Op vrijdag 14 april 2023 veranderde het leven van de toen 26 jarige rechtenstudent Floris van Eck in één klap. Een noodlottige val van een muurtje bij de Utrechtse Stadsschouwburg leidde tot een incomplete dwarslaesie. Van het ene op het andere moment had hij vanaf zijn nek geen gevoel meer. Wat volgde was een loodzwaar traject van revalidatie, dieptes en het afscheid nemen van zijn oude, vertrouwde studentenleven. En, een leven in een rolstoel.
Maar wie denkt dat Floris bij de pakken neer is gaan zitten, heeft het mis. Met de hulp van zijn trouwe hulphond Chester, een flinke dosis gortdroge humor en hernieuwde politieke ambities in de Utrechtse gemeenteraad eist hij zijn plek in de maatschappij weer volledig op. “Ik ben zoveel meer dan die dwarslaesie.” Een openhartig gesprek over pech, veerkracht, rolstoelrugby en de jacht naar verloren elpees.
DE VAL
Als ik bij Floris van Eck thuis aankom, staan hij en zijn hulphond Chester mij al buiten op te wachten. Chester houdt zijn baas scherp in de gaten, terwijl Floris zijn rolstoel behendig omdraait en me voorgaat naar binnen. De stoel waar hij sinds 2023 in zit.
Vorige week moest onze afspraak op het laatste moment worden afgezegd. Floris voelde zich koortsig en wilde geen narrig, moedeloos verhaal vertellen. Vandaag straalt hij weer strijdlust uit.
“Die bewuste vrijdag liep ik naar mijn oud-studentenhuis,” vertelt Floris. “Ik besloot nog even een sigaretje te roken op een muurtje bij de Stadsschouwburg. Ik verloor mijn evenwicht en in een fractie van een seconde viel ik twee meter achterover op mijn nek. Mijn volgende herinnering: toen het licht weer aanging, lag ik in een ambulance met een kraag om mijn nek. De rest van die dag lijkt wel volledig van mijn harde schijf gewist.”
In het UMC Utrecht, waar hij met spoed naartoe werd gebracht, stortte zijn wereld in. “Ik was compleet in shock, maar realiseerde me donders goed dat het helemaal mis was. Ik was in alle staten en schijn in die paniek zelfs tegen de chirurg te hebben gezegd: ‘Laat maar zitten’
‘Mocht je ooit overwegen er een einde aan te maken, dan doen we het wel samen’
Zijn toenmalige vriendin, zijn broers en zijn ouders—die halsoverkop vanuit Spanje kwamen overvliegen—stonden direct aan zijn bed. Toen ik zo diep zat, zeiden mijn ouders even later tegen me: ‘Mocht je ooit overwegen er een einde aan te maken, dan doen we het wel samen’ . Maar die loodzware gedachte ging voorbij. Maar wel was er die keiharde diagnose: een incomplete dwarslaesie. Vanaf zijn nek was zijn gevoel weg. ’Niet lang daarna volgde de overplaatsing naar het revalidatiecentrum De Hoogstraat.
REVALIDATIE EN DE DONKERSTE PERIODE
“Toch merkte ik al snel dat er heel langzaam stukjes functie terugkwamen. Met ups en diepe downs, maar het gaf me de drive om te knokken. Elke millimeter vooruitgang voelde als een overwinning die gevierd moest worden. Mijn ongeluk was simpelweg dikke, vette pech. Natuurlijk spookt de vraag ‘wat als?’ weleens door je hoofd. Maar in De Hoogstraat leerde ik al snel van lotgenoten dat een dwarslaesie iedereen kan overkomen; vaak in huis, een duik in ondiep water of een ski-ongeluk. Had ik dan altijd binnen moeten blijven?”
Na tien maanden intensieve revalidatie mocht Floris eindelijk naar huis. Maar ’thuis’ was niet langer het bruisende studentenhuis, maar een aangepast appartement in de Utrechtse nieuwbouwwijk Nieuwe Defensie. Het betekende ook plotseling je eigen boontjes moeten doppen. “In het revalidatiecentrum stond er om elf uur altijd trouw iemand klaar met een kopje koffie. Toen ik de eerste dagen thuis op de bank zat te wachten tot die koffie kwam, realiseerde ik me plotseling: er komt niemand. Ik moet het helemaal zelf doen, het alleen zien te rooien.”
‘Ik reed een keer met mijn rolstoel een grasstrook in en kwam daar op eigen kracht niet meer uit’
De omschakeling bracht hem langs diepe dalen. “Ik reed een keer met mijn rolstoel een grasstrook in en kwam daar op eigen kracht niet meer uit. Of toen ik mijn jas zelf niet meer aan kon krijgen en ik bijna onderkoeld thuiskwam. ”Floris vertelt hoe iedereen met hem meeleeft “Mijn ouders wonen in Spanje, maar bleven na het ongeluk in Nederland. Inmiddels zijn Floris ouders weer grotendeels terug in Spanje. “Mijn vader vaker dan mijn moeder. Zij wil toch blijven zorgen, dat blijft moeders eigen.” Ook zijn vrienden wijken niet van zijn zijde, al veranderde de dynamiek om hem heen wel. “Mijn relatie heeft het uiteindelijk niet overleefd. Ik neem haar absoluut niets kwalijk; zij moest ook voor zichzelf uitzoeken of ze deze loodzware situatie met mij aankon. Je moet in een vroege fase van je leven heel stellig ‘ja’ kunnen zeggen tegen de complexiteit die we gaandeweg zouden tegenkomen.”
HET NIEUWE LEVEN
Voor de val stond Floris vol in het leven. Hij sportte veel en hield van gezelligheid. “Die Floris ben ik nog steeds, alleen nu in een rolstoel.” Zijn vriendengroep vangt hem op met de nodige humor. “Ze maken grappen in de trant van: ‘Floris haalt het volgende rondje bier.’ Geweldig vind ik dat.”
Vragen over hoe zijn leven eruit had gezien zonder die bewuste avond op het muurtje, probeert hij te vermijden. “Niet heel veel anders denk ik, behalve dat ik op de arbeidsmarkt breder inzetbaar zou zijn geweest. Ik heb met veel dingen moeite. Een computer, muis of toetsenbord gebruiken lukt me niet omdat ik de snelheid mis. Maar dat los ik op met mijn iPad, daar kan ik prima op werken.”
‘Even snel een avondje de stad in betekent nu vooraf een waslijst aan vragen’
De grootste verandering zit in de spontaniteit. “De impulsiviteit is er wel uit. Even snel een avondje de stad in betekent nu vooraf een waslijst aan vragen. Is het in de buurt? Kan ik er binnenkomen? Is er een toegankelijk invalide-toilet? Maar daar krijg je handigheid in.” Om zijn energie te sparen, krijgt Floris hulp bij het schoonmaken, opstaan en aankleden. “Als ik dat allemaal zelf moet doen, kost dat zoveel kracht dat ik de rest van de dag alleen nog maar op de bank kan zitten. Nu houd ik energie over voor de dingen die ik leuk vind.”
En dat is verrassend veel. Zo doet Floris aan rolstoelrugby. “Dat gaat er ongekend ruig aan toe. Het lijken wel botsauto’s voor gehandicapten. Ik mag soms zelfs meetrainen met het Nederlands team, dat is pas echt topsport.” Daarnaast organiseert hij weekendjes weg met vrienden en maakt hij lange wandelingen met zijn hulphond Chester, die inmiddels een onmisbaar verlengstuk van zijn leven is.
‘In plaats van hulp te halen, kwam hij enthousiast aandraven met een tak om te spelen’
“Chester is nu drie jaar oud en echt mijn maatje. Hij raapt dingen op, stopt de was in de machine en bedient de lift. Ons nieuwste project is de koelkast openen en er een koud blikje bier uitpakken. Zodra hij dat kan, bel ik Heineken voor een reclamespotje,” lacht hij. “Al moet hij nog wel wat leren. Laatst viel ik met mijn rolstoel om in het park. In plaats van hulp te halen, kwam hij enthousiast aandraven met een tak om te spelen.”
VOORUITKIJKEN
Zijn eigen ervaringen zet Floris nu in voor de maatschappij. Hij zit in de cliëntenraad van De Hoogstraat om iets terug te doen voor de fijne periode die hij daar had. Specifieke patiëntenverenigingen mijdt hij liever. “Als ik anderen op weg kan helpen doe ik dat met liefde, maar ik ben zoveel meer dan die dwarslaesie. Er zijn mensen die hun dwarslaesie bijna vieren; die vorm van positiviteit komt er bij mij simpelweg niet in.”
Zijn politieke ambities binnen de VVD heeft hij nooit losgelaten. Waar hij in zijn studententijd al in het bestuur zat, is hij nu commissielid in de Utrechtse gemeenteraad. Hij ondersteunt de fractie op dossiers zoals Sport, Welzijn, de WMO (Wet maatschappelijke ondersteuning) en Jeugdzorg. “De WMO is onverhoopt mijn expertise geworden. Ik kijk met een nuchtere, praktische blik naar hoe dingen beter kunnen. Als ervaringsdeskundige zie ik de knelpunten direct. Een drempel die te hoog is, of een invalide-toilet met zo’n zware dranger op de deur dat je er wel in komt, maar er nooit meer zelfstandig uitkomt. Het is vaak geen onwelwillendheid van mensen, er is gewoon niet nagedacht vanuit het rolstoelperspectief.”
‘Je wilt voor jezelf volledig meedraaien, dat is soms het ongemak van een handicap’
Wanneer hij samen met een vriend de bus neemt, merkt hij die onwetendheid nog vaak genoeg. “Dan vraagt de chauffeur aan mijn vriend waar ik heen moet. Of als ik in de supermarkt stil sta voor een schap, vragen mensen direct of ze me moeten helpen. Hoe aardig bedoeld ook, ik zit op dat moment gewoon na te denken over wat ik die avond wil eten. Je wilt voor jezelf volledig meedraaien, dat is soms het ongemak van een handicap.”
Toch is zijn blik stevig op de toekomst gericht. Een carrière in bestuursrecht of politiek én misschien wel een plek in het Nederlands rolstoelrugbyteam zijn stippen op de horizon waar hard aan gewerkt wordt. De troost en steun om dit vol te houden, vindt hij in muziekteksten. Samen met zijn vader en vrienden is hij bezig met een emotionele missie. “Mijn vader heeft ooit al zijn oude elpees voor twee tientjes per stuk op Marktplaats verkocht. We proberen nu al zijn favoriete platen stuk voor stuk weer terug te kopen. Dat gaat langzaam, maar eentje hebben we al binnen: Déjà Vu van Crosby, Stills, Nash & Young. Nu zijn we hard op zoek naar die ene specifieke plaat van America: Archives, Vol 1.”
Wie van dit album af wil. Stuur een mail naar redactie@denuk.nl
Wat een veerkracht!. Een zeer indrukwekkend verhaal.
Wat een ontroerend, eerlijk, inspirerend en hoopvol verhaal Floris! Jij gaat, hoe dan ook, met al jouw ambities, verschil maken.
Zó trots op je!
Heel veel respect! Ondanks alles doorgaan en dat ook nog eens met de nodige humor. Je moet het maar kunnen.
Je bent een topper Floris, hoe je t ziet en aanpakt.
Diep respect! En veel succes met je plannen.
Dit is duidelijk lijk me.
Wat een krachtpatser.
Kunnen we allemaal wel even mee nemen in ons dagelijks doen en laten.
Ook belangrijk dat hij binnen de VVD alles rondom zo’n handicap kan gaan delen.
En nu hoop ik dan dat hij zijn oude LP’s weer terug gaat zien en horen.
Alle respect gozer.