neer dat ze erbij waren dat hij zijn biefstukken naar zijn gasten gooide als ze hem niet zinde en hij maar genoeg gedronken had. Soms begon hij om een uur of twee bij zijn broer beneden of bij Arie op de brug in straf tempo biertjes naar binnen te gooien. Het kwam voor dat hij dan te dronken was om zijn restaurant open te doen. Dat was lastig voor mensen die er gereserveerd hadden. Dan ging hij op de trap zitten, met een doos wijn en gaf iedereen een fles met de mededeling: ‘En nou opdonderen.’

Zijn klandizie bestond uit studenten, vaak heren van het USC, en professoren. Iedereen wist van zijn nukken, toch zat het vaak vol. Tussen het restaurant en de kleine keuken, waar zijn onzichtbare vrouw stond te zwoegen op amper drie vierkante meter, was naast een balie een gangetje van ongeveer een meter. In een hoekje stond een fles jenever. Ik heb gezien dat hij bij elke gang, heen of terug, snel de fles even aan zijn mond zette. Een infuus.

De mensen kwamen voor de biefstuk of een tong Picasso. De biefstuk zal wel van het paard geweest zijn. Daarbij kreeg je gebakken aardappels en een kommetje sla met tomaat, een halve ei en roze cocktailsaus met wat paprikapoeder. Zo tegen half tien was het alcoholpeil in Hans’ systeem hoog genoeg voor plotselinge uitvallen, met messcherpe analyses over je uiterlijk of je gedrag, en de boodschap vooral op te sodemieteren.

Of de mensen juist kwamen vanwege de strapatsen van de uitbater, ik weet het niet, vaak gaan hun verhalen daar wel over. Een van de mooiste anekdotes komt van Henk Westbroek. Die zat er met een vriendin te eten en aan een tafel rechts voorin, bij een van de twee ramen, zat een lid van het koninklijk huis met een vriend en twee vriendinnen. Een van de dames riep Hans bij zich en klaagde dat ze geen champignons bij haar biefstuk had gekregen en dat ze al zo lang op hun eten hadden moeten wachten. De aanstaande koning knikte instemmend. Hans gnuifde en liep met driftige passen naar de keuken. Even later kwam hij met een starre grijns op zijn kop terug, een dampend blikje champignons in een tangetje voor zich uitdragend. Hij kieperde de inhoud van het blikje over haar biefstuk heen en zei: ‘Opeten en daarna wegwezen.’

In zijn dronken toorn maakte hij geen onderscheid. In die zin had hij ook geen concurrentie. De eetadressen waren sowieso dun gezaaid: Graaf Floris, de Bedstee, Moustache, Chez Jacqueline, de Clochard, Wilhelminapark en wat later Jean d’Hubert en ’t Jansdam. En verder wat Italianen, met Antonio voorop, een illegale Spanjaard op de Springweg en de diverse Chinezen.

Will Jansen

Will Jansen is van juni 1949. Hij gaf eind 1977 de brui aan zijn studie Rechten en begon in februari 1978 met Wouter de Cocq Café de Zaak, wat meteen een groot succes werd. In 1981 stapte De Cocq op en begon de Morgenster aan de Oudegracht. Twee jaar later nam Jansen De Twijfelaar aan 't Wed over en noemde het Orloff. In 1989, na vijf jaar bakkeleien met de fiscus, hing hij zijn kroegbaasschap aan de wilgen.
In '93 begon hij van lieverlee te schrijven, vooral over de horeca. Onder meer voor Horeca Journal, Esquire en Miljonair. Voor dat laatste blad maakte hij samen met Alain Caron reportages van tientallen drie sterren restaurants in heel Europa. Will Jansen schreef twee romans die beiden gedeeltelijk in Utrecht afspelen: Coke en Gladiolen (2001) en De Zelftemmer (2018). In 2003 startte hij zijn eigen culinaire magazine Bouillon.
Samen met zijn vrouw Anka doet hij dat nog steeds: elke drie maanden een nieuwe editie. Ze zijn nu 36 jaar getrouwd en hebben twee kinderen, Boye (35) en Didi (33). Zie ook:
https://bouillonmagazine.nl/

12 reacties

Reageren
  1. Hallo Wil, mooie verhalen die ik me goed kan herinneren. Ga je dat boek uitgeven of is het al uitgegeven ? Hans ooit meegemaakt dat hij misschien wel 20.000 gulden had gewonnen met de paarden denk ik. Geen geld !!?? Geen geld denk je ?!! Hij was op de late middag als een kanon, strooide de biljetten in een paadje door de zaak heen en zei dat ik maar moest kijken wat ik ervan dacht. Geen idee waarom hij dit deed, maar goed. Groet Peter

  2. Als je helemaal een leuke avond wilde hebben, dan bestelde je een Duitse biefstuk bij Hans.
    En we aten er regelmatig en elke keer tuinde hij er weer in, we hebben wat afgelachen met Koos,Eli en ondergetekende.
    Hij vond op een gegeven moment wel leuk en zij ,jongens blijf maar zitten dan nemen wij nog wat na sluitingstijd fantastisch Hans en daarna naar het Pandje ,wat een feest, Kon geen Cabaret aan tippen in Utrecht de jaren ’60-’70’-’80.
    Jan Scherjon.

  3. Prettige verhalen over een bonte tijd (voor de ouwetjes onder ons hè :). Voor als je vergeten bent wat een mooie tijd we hebben mogen genieten, ondanks de tegenslagen, die zijn er altijd. Will, bedankt voor weer zo`n mooie herinnering.

  4. Hans had de gewoonte zo nu en dan de Hitlergroet te brengen, het Horst Wessellied te zingen en te doen alsof hij een Duitse Generaal was. Ik vond dat niet altijd even vermakelijk. Tot ik hoorde van iemand die hem beter kende dat Hans in de oorlog in een kamp gezeten had en gruwelijk leed had meegemaakt. Zijn hekel aan Duitsers werd geactiveerd als je het waagde te bestellen wat Jan Scherjon hierboven beschrijft.

  5. Mijn oom, Hans Mayr, broer van mijn moeder, is alcoholist. Iedereen wist dat. In de jaren 70 kwam de fiscus met actie “schuimkraag” , de hele horeca werd binnenste buiten gekeerd. Hans was ook aan de beurt. De controleur zei tegen Hans dat de inkoop vh bier niet klopte. Hij miste 50%. Hans reageerde: dat klopt, heb ik zelf opgedronken! Helaas geloofden zij hem niet en moest betalen! Vanaf die tijd kocht hij halve liters bier bij de supermarkt. Hij hield vol. Een biertje voor de klant en de rest vh flesje dronk hijzelf op! Groet Carla (Kaatje’s) Valkenburg

  6. Nog een verhaal over mijn oom. Bij de Vriendschap stikte het van de muizen. Echt heel erg, wat je ook deed niets hielp. Er werd regelmatig gif gestrooid, waar de muizen suf van werden.
    Rechts bij de bar zitten 6 diergeneeskunde studenten. Het is barstens druk. Op een gegeven moment komt Hans met borden uit de keuken en ziet een muis wankel lopen op de tafel van de studenten: zegt de een: zou ie al gegeten hebben?
    Hans hoort dat en loopt de keuken in en pakt een doek en zegt: Nee, deze heeft al gegeten! Hahaha en deed de muis in de doek en nam hem mee.

  7. Nog eentje dan.
    Er zaten drie personen en zij hadden een gebakken zeetong besteld. Hans was weer eens dronken. Nou hoorde het dat hij de tongen fileerde aan tafel en je hoort de schaal eerst te tonen. Dus hij kwam met de schaal met drie tongen uit de keuken en mijn broer Sebastiaan heeft het zien gebeuren, en toonde de schaal. Alleen de schaal hield ie wat schuin waardoor de tongen bij een mevrouw op schoot gleed. Hij keek die vrouw recht in de ogen en zei: En nu eruit!! Wij hebben wel vreselijk moeten lachen.

  8. Wil ik heb het verhaal van jou gelezen, echter de uitbater hete niet Hans maar Bob volgens mij.
    Ik hoop op een reactie van jou.

    PS ik was destijds inspecteur bij Skol.

  9. Fantastische tijd gehad!
    Heb mn hele studententijd iedere dag in de Vriendschap een paar uurtjes doorgebracht, tot Johanna me ook achter de tap vroeg.1 of 2 keer in de week stond ik onofficieel daarachter. Een biertje kostte toen 90 guldencenten. De kroeg was een vierkante doorrookte bak waar een biljarttafel in stond. Op zondag lekker biljarten..
    Johanna had het vermogen om ALLES te kunnen verstaan in het geroezemoes. Kleine johanna liep er altijd wat sjaggerijnig bij… die kocht op een bepaald moment ook de kleine
    kroeg schuin aan de overkant, ben vergeten hoe die heette. Daarna was het tHeen en Weer.
    Wie herinnert zich nog de avond dat er een groep bikers op t Wed stonden? Warme zomeravond, een menigte studenten op t pleintje. De bikers deden moeilijk om een auto met obscure gasten door te laten. De auto kwam er doorheen maar kwam een half uurtje later met zes man met knuppels en ijzeren staven terug. De bikers zaten toen binnen. Hun fonkelende harleymotoren die voor de Vriendschap waren geparkeerd, werden omgegooid en behoorlijk met de knuppels bewerkt. Die bikers naar buiten natuurlijk maar werden opgewacht door het zestal. Vervolgens moesten de motorrijders vluchten en werden individueel achterna gezeten door het aso groepje…, rake klappen kregen ze.
    Dit was een bijzondere avond omdat er nagenoeg geen agressie was in al die jaren dat ik er kwam. Ik woonde in de Haverstraat op een prachtige zolderetage, tien jaar lang voor dezelfde prijs: 250 gulden. Wat een gewldige tijd was t !

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *